Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de stand van zaken omtrent de ontplooiing van de Strategie 2030 (GO4Brussels 2030).

Indiener(s)
Bianca Debaets
aan
Rudi Vervoort, minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de Promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang (Vragen nr 363)

Rubriek(en):
 
Datum ontvangst: 23/09/2020 Datum publicatie: 18/11/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 18/11/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
02/10/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    In het najaar van vorig jaar mocht ik u reeds interpelleren omtrent de Strategie 2030, die als opvolger van de Strategie 2025 werd opgesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (cf. de commissie Economische Zaken van 4 december 2019).

U lichtte toen de krachtlijnen en twee grote pijlers van dit plan toe, met name enerzijds de hoofdzakelijk gewestelijke materies en het streven naar een transitie van de Brusselse economie tussen vandaag en 2030 en anderzijds een brede pijler omtrent werk en opleiding. In de Strategie 2030 werden eveneens 17 doelstellingen opgenomen, die een verderzetting vormen van de nog te verwezenlijken doelen uit het vorige plan.

Daarom stel ik u graag volgende vragen:

- Kan u bevestigen dat de sociale top, die voorzien was dit voorjaar, effectief heeft plaatsgevonden? Zo ja, kan u toelichten waar en wanneer die plaatsgevonden heeft en welke actoren hierop aanwezig waren? Welke bevindingen en conclusies zijn hieruit voortgekomen? Welke invloed heeft deze sociale top nog gehad op het bepalen van de inhoud en de doelstellingen van de Strategie 2030?
- Kan u toelichten welk ander structureel overleg er hieromtrent reeds plaatsgevonden heeft of nog zal plaatsvinden met de betrokken actoren en de verschillende Gemeenschappen? Hoe heeft dit de dynamiek omtrent de Strategie 2030 verder beïnvloed? Werden er als gevolg daarvan nog doelstellingen aangepast, geschrapt of toegevoegd?
- Kan u de 17 vooropgestelde doelen (en eventuele bijkomende doelen) toelichten en voor elk van hen een stand van zaken meegeven? Welke acties en budgetten werden hiertoe reeds voorzien en uitgevoerd/gespendeerd? Welk tijdspad en budget werd er vastgelegd voor elk van deze doelstellingen?
- Kan u duiden welke impact de coronacrisis heeft gehad op de ontwikkeling en ontplooiing van de Strategie 2030, alsook op de budgetten die hieromtrent voorzien waren? Welke vertragingen werden daarbij reeds opgelopen? Op welke manier zullen deze ingehaald worden?
 
 
Antwoord    Bij deze kan ik u de volgende elementen van antwoord verstrekken op uw vraag:

De sociale top, die begin dit jaar gepland was, heeft wel degelijk plaatsgevonden op 16 januari 2020. De voltallige regering en de sociale gesprekspartners (Brupartners – Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) hebben daarop de tekst van de Strategie GO4Brussels 2030 officieel bekrachtigd.

Aan de bijeenkomst ging een heel overlegproces met de sociale gesprekspartners vooraf. Op basis daarvan werden nog enkele wijzigingen doorgevoerd. Verder in dit antwoord licht ik u dat overleg nader toe. Alle informatie omtrent de Strategie vindt u op deze link:
https://www.brupartners.brussels/nl/strategie-2030-go4brussels2030

Zoals ik al zei, steunde de uitwerking van de Strategie op formeel overleg met de sociale gesprekspartners die allemaal samen vertegenwoordigd zijn bij Brupartners. Concreet zijn daar eind 2019 drie volledige werkdagen aan gewijd (25 november, 3 en 4 december 2019). Die vergaderingen gingen onder meer over het statuut van de verschillende doelstellingen (“overlegde” of “gedeelde” prioriteit). Zo werd bijvoorbeeld de doelstelling in verband met mobiliteit op vraag van de sociale gesprekspartners deels omgevormd tot een “gedeelde” doelstelling. Met name voor de volgende beleidswerven:
- 1.9.7 Bedrijfsvervoersplannen;
- 1.9.8 Bedrijfsleveringsplannen;
- 1.9.9 Gedeeld gebruik van parkeerplaatsen;
- 1.9.10 Coördinatie van de bouwplaatsen.

De samenwerking met de Gemeenschappen verloopt in twee fases. In een eerste fase hebben alle Brusselse actoren de volledige tekst van de Strategie op 16 januari 2020 goedgekeurd. Vervolgens werd beslist om de tweede pijler van de Strategie, waarvoor samenwerking met de andere deelstaten vereist is, aan die deelstaten voor te leggen en indien nodig aan te passen. Tot 10 maart 2020 vonden werkvergaderingen plaats met de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Daarbij hebben we een overzicht opgemaakt van de doelstellingen en beleidswerven waarvoor er een wil tot samenwerken is. Dat formele proces moest door de coronacrisis worden onderbroken. Het is dus te vroeg om nu al te zeggen of de verschillende beleidswerven nog aanpassingen zullen ondergaan.


