Logo Parlement Buxellois

De organen van het Parlement

Demi-cercle

De voorzitter

Charles Picqué werd op 1 november 1948 geboren in Etterbeek.

Hij begint zijn politieke carrière in Sint-Gillis, waar hij van 1982 tot 1985 schepen van stedenbouw is, alvorens burgemeester te worden.

Hij is vervolgens provincieraadslid (1985-1987) en volksvertegenwoordiger in Brussel alvorens het ambt te bekleden van Minister van Sociale zaken en Gezondheid bij de Franse Gemeenschap (1988-1989).

In 1989 wordt hij Minister-President van het toen pas opgerichte Brussels Gewest. Hij blijft dat tot 1999.

Van 1995 tot 2000, is hij eveneens Minister van Cultuur bij de Franse Gemeenschap.

In 1999, wordt hij commissaris van de federale regering belast met het grotestedenbeleid. Van 2000 tot 2003, is hij federaal Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met grotestedenbeleid.

In 2004, begint hij aan twee nieuwe gewestelijke zittingsperiodes als Minister-President.

In 2006 en 2012 wordt hij herverkozen als burgemeester van Sint-Gillis.

In mei 2013, staat Charles Picqué zijn plaats af als Minister-President en wordt hij volksvertegenwoordiger-burgemeester.

Na de verkiezingen van mei 2014, wordt hij Voorzitter van het Brussels Parlement, een ambt dat hij thans bekleedt, naast dat van burgemeester van Sint-Gillis.

De eerste ondervoorzitter

Fouad Ahidar is 1ste Ondervoorzitter van het Brussels Parlement. Hij is lid van de sp.a-fractie en Voorzitter van de commissie voor de huisvesting. Hij is tevens gemeenteraadslid te Jette.

Geboren in Mechelen op 13 oktober 1973, verhuist hij naar Brussel op zesjarige leeftijd. Hij loopt er school en na zijn studietijd stort hij zich als jongeman in het Brusselse verenigingsleven. Vandaag is hij vader van 5 kinderen. Fouad Ahidar getuigt zijn onvoorwaardelijke liefde voor zijn hoofdstad.

Met een diploma sociaal assistent op zak, gaat hij beroepshalve ook als sociaal assistent aan de slag. In 1999 start zijn politieke carrière wanneer hij werkzaam wordt op het kabinet van toenmalig minister voor cultuur Bert Anciaux. Drie jaren later, volgt hij hem naar het federaal ministerie voor mobiliteit en sociale economie, waar hij belast wordt met de dossiers ontwikkelingsamenwerking en sociale economie.

Hij gaat zich ook specialiseren in de rechten voor buitenlanders, sociale zaken en huisvesting in Brussel.

In 2004 wordt hij voor het eerst als volksvertegenwoordiger verkozen voor het Brussels Parlement. In 2014, wordt hij in dit Parlement aangewezen als 1ste Ondervoorzitter.

Het Bureau en het Bureau in uitgebreide samenstelling

Het Bureau neemt alle beslissingen die nodig zijn om de goede werking van het Parlement te waarborgen, het houdt zich dus bezig met het beheer.
Het Bureau benoemt ook het personeel van het Parlement. De griffier en de adjunct-griffier echter worden door het Parlement benoemd, niet door het Bureau.

Het Bureau aangevuld met de voorzitters van de erkende politieke fractie vormt het Bureau in uitgebreide samenstelling. Het Bureau in uitgebreide samenstelling bereidt de vergaderingen van het Parlement en van de Verenigde Vergadering voor en stelt de agenda op.

De commissies

De aard, samenstelling en werking van de commissies worden geregeld bij de artikelen 23 tot 51, 99, 128 en 131 van het Reglement.

