Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het verslag van UNIA inzake de toename van meldingen van discriminatie.

Indiener(s)
Nadia El Yousfi
aan
Nawal Ben Hamou, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting en Gelijke kansen (Vragen nr 288)

 
Datum ontvangst: 02/07/2020 Datum publicatie: 11/11/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 15/10/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
28/09/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    We lazen op 22 juni dat volgens het jaarverslag van UNIA het aantal meldingen en gevallen van discriminatie blijft toenemen. De stijging is verontrustend en alarmerend, het gaat om meer dan 13 procent ten opzichte van het jaar 2018 en het aantal geopende dossiers neemt met bijna 7 procent toe. Bovendien wijst UNIA erop dat op sociale netwerken steeds meer racistische boodschappen worden verspreid en dat de inhoud ervan ook harder is geworden, met name rond gehandicapten, moslims en vluchtelingen. Volgens de directeur van UNIA is er in de onderzochte periode een normalisering van de haatboodschappen op sociale netwerken en in de straten waar te nemen. Dit is zeer verontrustend en we moeten snel handelen om dit verschijnsel in te dammen.

Statistisch gezien blijkt uit het UNIA-verslag dat er vorig jaar 8.478 meldingen waren van discriminatie, haatboodschappen en haatdelicten, tegenover 7.489 in 2018. Het wijst erop dat het aantal meldingen in een periode van vijf jaar bijna is verdubbeld, wat een beangstigende vaststelling is. Ik heb de gelegenheid gehad om de grafiek te analyseren met betrekking tot deze cijfers en de toename van de curven is onthutsend! Als we kijken naar de dossiers en de aard van de klachten, dan zijn de rassencriteria nog steeds de meest voorkomende, gevolgd door dossiers over mensen met een handicap, dan klachten over religieuze en filosofische overtuigingen en ten slotte over seksuele geaardheid. De scènes waarin deze beschimpingen zich afspelen zijn talrijk, waaronder de werkgelegenheidssector, huisvesting, transport, bank- en verzekeringsproducten, maar ook de media, politie/justitie en de onderwijssector.

Sinds de verkiezingen van 26 mei lijkt het erop dat de haatdragende taal gemeengoed is geworden, dat het maatschappelijk debat niet meer zo sereen is als vroeger en dat er steeds meer beschimpingen komen, zowel op straat als op sociale netwerken. Ook is het verontrustend te constateren dat de trend zich in 2020 voortzet, aangezien de haat zich blijft verspreiden na de tragische gebeurtenissen die we hebben meegemaakt. Dit heeft zich helaas gekristalliseerd rond de brandstichting van het opvangcentrum voor asielzoekers in Bilzen of de boot van de migranten die aan de Belgische kust is vastgelopen. Net als UNIA hopen we een ambitieus nationaal actieplan tegen racisme te zien ontstaan, dat alle strijd die we dagelijks ter plaatse voeren omvat. We weten dat u veel belang hecht aan deze kwestie en dat u actie onderneemt in het kader van de interministeriële conferentie die onlangs is bijeengekomen.

Ons Parlement gaat bij de opening in september een bijeenkomst tegen racisme organiseren. Daarmee zouden alle betrokkenen bij de bestrijding van racisme en discriminatie vanuit een intersectoraal gezichtspunt bij elkaar worden gebracht en zou een gewestelijk plan ter bestrijding van discriminatie en racisme worden opgesteld. Een primeur waar we allemaal trots op kunnen zijn.

Graag een antwoord op volgende vragen:

- Bent u op de hoogte van de conclusies van het UNIA-verslag en deelt u de bevindingen ervan?

- Hoe werkt u samen met UNIA in het kader van uw bevoegdheden bij de implementatie van goede praktijken tegen discriminatie?
 
 
Antwoord    Ik heb uiteraard kennisgenomen van het meest recente rapport van Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum, en ik deel de bevindingen ervan, die onder de aandacht van zoveel mogelijk mensen moeten worden gebracht.

