Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het aantal bovenmatige woningen binnende OVM's.

Indiener(s)
Fouad Ahidar
aan
Nawal Ben Hamou, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting en Gelijke kansen (Vragen nr 104)

 
Datum ontvangst: 12/02/2020 Datum publicatie: 13/03/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 13/03/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
18/02/2020 Ontvankelijk p.m.
13/03/2020 Bijlage aan het antwoord p.m. Bijlage
 
Vraag    Reeds in 2010 werd er geschat dat 12.000 kamers onbezet waren (op ongeveer 37.000 appartementen) binnen de sociale hulsvestingsector. De voornaamste reden hiervoor is het feit dat kinderen opgroeien en het huis verlaten om zich elders te vestigen. Bijgevolg zijn de kamers niet meer gebruikt en stemt de woning niet meer overeen met de behoeftes van de gezinnen.

Vandaar mijn vragen:

- Hoeveel huishoudens bewonen een bovenmatige woning binnen de OVM’s voor de periode 2019 ? Zou u een overzicht kunnen leveren per gemeente ? Hoeveel gezinnen hebben reeds een bovenmatige woning moeten verlaten volgens de modaliteiten voorzien in de Huisvestingscode ? Welke omkadering en ondersteuning worden door de OVM’s aan de sociale huurders aangeboden om hun woning op een optimale manier te verlaten?

- Sommige OVM’s hebben al een procedure bepaald die de beheersmodaliteiten van de bovenmatige woningen definiëren. Wat is de stand van zaken nu echt ? Met welke OVM’s werd hierover reeds overlegd en welke OVM’s hebben reeds een procedure bepaald ?

- Hoe worden de OVM’s ondersteund om hun sociale huurders aan te moedigen te verhuizen naar een adequate sociale woning?
 
 
Antwoord    Bij deze kan ik u de volgende elementen van antwoord verstrekken op uw vraag:


in bijlage 1 vindt u een tabel met het aantal gezinnen die in een bovenmatige woning van de OVM’s wonen.

De BGHM beschikt niet over cijfers per gemeente.


Wat betreft het aantal gezinnen die reeds een bovenmatige woning hebben verlaten volgens de modaliteiten voorzien in de Huisvestingscode:

In 2019 werd er voor 466 gezinnen een mutatie doorgevoerd. Van deze 466 gezinnen zijn er 206 gezinnen verhuisd van een bovenmatige woning naar een als volgt aangepaste woning:

- 38 gezinnen verlieten een woning met 2 kamers voor een woning met 1 kamer;

- 44 gezinnen verlieten een woning met 3 kamers voor een woning met 1 kamer;

- 5 gezinnen verlieten een woning met 4 kamers voor een woning met 1 kamer;

- 59 gezinnen verlieten een woning met 3 kamers voor een woning met 2 kamers;


- 34 gezinnen verlieten een woning met 4 kamers voor een woning met 2 kamers;

- 3 gezinnen verlieten een woning met 5 kamers voor een woning met 2 kamers;

- 17 gezinnen verlieten een woning met 4 kamers voor een woning met 3 kamers;

- 3 gezinnen verlieten een woning met 5 kamers voor een woning met 3 kamers;

- 1 gezin verliet een woning met 6 kamers voor een woning met 3 kamers;

- 2 gezinnen verlieten een woning met 6 kamers voor een woning met 4 kamers.


Wat betreft de omkadering en ondersteuning door de OVM’s aan de sociale huurders tijdens de mutaties, voorziet het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 in een aantal maatregelen die de OVM’s kunnen nemen ter bevordering van het mutatiebeleid.


Zo bepaalt artikel 7 dat elke OVM een mutatieplan moet voorleggen ter advies.

In dit plan bepaalt de OVM het jaarlijkse percentage van mutaties.

Dit plan moet ter advies worden voorgelegd aan de sociaal afgevaardigde en vervolgens door de Regering worden gevalideerd. Deze procedure moet elk jaar worden herhaald. De Regering bereidt de validatie momenteel voor.