De commissies worden ermee belast de door het Parlement overgezonden ontwerpen en voorstellen van ordonnantie te bespreken. Ze kunnen vergaderingen houden ter informatie van hun leden (hoorzittingen met deskundigen…) en aan de Regering vragen stellen over allerhande aangelegenheden. Om het standpunt van het Parlement uit te drukken, kunnen ze, mits ze een voorafgaande consultatieprocedure volgen, zelf een voorstel van ordonnantie of resolutie opstellen en daarover verslag uitbrengen.

Het Parlement heeft vaste commissies, waarvan de bevoegdheden en benaming, na advies van het Bureau in uitgebreide samenstelling, worden vastgesteld door de voorzitter. Ze bestaan uit vijftien leden die benoemd worden volgens de evenredige vertegenwoordiging van de taalgroepen en de erkende politieke fracties. Elke commissie heeft een voorzitter en drie ondervoorzitters. De voorzitter en eerste ondervoorzitter van het Parlement zitten van rechtswege een van de commissies voor. Het aantal plaatsvervangers is gelijk aan het aantal vaste leden, verhoogd met één.

Die verschillende commissies kunnen gemeenschappelijke vergaderingen organiseren om samen onderwerpen te behandelen die tot hun verschillende bevoegdheden behoren. Het betreft dan verenigde commissies (bijvoorbeeld voor de aangelegenheden die tegelijk behoren tot gezondheid en sociale zaken, leefmilieu en vervoer, economie en territoriale ontwikkeling…).

Er kunnen bijzondere commissies worden gevormd om bepaalde ontwerpen of voorstellen te onderzoeken, of telkens als het Parlement dat nuttig acht. De werkingsregels zijn dezelfde als die van de vaste commissies. Tenzij anders beslist wordt, loopt hun opdracht ten einde bij het indienen van het parlementair verslag over de kwesties die hun werden voorgelegd.

De vaste commissies en de bijzondere commissies kunnen subcommissies in het leven roepen, waarvan zij de bevoegdheden bepalen en de vaste en plaatsvervangende leden, alsook de voorzitter aanwijzen. Die subcommissies zijn vast, of belast met het onderzoeken van een bijzondere kwestie binnen een bepaalde termijn.

Overeenkomstig de artikelen 28 en 72 van de bijzondere wet betreffende de Brusselse instellingen, kan het Parlement eveneens beslissen een onderzoekscommissie in te stellen, die onderworpen is aan dezelfde regels als de bijzondere commissies.

De commissie belast met de Europese aangelegenheden heeft als opdracht adviezen te verstrekken, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, over alle Europese aangelegenheden die verband houden met het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met de gewestelijke of bicommunautaire aangelegenheden, alsook met de aanwezigheid van de Europese instellingen en hun personeel in Brussel.

Het adviescomité voor gelijke kansen voour mannen en vrouwen heeft tot taak adviezen uit te brengen over de kwesties die verband houden met de gelijke kansen voor mannen en vrouwen, op verzoek van de voorzitter of van een commissie, ofwel op eigen initiatief.

De commissie voor de begroting en de rekening is belast met het onderzoek van de rekening van het Parlement, alsook met het onderzoek van de ontwerpbegroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Parlement.

Het comité voor de follow-up van de wetgeving is belast met de evaluatie van de ordonnanties, de resoluties en de verordeningen die sedert ten minste twee jaar aangenomen zijn door het Parlement. Het zal ook de eventuele moeilijkheden met de toepassing ervan onderzoeken.

Een samenwerkingscommissie kan belast worden met de bevordering van de samenwerking met de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie.

Sedert de zesde Staashervorming, kunnen de parlementen van de Gemeenschappen en de Gewesten interparlementaire commissies instellen, die samengesteld zijn uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van elk van de betrokken parlementen en die belast zijn met het onderzoeken van de voorstellen en ontwerpen van gezamenlijk decreet en gezamenlijke ordonnantie die hun worden overgezonden door de Voorzitter.

De permanente commissies van het Parlement

De commissies van de Verenigde Vergadering

De andere commissies