Hieronder vindt u de elementen van antwoord die bezorgd werden door de initiatiefnemende ministers achter de verschillende doelstellingen van de Strategie.

Doelstelling 1.1: De voorwaarden creëren voor de economische transitie om bij te dragen tot de gewestelijke klimaatdoelstellingen
Initiatiefnemende Minister(s)
· De Minister die bevoegd is voor klimaattransitie, leefmilieu, energie en participatieve democratie
· De Staatssecretaris die bevoegd is voor economische transitie en wetenschappelijk onderzoek

Beleidswerf 1.1.1 Climate governance tot stand brengen samen met de sociaaleconomische partners
Op voorstel van Minister Alain Maron heeft de regering:
· in oktober 2019 de Brusselse bijdrage aan het Nationaal Energieplan (NEKP) goedgekeurd;
· in november 2019 de Brusselse bijdrage aan de klimaatstrategie op lange termijn goedgekeurd;

in juli 2020 het voorontwerp van ordonnantie dat de klimaatstrategie van het Gewest op middellange termijn bepaalt, goedgekeurd. In de memorie van toelichting bij dat voorontwerp is bepaald dat “de regering, om deze [climate] governance te organiseren, een coördinatieorgaan tussen besturen en kabinetten wil oprichten, dat de naam Taskforce Klimaat krijgt. De opvolging van de uitvoering van het LKEP wordt toevertrouwd aan de Taskforce Klimaat, die elk jaar een verslag uitbrengt van zijn vorderingen. Het Comité van klimaatdeskundigen kan voor zijn werkzaamheden steunen op dat verslag.“ Het voorontwerp van ordonnantie werd in september 2020 ter advies voorgelegd aan Brupartners.

Beleidswerf 1.1.2 De economische transitie naar een koolstofvrije, circulaire en regeneratieve economie programmeren en ten uitvoer brengen 

Ondanks de coronacrisis kon in mei 2020 een eerste werkgroep, samengesteld uit de besturen Leefmilieu Brussel, Brussel Economie en Werkgelegenheid, hub.brussels en Innoviris, van start gaan om na te denken over de perimeter en de krachtlijnen van de toekomstige economische transitiestrategie en om het uitwerkingsproces van die strategie voor te bereiden op basis van een model dat zeer sterk lijkt op het model dat gehanteerd werd voor andere plannen, zoals de Good Food-strategie, het GPCE, enz. en waarbij dus de overheid, de privésector en andere betrokken spelers samen bepalen welke uitdagingen in het verschiet liggen en welke initiatieven naar aanleiding daarvan ondernomen moeten worden.

Bij een analyse is gebleken dat de economische transitiestrategie niet los te koppelen valt van de andere thematische strategieën, omdat de krachtlijnen, initiatieven en instrumenten die ermee gepaard gaan, zo dicht bij elkaar aanleunen of zelfs gelijkaardig zijn.

Daarom wordt voorgesteld om het GPCE, alles wat verband houdt met lokale productie, van ambachten tot nijverheid (Industrieplan), het beleid ter ondersteuning van de economische activiteit (Small business Act), het handelsbeleid (SHO), de doordachte digitalisering van de economie en de digitale sector, alles wat te maken heeft met de afstemming van de bedrijfsorganisatie op de transitie (sociaal en democratisch ondernemerschap), maar ook de economische hoofdstukken van de milieuplannen, zoals het HABP (afval – hulpbronnen), de Good Food-strategie en het energierenovatiebeleid, ook al zal dit op een eigen leest worden geschoeid (zie 1.1.5.), op te nemen in de perimeter van de economische transitiestrategie.

Beleidswerf 1.1.3 Alle instrumenten voor economische ondersteuning geleidelijk omschakelen naar koolstofvrije productiemodellen, de circulaire en regeneratieve economie, sociaal en democratisch ondernemerschap en de digitalisering van de economie

Bij de voorbereiding van de economische transitiestrategie zal aandacht uitgaan naar de geleidelijke omvorming van de toegankelijkheidscriteria van de economische instrumenten. Er zijn al enkele zaken gerealiseerd:

· de investeringsstrategie in het kader van de herkapitalisering van Finance & Invest Brussels;
· de ontwikkeling van de proxilening en van een mechanisme dat moet toelaten meer een beroep te doen op burgerspaargeld;
· het Brussels Waarborgfonds en de criteria om daarvan gebruik te kunnen maken;

projectoproepen zoals
· be circular ter ondersteuning van nieuwe activiteiten in de kringloopeconomie,
· open soon 2020 om de opening van nieuwe handelszaken te ondersteunen,
· local & Together om gedeelde dynamieken tussen verenigingen van handelaars te ondersteunen,
· SDO om het sociaal en solidair ondernemerschap te ondersteunen,
· enz.,

die de transitie in de reële economie verankeren en het pad effenen voor zeer concrete voorbeelden van economische transitie.

