Logo Parlement Buxellois

Kunstwerken

Demi-cercle

Kunst in het parlement

Meerdere belangrijke plaatsen van het gebouw werden verfraaid met hedendaagse kunstwerken. Een commisssie voor de aankoop van de kunstwerken, samengesteld uit leden van het Bureau van het Parlement en acht externe waarnemers, waaronder conservators van musea en directeurs van academies (grote musea en kunsthogescholen), werd opgericht om de projecten uit te kiezen. Eind 1998 kregen elf van hen de opdracht om hun werk voor een welbepaalde ruimte van het Parlement uit te voeren.

Het zijn Joseph Kosuth voor de lichtfries in wit neon, Julien Willem, van wie de Galerij van Brusselse portretten de trapgang siert, Michel Mouffe, die de commissiezaal op de eerste verdieping heeft ingericht, Paul Day voor de bas-reliëfs in terracotta, Guy Leclerq voor de fresco’s die opgaan in het bestaande stucwerk, Richard Venlet voor de verweving van architecturale en technische plannen die tegen het plafond zijn aangebracht, Gilbert Fastenaekens voor de op doek overgebrachten foto’s van een veranderende stad, Yasmina Assbane, die in de leeszaal en de cafeteria haar werk heeft opgedragen aan de herinnering aan Brusselse vrouwen vanuit een kosmopolitische inspiratie, Rudi Bogaerts voor de Ontmoetingsmuur, Wim Delvoye voor zijn « Liefdesbrief van Mohamed aan Caroline », Patrick Corillon voor de « drie verhalen van het denkbeeldige personage Oskar Serti ».

  • Joseph KOSUTH

     

    Met een tekstfragment uit de « Double jardin » van Maurice Maeterlinck in wit neon, vormt Joseph KOSUTH een lichtgevende band van ongeveer 30 cm rondom de hele zaal ter hoogte van de kroonlijst. Dit uittreksel wijst op twee bewustzijnsniveaus in het werk. Enerzijds wordt duidelijk verwezen naar het fysische licht zoals de kunstenaar het al meer dan dertig jaar gebruikt en anderzijds wordt het licht geplaatst in de symbolische, abstracte en open gedachtewereld.

     

  • «Galerij van Brusselse portretten»

    Julien WILLEM toont de Brusselaars die hij in de stad heeft gefotografeerd, ter illustratie van hun aanwezigheid in het parlementaire halfrond. Een tweede galerij toont de protagonisten van het parlementaire leven aan het werk. De indruk van onmiddellijke nabijheid wordt versterkt doordat de foto’s op het beeldscherm verwerkt werden.

  • The Brussels ring road » « The Berlaymont building site »

     

    Paul DAY maakt haut-reliëfs in terracotta. Hij streeft naar perspectief met verschillende brandpunten. De kunstenaar creërt een diepte-effect met kromme lijnen. In het werk zitten verschillende plans. Hij beeldt hier, enerzijds, de bouwplaats van het Berlaymontgebouw, de zetel van de Europese Commissie, af in contrast met een woonwijk en, anderzijds, de Brusselse kleine ring vol wagens en voetgangers.

  • « Quand les Lumières deviennent Forme »

     

    Met een grote spiegel reflecteert Michel MOUFFE een afbeelding van Erasmus ten voeten uit waarbij een naakte man gedeeltelijk verhuld wordt. Metalen vormen en lichtbakken van verschillende kleuren zijn over de hele zaal verdeeld. Het oeuvre van de kunstenaar verwijst naar het Humanisme, het Licht en de Democratie.

  • « Reflecties »

     

    De gemaroufleerde doeken van Guy LECLERCQ zijn geïntegreerd in de structuur van het bestaande stucwerk en hebben het effect van een fresco in aard- en okerkleuren en in bladgoud. Ze beelden het thema uit van de weerspiegelingen, toegepast op de multiculturele samenleving. De verwijzingen naar de beschavingen van de continenten komen steeds terug in het werk van Leclercq in vormen.

