Logo Parlement Buxellois

De organen van het Parlement

De voorzitter

Na de verkiezingen van 9 juni 2024 moet de nieuwe assemblee uit haar leden een voorzitter en een eerste ondervoorzitter kiezen. In afwachting van deze interne verkiezing, en zoals bepaald door de bijzondere wet, zal de functie van voorzitter worden bekleed door het oudste lid in jaren. Hij zal worden bijgestaan door het jongste lid van elke taalgroep.

Ter herinnering: de voorzitter leidt de debatten van de assemblee, brengt de teksten ter stemming en leidt de werkzaamheden van het Bureau en het Bureau in uitgebreide samenstelling. Protocollair gezien is hij de hoogste autoriteit van het gewest. In die hoedanigheid ontvangt hij de ambtseed van de leden van de regering. Hij vertegenwoordigt het parlement naar de buitenwereld toe en treedt op als woordvoerder ervan.

De eerste ondervoorzitter

Na de verkiezingen van 9 juni 2024 moet de nieuwe assemblee uit haar leden een voorzitter en een eerste ondervoorzitter kiezen.

Het Bureau en het Bureau in uitgebreide samenstelling

Het Bureau neemt alle beslissingen die nodig zijn om de goede werking en het dagelijks beheer van het Parlement te waarborgen. Het is eveneens belast met de benoeming van het personeel en de organisatie van de diensten. Het Bureau wordt samengesteld volgens het principe van de evenredige vertegenwoordiging van de taalgroepen en de erkende politieke fracties; ten minste een derde van zijn leden moet tot de Nederlandse taalgroep behoren.

Het Bureau, aangevuld met de voorzitters van de erkende politieke fracties, vormt het Bureau in uitgebreide samenstelling. De erkende politieke fracties met minstens vijftien leden stellen een tweede lid aan dat eveneens zitting heeft in het Bureau in uitgebreide samenstelling. De voorzitters van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en van het “Parlement francophone bruxellois”, alsook een lid van de regering, worden uitgenodigd op de vergaderingen en hebben daar een raadgevende stem.

Het Bureau in uitgebreide samenstelling is belast met de voorbereiding van de plenaire vergaderingen van het Parlement en met het opstellen van de agenda ervan. Het treedt eveneens op als intern overlegorgaan, dat beslissingen moet nemen betreffende de werking van het Parlement en zijn relaties met andere machtsniveaus (contacten met de Regering en de andere assemblees, voordracht van kandidatenlijsten voor de uitoefening van een mandaat in diverse adviesinstanties of beroepsorganen).

Het voorzitterschap, het Bureau en het Bureau in uitgebreide samenstelling van de Verenigde Vergadering zijn dezelfde als die van het Brussels Parlement.

 

Samenstelling van het Bureau
Voorzitter
N.
Eerste Ondervoorzitter
  • N.
  • Ondervoorzitter(s)
    1. N.
    Secretarissen
    • N.
    Griffier
    Hugues Timmermans
    Adjunct-griffier
    Michel Beerlandt
    De voorzitters van de erkende fracties
    Voorzitters van politieke fracties
    • N.
    Fracties met meer dan vijftien leden hebben een extra lid in het Bureau in uitgebreide samenstelling
    Bijkomende leden die zetelen in het Bureau in uitgebreide samenstelling
    • N.

    De commissies

    De aard, samenstelling en werking van de commissies worden geregeld bij de artikelen 23 tot 51, 99, 128 en 130 van het Reglement.

    De commissies worden ermee belast de door het Parlement overgezonden ontwerpen en voorstellen van ordonnantie te bespreken. Ze kunnen vergaderingen houden ter informatie van hun leden (hoorzittingen met deskundigen…) en aan de Regering vragen stellen over allerhande aangelegenheden. Om het standpunt van het Parlement uit te drukken, kunnen ze, mits ze een voorafgaande consultatieprocedure volgen, zelf een voorstel van ordonnantie of resolutie opstellen en daarover verslag uitbrengen.