Beleidswerf 1.1.4 Een programma uitwerken dat stimulansen biedt voor overheidsbestellingen en een Brussels aanbod dat koolstofvrij en circulair georiënteerd is.

Deze beleidswerf moet nog worden opgestart, maar maakt integraal deel uit van de voorbereiding van de economische transitiestrategie en is bedoeld om een overheidsbeleid ter ondersteuning van de economische transitie te coördineren. Er is trouwens ook een maatregel in het (tweede luik van het) relance- en herontwikkelingsplan aan gewijd. Hij is er tevens op gericht onze Brusselse bedrijven te begeleiden, zodat zij in staat gesteld worden in te tekenen op overheidsopdrachten.

Beleidswerf 1.1.5 Van start gaan met de Alliantie “Werkgelegenheid – Leefmilieu - Financiën” 

Met het oog op de uitvoering van deze beleidswerf heeft de regering vooreerst in april 2019 een strategie om de milieu-impact van de bestaande gebouwen te beperken, goedgekeurd. De krachtlijnen daarvan werden verwerkt in de gewestelijke beleidsverklaring en daarna, in januari 2020, in de Strategie 2030. De Alliantie zal vanaf januari 2021 operationeel vorm krijgen. Dat zal gebeuren op een vergelijkbare manier als bij de economische transitiestrategie, namelijk door de sectorale spelers en de financieringsactoren samen antwoorden te laten formuleren op de aan te pakken uitdagingen.


Doelstelling 1.2: De zko’s en kmo’s ondersteunen, met inbegrip van de industrie, de ambachten, de buurtwinkels en het sociaal en democratisch ondernemerschap
Initiatiefnemende Minister(s)
· De minister die bevoegd is voor klimaattransitie, leefmilieu, energie en participatieve democratie
· De staatssecretaris die bevoegd is voor economische transitie en wetenschappelijk onderzoek

Zoals ik onder punt 1.1.2. heb uitgelegd, zullen alle thema’s die onder deze doelstelling vallen, onderdeel vormen van de aanpak van de economische transitie.

Beleidswerf 1.2.1 De Small Business Act evalueren, updaten en ten uitvoer brengen als instrument van economische transitie:

Er werden en er worden nog verschillende maatregelen uitgewerkt die kaderen in de aanpak van de gevolgen van de coronacrisis en deel uitmaken van het tweede luik van het relance- en herontwikkelingsplan.

Alle initiatieven ter ondersteuning van ondernemers die in dat verband zijn opgestart, passen in de doelstellingen van de SBA:
· de ondernemingen beter informeren en begeleiden via hub.brussels;
· het financieringsaanbod voor de bedrijven verder ontwikkelen: herkapitalisering van Finance & Invest Brussels, de proxilening, burgerspaargeld;
· de Circular Regulation Deal, die reeds via het GPCE was ingevoerd, uitbreiden om de juridisch-administratieve hindernissen waarmee bedrijven te maken krijgen, weg te werken en zo een structureel antwoord te bieden op de “opgelijste behoeften”.

Beleidswerf 1.2.3 Een Brussels industrieel project ontwikkelen dat aansluit bij de economische transitie.

Het bestaande Industrieplan werd samen met de stakeholders geëvalueerd en het relance- en herontwikkelingsplan benadrukt het belang om opnieuw lokaal te gaan produceren in Brussel als kernonderdeel van een economische strategie. De beheersovereenkomst van CityDev tot slot voorziet in een verdere ondersteuning van de Cityfabs en in de oprichting van een platform van fablabs (gelijkaardig met het incubatorenplatform) met als doel Brussel te laten meedraaien in de dynamiek van “fabcities” en productiesteden.

Beleidswerf 1.2.4 Het sociaal en democratisch ondernemerschap laten doorbreken als economisch model met potentieel.