  • Commissiezaal 201

     

    Op het plafond heeft Richard VENLET, op ware grootte, een superpositie aangebracht van de plannen voor de technische voorzieningen van de zaal (elektriciteit, verwarming, de leidingen), de structuur van het gebouw en de schikking van het meubilair. Hij creëert daardoor een radiografisch effect in grisaille. Zijn werk getuigt van de recente geschiedenis van het gebouw.

  • « De Ontmoetingsmuur »

     

    In de twee vergaderzalen brengt Rudi BOGAERTS hulde aan de nagedachtenis van zeventig bekende en minder bekende personen naar wie een straat in het centrum van Brussel is genoemd. De medaillonportretten zijn gevat in stolpen die in 3 evenwijdige rijen opgesteld zijn. Daaronder wordt telkens beknopte biografische informatie over de personen in kwestie verschaft. Hiermee wordt met een knipoog de sfeer van een mausoleum opgeroepen.

  • « Levenslijnen »

     

    Yasmina ASSBANE stelt een reeks “muurzakdoeken” met bloemenmotieven van verschillende kleuren tentoon. Tussen de zakdoeken lopen draden die levenslijnen voorstellen en zijn her en der voorwerpen uit het dagelijkse leven aangebracht. De zakdoeken zijn gewijd aan het leven, aan de dood en aan de herinnering aan Brusselse vrouwen en ademen een kosmopolitische en multiculturele sfeer uit.

  • «Liefdesbrief van Mohammed aan Caroline»

     

    Wim DELVOYE heeft een liefdesbrief gemaakt op basis van zesendertig foto’s van aardappelschillen. Elke ingelijste foto toont een aardappelschil, waarvan de uitgesneden vorm een woord in het klassiek Arabisch voorstelt. Het geheel vormt de liefdesbrief van Mohamed aan Caroline : « Mijn allerliefste Caroline, Ik was zo blij dat ik je brief kreeg. Dag en nacht ben ik rusteloos aan jou blijven denken. Ik voel nog de warmte van je vurige lippen op de mijne. Waar heb ik dat verdiend dat jij mij bemint, jij zo ongerept en mooi ?Ik kan het niet geloven. Ik hou van jou. Morgen zal een grote dag zijn. Dank je, mijn lieveling. Ik hou van jou. Mohamed »

Kunstcollectie van de Provincie

In de oude salons van het Parlement – het vroegere hotel de Limminghe (1796) en vroegere salons van het hotel van de gouverneur, opgeknapt rond 1885, vinden we kunstwerken die voor een groot deel toebehoorden aan de vroegere kunstverzameling van de provincie Brabant (gesplitst in 1995).

 

Herensalon (rooksalon) – oude Brusselse wandtapijten
  • De overhandiging van de sleutels aan Sint Pieter – Atelier van Jan Parmentiers, Brussel (1655-1680)

     

    De verrezen Christus geeft Sint Pieter de sleutel van het paradijs, symbool van het lot van de verenigde christenen. Zij worden omringd door de tien overblijvende apostelen : Judas is reeds gestorven. De goed zichtbare stigmaten tonen de opoffering van Jesus van Nazareth voor het volk van God, dat uitgebeeld wordt door lammeren. Het is echter een verheerlijkt lichaam dat getoond wordt, waarbij de nadruk eerder wordt gelegd op hernieuwing, in de geest van de contrareformatie.

    De krachtige lichamen met natuurlijke bewegingen, de volledig beheerste perspectief, de derde dimensie, goed weergegeven door de plooien in de kledij, en de kleurschakeringen geven dit kunstwerk de uitdrukkingskracht eigen aan de barokkunst.

    Het wandtapijt, dat uitstekend bewaard is, vertoont in de onderste hoeken opschriften, op grond waarvan het zeker aan het Brussels atelier van Jan Parmentiers, actief van 1655 tot 1680, toegeschreven kan worden.

    Rozen, tulpen, egelantierbloemen, edelweiss, distels … vormen de uitsluitend florale en gevariëerde motieven van de boord.

  • De bede van Esther aan koning Assuerus, Brussels atelier, 2de ½ van de XVIde e.