Dit besluit voorziet ook in een vermindering van de huurprijs als er een mutatie-aanvraag wordt ingediend.

De woning wordt tijdens de aanvraag als geschikt beschouwd, wat betekent dat de plafonds opnieuw van toepassing zijn voor de huurprijsberekening. Als de huurder een voorstel weigert, wordt de vermindering onmiddellijk opgeheven. Naargelang de situatie kan de OVM nog maatregelen nemen.


Het besluit bepaalt ook dat de OVM een ruimtelijke afwijking ter goedkeuring kan voorleggen aan de sociaal afgevaardigde.

Op die manier kan men elke specifieke situatie individueel behandelen.


Voorts bepaalt de Huisvestingscode dat de OVM een huurovereenkomst kan beëindigen als de huurder de aangepaste woning niet aanvaardt. In de Huisvestingscode wordt duidelijk beschreven onder welke voorwaarden de OVM dit mag doen.

Artikel 57 §2 van voornoemd besluit bepaalt voorts dat de OVM onder bepaalde omstandigheden een forfaitaire vermindering van de huurprijs kan toekennen aan een huurder die naar een aangepaste woning moet verhuizen.

Hoewel de omkadering in de wetgeving is vastgelegd, heeft elke OVM haar eigen specifieke beleid op dit vlak.

In de praktijk is het vaak de sociale dienst die het voorbereidende werk doet om de mutaties goed te laten verlopen of om huurders te overtuigen een mutatie te aanvaarden, maar ook om hun de geldende regels uit te leggen.


In elke OVM wordt er een individueel contact geregeld voor personen die moeten verhuizen of die zijn opgenomen in het mutatieplan.


Verplichte mutaties vergen een inspanning van de OVM en de sociale dienst om ervoor te zorgen dat deze in de beste omstandigheden kunnen verlopen.


In bepaalde gevallen is er veel overtuigingskracht nodig en duurt het een tijd voordat de sociale dienst de huurder kan overtuigen. De sociale dienst kan de context van de mutatie schetsen, de voorziene procedure voor de verhuizing of de plaatsbeschrijving enz. uitleggen.


Ik wil erop wijzen dat de sociale diensten van de OVM’s worden ondersteund door maatschappelijk werkers die de vzw DMBSH ter beschikking stelt.

In bepaalde OVM’s kunnen huurders hun toekomstige wijk kiezen. In een aantal OVM’s krijgt de huurder echter niet de keuze, en dit om te vermijden dat het mutatieplan onuitvoerbaar wordt (bijvoorbeeld omdat er geen eenkamerwoningen in bepaalde wijken zijn). Dit wordt meestal uitgelegd tijdens een individueel contact tussen de OVM en de huurder.


hieronder enkele maatregelen die de OVM neemt:


Wat betreft de huurwaarborg:

- De mogelijkheid voor huurders die een mutatie krijgen, om betalingen te spreiden over meerdere maanden;
- Als er een nieuwe huurwaarborg moet worden geregeld, wordt de huurwaarborg voor de vorige woning gebruikt voor de nieuwe woning. De huurder moet bij ondertekening van de huurovereenkomst het verschil tussen de nieuwe en vorige huurwaarborg betalen;

- De mogelijkheid een betalingsplan af te spreken.


Wat betreft de verhuisperiode waarin twee woningen in gebruik zijn:


- Terbeschikkingstelling gedurende een maand met betaling van slechts 1 huur in het geval van een mutatie, forfaitaire vermindering van de huurprijs, sociale begeleiding of hulp bij de verhuizing op verzoek;
- In bepaalde OVM’s kunnen huurders vragen om de sleutel van hun vorige woning tot de 15e van de maand te houden. In dat geval betalen ze een huurtoeslag die overeenkomt met een week huur.



Specifieke informatie:

- Verstrekte informatie inzake hulp bij verhuizingen en/of kleine werken uitgevoerd door bedrijven tegen geringe kosten;
- Bij de ontvangstbevestiging van de opzeggingsbrief wordt een toelichtende nota gevoegd over de procedure van de plaatsbeschrijving.