Unia zal dit rapport op 27 oktober om 11 uur 's morgens aan het Brussels Parlement voorstellen. Dit zal een gelegenheid zijn om de bevindingen te bespreken.

Het rapport toont de kwaliteit en de kwantiteit van het werk van Unia aan. Uit het rapport blijkt met name een toename van het aantal meldingen dat Unia ontvangt en verwerkt. Dit sterkt ons in het idee dat Unia essentieel werk verricht en ondersteund moet worden.

Ik heb de directieleden van Unia persoonlijk ontmoet om na te gaan hoe we kunnen zorgen voor een nauwere en meer systematische samenwerking tussen onze gewestelijke diensten en Unia. We hebben alle projecten in verband met de strijd tegen discriminatie en racisme uit de algemene beleidsverklaring tegen het licht gehouden, teneinde de samenwerkingsmogelijkheden te concretiseren en ervoor te zorgen dat de werkzaamheden in overleg gebeuren.

We hebben gesproken over het wetgevend werk voor het opstellen van een eenvormig Brussels wetboek waarin de bestaande maatregelen ter bestrijding en preventie van discriminatie gebundeld worden, en over het opstellen en uitvoeren van het gewestelijk plan ter bestrijding van racisme en discriminatie 2021-2024.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werkt de overheidsdienst voor gelijke kansen, equal.brussels, samen met Unia. Dit geldt voornamelijk voor de bewustmakingscampagnes van het Gewest, waarbij UNIA systematisch betrokken wordt.

Wij raadplegen Unia ook regelmatig, zodat zij advies kunnen geven over onze ontwerpen van ordonnanties, uitvoeringsbesluiten en actieplannen.

Voorts zullen tijdens deze legislatuur verschillende maatregelen worden genomen om, met rechtstreekse betrokkenheid van Unia, de slachtoffers van discriminatie te helpen, en dit met name door:
· de opvolging van de klachten tussen de verschillende actoren in de klachtenketen, de structurele samenwerking tussen deze actoren en een evaluatie van deze opvolging, via een samenwerking met Brussel Preventie & Veiligheid;
· de uitrol van informatie- en sensibiliseringscampagnes die als doel hebben de slachtoffers van discriminatie te informeren over hun rechten en de mogelijke rechtsmiddelen;
· De steun van verenigingen die slachtoffers van racisme en discriminatie op het grondgebied van het Gewest begeleiden, door middel van projectoproepen.

Zoals u kunt vaststellen, werkt Unia op vele manieren samen met gewestelijke overheidsdiensten, kabinetten en het parlement:
· de protocolakkoorden tussen Unia en de Brusselse overheidsdiensten:
o Samenwerkingsprotocol met Actiris (adviesverlening ter bevordering van de diversiteit en ter bestrijding van discriminatie, opleiding);
o Samenwerkingsprotocol met de Gewestelijke werkgelegenheidsinspectie (discriminatietests);
o Samenwerkingsprotocol met de Franse Gemeenschapscommissie;
· UNIA die opleidingen organiseert voor ambtenaren van het Brussels Gewest, met name voor inspecteurs van de dienst Huisvesting van de GOB (discriminatietests).
· Het Interfederaal Gelijkekansencentrum dat ook lid is van volgende comités:
o Het begeleidingscomité voor de evaluatie van het Gewestelijke plan ter bestrijding van racisme (equal.Brussels en het kabinet van de staatssecretaris);
o Het begeleidingscomité voor de evaluatie van het SOGIE-plan (equal.Brussels);
o Het begeleidingscomité voor de evaluatie van de instrumenten van het diversiteitsbeleid in het gewestelijk openbaar ambt (Talent.Brussels);
o Het stuurcomité van de Rondetafelconferentie tegen racisme van het Brussels Parlement.

De lijst is niet exhaustief, maar tot slot moet ook de begeleiding door Unia van een aantal Brusselse gemeenten bij hun diversiteitsbeleid benadrukt worden.