     

    Esther, een prachtige joodse vrouw die koning Assuerus (Xerxes I, koning van Perzïe tussen 486 en 465 ACN) tot zijn vrouw nam, smeekt hem om de joden te sparen in een slachting die hij bevolen heeft.

    Talrijk waren de kunstenaars uit de renaissance t/m de XIXde eeuw die geïnspireerd werden door episodes uit het Boek van Esther. Deze waren voornamelijk bekend in de Latijnse versie van de Vulgaat.

    Het kunstwerk tracht de dramatiek van het tafereel weer te geven met beweging, hier nog op een tamelijk rigide wijze. Het volume van de lichamen, de perspectief van de tegelvloer, de antiek aandoende arcade, de leeuwenkoppen op de harnassen en de rankversiering vormen aanwijzingen dat het werk uit de tweede helft van de XVIde e. dateert.

    Dit wandtapijt werd in Brussel gemaakt, zoals blijkt uit het onvolledige opschrift in de onderste linkerhoek, waar bij een vroegere restauratie een stuk stof vervangen is. Het atelier kon tot heden niet bepaald worden. Bij de poging tot identificatie zouden de motieven van de boord nuttige informatie kunnen verschaffen. In het bijzonder wordt de aandacht gevestigd op de gele iris, tussen andere bloem- (egelantier, digitalis), fruit- (druif, framboos, kers) en dierenmotieven (uil, pauw, gaai en papegaai), allemaal rijk aan symboliek.

Damessalon
  • Standbeeld in beweging van Edgard TYTGAT (Brussel, 1879 – St-Lambrechts-Woluwe, 1957)

     

    Het bekende thema van het naaktmodel in het schildersatelier wordt door de kunstenaar herbewerkt; met fantasie stelt hij de vraag over de blik die geworpen wordt op kunst. Terwijl de ogen van de toeschouwer, net als die van de kunstenaar (de heer Edgard Tytgat zelf, in zijn eigen atelier), het schuinperspectief volgen van het linkervenster, komen ze enkel de ware blik tegen van het beeld, waarachter het model ruggelings tegenhangend poseert en zelf verder in hetzelfde perspectief kijkt naar een ander standbeeld dat in de tuin spookachtig afgebeeld wordt. Hierdoor ontstaat een dubbel schijnspiegeleffect, dat beklemtoond wordt door het perpendiculair vlak van de wijdopen dubbele deur. Het lichaam en zijn kopie vermengen zich ongedwongen in het waarnemen van de statische beweging en brengen verwarring in het wezenlijke.

    Olie op doek, 75 x 95 cm, 1955

Salon van de ambassadeurs

  • Sint-Goedele van Raphaël DUBOIS

     

    De impressionistische wijze waarop de Sint-Michiels-en-Goedelekathedraal is voorgesteld, herinnert aan de schilderijen van Monet die in 1893 en 1894 de kathedraal van Rouen overdag afbeeldden onder verschillende lichtinvallen. De benaming « laat impressionisme » is hier dus niet overdreven. Dat neemt overigens niets weg van de waarde van het werk. De kunstenaar heeft verkozen de kathedraal te tonen van bovenop het Sint-Goedeleplein en het perspectief door te trekken naar de Stormstraat waardoor een panorama wordt geboden van het stadscentrum onder diffuus licht.

    Olie op hout, 118 x 98 cm, 1917

     

  • De Naamse Poort

     

    Pierre THEVENET (Brugge, 1870 – Brussel, 1937) , autodidact schilder, wordt in het algemeen gezien als een post-impressionistich schilder. Na de eerste wereldoorlog vestigde hij zich in Parijs, maar keerde vaak naar België terug. De Naamse poort wordt afgebeeld zoals ze was midden jaren 1920. De oude fontein, sedert de heraanleg van de kleine ring naar de Heizel verplaatst, staat centraal op het schilderij en is omringd door huizen die nog steeds herkenbaar zijn. Dit schilderij van het einde van zijn carrière toont op grafisch vlak ontegensprekelijk een gelijkenis met het Belgisch stripverhaal dat zich toen volop ontplooide.

     

    olie op doek, 97 x 104 cm