    Het Parlement heeft vaste commissies, waarvan de bevoegdheden en benaming, na advies van het Bureau in uitgebreide samenstelling, worden vastgesteld door de voorzitter. Ze bestaan uit vijftien leden die benoemd worden volgens de evenredige vertegenwoordiging van de taalgroepen en de erkende politieke fracties. Elke commissie heeft een voorzitter en drie ondervoorzitters. De voorzitter en eerste ondervoorzitter van het Parlement zitten van rechtswege een van de commissies voor. Het aantal plaatsvervangers is gelijk aan het aantal vaste leden, voor elke politieke fractie, verhoogd met één.

    Die verschillende commissies kunnen gemeenschappelijke vergaderingen organiseren om samen onderwerpen te behandelen die tot hun verschillende bevoegdheden behoren. Het betreft dan verenigde commissies (bijvoorbeeld voor de aangelegenheden die tegelijk behoren tot leefmilieu en vervoer, economie en territoriale ontwikkeling…).

    De commissies kunnen subcommissies in het leven roepen, waarvan zij de bevoegdheden bepalen en de vaste en plaatsvervangende leden, alsook de voorzitter aanwijzen. Die subcommissies zijn ofwel vast, ofwel belast met het onderzoeken van een bijzondere kwestie binnen een bepaalde termijn.

    Naast de permanente commissies die in principe elke week bijeenkomen, zijn er andere commissies die af en toe bijeenkomen: dat zijn de niet-permanente commissies. Er zijn er meerdere.

    De commissie belast met de Europese aangelegenheden heeft als opdracht, naast de opdrachten die een permanente commissie heeft, adviezen te verstrekken, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, over alle Europese aangelegenheden die verband houden met het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met de gewestelijke of bicommunautaire aangelegenheden, alsook met de aanwezigheid van de Europese instellingen en hun personeel in Brussel.

    De commissie voor de begroting en de rekening is belast met het onderzoek van de rekening van het Parlement, alsook met het onderzoek van de ontwerpbegroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Parlement. Zij komt daarvoor een maal per jaar bijeen.

    Het comité voor de follow-up van de wetgeving is belast met de evaluatie van de ordonnanties, de resoluties en de verordeningen die sedert ten minste twee jaar aangenomen zijn door het Parlement. Het zal ook de eventuele moeilijkheden met de toepassing ervan onderzoeken.

    Er kunnen bijzondere commissies worden gevormd om bepaalde ontwerpen of voorstellen te onderzoeken, of telkens als het Parlement dat nuttig acht. De werkingsregels zijn dezelfde als die van de vaste commissies. Tenzij anders beslist wordt, loopt hun opdracht ten einde bij het indienen van het parlementair verslag over de kwesties die hun werden voorgelegd.

    Overeenkomstig de artikelen 28 en 72 van de bijzondere wet betreffende de Brusselse instellingen, kan het Parlement eveneens beslissen een onderzoekscommissie in te stellen, die onderworpen is aan dezelfde regels als de bijzondere commissies.

    Er bestaat ook een bijzondere commissie voor het reglement, belast met de bespreking van de voorstellen tot wijziging van het reglement die naar haar verwezen worden. De samenstelling van deze bijzondere commissie is dezelfde als die van het Bureau in uitgebreide samenstelling.

    Het Bureau in uitgebreide samenstelling functioneert eveneens als samenwerkingscommissie die de samenwerking met de andere parlementaire assemblees van het land moet bevorderen.

    Sedert de zesde Staatshervorming, kunnen de parlementen van de Gemeenschappen en de Gewesten interparlementaire commissies instellen, die samengesteld zijn uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van elk van de betrokken parlementen en die belast zijn met het onderzoeken van de ontwerpen en voorstellen of de ontwerpen van gezamenlijk decreet en/of ordonnantie die hun worden overgezonden door hun respectieve assemblee.

    De permanente commissies van het Parlement

    • Commissie voor de Financiën en de Algemene Zaken
    • Commissie voor de Binnenlandse Zaken
    • Commissie voor het Leefmilieu en de Energie
    • Commissie voor Mobiliteit

    De commissies van de Verenigde Vergadering

    De andere commissies