Logo Parlement Buxellois
Brusselse Commissie voor de Deontologie

 

 

Oproep tot kandidaten voor 14 vacante mandaten (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 november 2018)

 

Met toepassing van artikel 7 van de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie van 14 december 2017 houdende de oprichting van een Brusselse Deontologische Commissie dient het Brussels Hoofdstedelijk Parlement over te gaan tot de benoeming van de 14 leden van hogergenoemde Commissie.

De Commissie is als volgt samengesteld:

– 7 deskundigen die worden gekozen uit de magistratuur of hoogleraren (met een minimum van 3 magistraten), waaronder ten minste 1 Nederlandstalige;

– 7 gewezen openbare mandatarissen (waarvan 3 gewezen leden van het Brussels Parlement), waaronder ten minste 2 Nederlandstaligen.

De mandaten worden toegekend voor een periode van 5 jaar, eenmaal hernieuwbaar.

Overeenkomstig artikel 4 van bovengenoemde gezamenlijke ordonnantie, heeft de Commissie heeft als taak om advies te geven over kwesties aangaande deontologie, ethiek of belangenconflicten.

Luidens artikel 8 van dezelfde gezamenlijke ordonnantie moet de kandidaat, om door de Commissie te kunnen worden benoemd, ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen :

in België gedurende ten minste vijf jaar de functie te hebben uitgeoefend hetzij

a) van raadsheer, procureur-generaal, eerste advocaat-generaal of advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie;

b) van staatsraad of auditeur-generaal, adjunct-auditeur-generaal of eerste auditeur of eerste referendaris bij de Raad van State;

c) van rechter of referendaris bij het Grondwettelijk Hof;

d) van voorzitter, procureur-generaal of raadsheer bij het Hof van Beroep;

e) van voorzitter van een rechtbank van eerste aanleg;

f) van gewoon hoogleraar, buitengewoon hoogleraar, hoogleraar of geassocieerd hoogleraar in de rechten in een Belgische universiteit;

en geen enkel openbaar mandaat uitoefenen of hebben uitgeoefend;

ten minste gedurende vijf jaar lid van het Brussels Parlement zijn geweest en er op het moment van benoeming in de Commissie ten minste sedert vijf jaar geen lid meer van zijn;

ten minste gedurende vijf jaar maar ten minste sedert vijf jaar niet langer op het moment van benoeming in de Commissie:

– openbaar mandataris te zijn geweest en het niet meer zijn (burgemeester, schepen, OCMW-voorzitter of lid van het vast bureau van een OCMW, gemeenteraadslid, OCMW-raadslid;

– lid te zijn geweest en het niet meer zijn van een bestuurs-, beheers- of adviesorgaan van een gewestelijke en/of lokale openbare instelling of openbare bicommunautaire instelling, zoals bepaald door artikel 2 van de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen;

– geen vertegenwoordiger te zijn of geweest zijn die door de Regering en/of het Verenigd College wordt aangewezen om haar en/of het te vertegenwoordigen in de raad van bestuur van om het even welke structuur met rechtspersoonlijkheid.

 

Bij de leden aangeduid respectievelijk in toepassing van de punten 2° en 3° zal minstens een lid afkomstig zijn van de meerderheid en een lid zal afkomstig zijn van de gewestelijke oppositie.

Ten hoogste twee derde van de leden van de Commissie is van hetzelfde geslacht.

Op het moment van hun benoeming hebben de leden van de Commissie hun woonplaats op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De hoedanigheid van commissielid is onverenigbaar met volgende mandaten:

– lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie;

– elk openbaar mandataris bedoeld in artikel 2 van de gezamenlijke ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen (cfr. punt 3°, eerste streepje hierboven);

– lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie of lid van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;

– lid van de Kamer of van de Senaat;

– lid van een gemeenschaps- of gewestparlement;

– elk lokaal openbaar mandaat.

 

De commissieleden ontvangen zitpenningen voor hun deelname aan vergaderingen van de Commissie, die jaarlijks geïndexeerd worden.

De kandidaturen dienen binnen de dertig dagen na bekendmaking van dit bericht te worden ingediend bij ter post aangetekende brief gericht aan het :

Brussels Hoofdstedelijk Parlement

De heer Charles Picqué – Voorzitter

1005 Brussel

of tijdens de kantooruren worden ingediend tegen ontvangstbewijs op de griffie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement (Eikstraat 22, 1000 Brussel).

 

Bij de kandidaturen dienen de volgende stukken te worden gevoegd :

– een curriculum vitae;

– een bewijs dat voldaan is aan de benoemingsvoorwaarden van de punten 1°, 2° of 3° van artikel 8 van gezamenlijke ordonnantie van 14 december 2017 houdende de oprichting van een Brusselse Deontologische Commissie.

 

Meer inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Secretariaat-generaal van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, tel.: 02/549.62.89, e-mail: oruysschaert@parlement.brussels.