Er werden al verschillende acties ondernomen:
· Innoverende projectoproepen uitgewerkt door sociale en democratische ondernemingen onder leiding van minister Clerfayt, op basis waarvan in 2020 zestien projecten van coöperatieven of vzw’s gefinancierd konden worden. Meerdere coöperatieven die via die projectoproep geselecteerd werden, zijn actief in de digitale branche, wat dus aansluit bij de doelstelling om coöperatieve platformen te ondersteunen (coöperatieven 2.0);
· De projectoproep Be Circular, die voorzag in meer voor ondernemingen die erkend zijn op grond van de ordonnantie betreffende het SDO of coöperatieven;
· De projectoproep Prove Your Social Innovation die onlangs, op 6 oktober 2020, werd uitgeschreven door Innoviris. Die projectoproep is bedoeld om initiatiefnemers van projecten te helpen bij het valideren van de haalbaarheid en levensvatbaarheid van een nieuw en sociaal innovatief product of proces dat of dienst die beantwoordt aan een duidelijk vastgestelde sociale behoefte;

Niet alleen de bovengenoemde projectoproepen hielpen om het sociaal en democratisch ondernemerschap onder de aandacht te brengen en te bevorderen. Zo plaatste hub.brussels bedrijven die het goede voorbeeld geven, op de voorgrond en nam staatssecretaris Barbara Trachte meermaals deel aan de werkzaamheden van de interfractiewerkgroep van het Europees Parlement die zich buigt over de sociale economie.

oelstelling 1.3: Een onderzoeks- en innovatiebeleid op gang brengen dat bevorderlijk is voor de economische, sociale, solidaire en klimaattransitie
Initiatiefnemende Minister(s):
· de staatssecretaris die bevoegd is voor economische transitie en wetenschappelijk onderzoek

Beleidswerf 1.3.1 Het Gewestelijk Innovatieplan 2021-2025 uitwerken 

De werkzaamheden voor de uitwerking van het nieuwe GIP vorderen goed. Het plan zal tegen eind 2020 klaar zijn – die deadline is belangrijk, omdat het GIP een omschrijving geeft van de slimme specialisatiestrategie voor het Brussels Gewest en dat is een randvoorwaarde om Europees geld uit het EFRO te krijgen.

Momenteel staat nog tot eind oktober een vragenlijst online. Het is de bedoeling dat spelers uit de innovatiesector, maar ook burgers hun mening kenbaar maken over de tot dusver vastgestelde maatschappelijke uitdagingen.
U kunt die hier raadplegen:
https://s.chkmkt.com/?e=205451&h=34E658FA4274B72&l=nl

Samen met de stakeholders en enkele geïnteresseerde deelnemers van de enquête zal een
innovation camp worden georganiseerd om de strategische innovatiegebieden beter af te lijnen. Het eindverslag wordt verwacht tegen 18 december 2020.

Beleidswerf 1.3.2 De geweststeun toespitsen op onderzoeks- en innovatieprojecten die het gewest beter in staat stellen om de prioritaire uitdagingen waar het voor staat, aan te pakken (veerkracht, steun voor initiatieven die strekken tot voorbeeld op het vlak van sociale en ecologische duurzaamheid)

Innoviris is begonnen met het herwaarderen van de criteria die het hanteert om de gefinancierde projecten en hun impact op het Brussels Gewest te onderzoeken. Het baseert zich daarbij op officiële documenten, zoals de gewestelijke beleidsverklaring en de beleidsbrieven, maar ook op internationale indicatoren, zoals de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Die nieuwe criteria zijn selectiever op het vlak van de milieu- en maatschappelijke aspecten. Dat past in de doelstelling om de economische steun tegen 2030 te heroriënteren. Verder werd een
gap analysis tussen de huidige projecten en de voor 2030 beoogde doelstelling uitgevoerd. De beoordelingscriteria werden op grond van de gewestelijke beleidsverklaring bijgewerkt en er werd een eerste kader voor de (reglementaire) beoordeling van de ethische aspecten uitgewerkt.

Beleidswerf 1.3.3: De Brusselse RDI-ecosystemen versterken

Het is de bedoeling om de betrokkenheid van alle Brusselse stakeholders bij de onderzoeks- en innovatiedynamiek te stimuleren om relevantere resultaten te boeken in de overgang naar duurzame modellen. Op het vlak van artificiële intelligentie heeft Innoviris heel wat voorbereidend werk verricht om Brussel bij de EU voor te dragen als vestigingslocatie voor een
European Digital Innovation Hub (EDIH). Het consortium, bestaande uit Sirris, de VUB, de ULB, Be Central en Agoria, stelt voor een EDIH te wijden aan artificiële intelligentie ten dienste van de transitie.

De Brusselse regering heeft onlangs trouwens haar steun verleend voor die kandidatuur.

Innoviris wil ook de actoren van de non-profitsector inschakelen. In dat verband werd recent een geheel nieuwe projectoproep uitgeschreven voor de sociale innovatiesector.
Prove Your Social Innovation (PYSI) komt tegemoet aan een behoefte van de sector en is bedoeld om sociale innoveerders te helpen bij het valideren van de haalbaarheid en levensvatbaarheid van een nieuw en sociaal innovatief product of proces dat of dienst die beantwoordt aan een duidelijk vastgestelde sociale behoefte. De projectoproep loopt af op 5 januari 2021.

Beleidswerf 1.3.4 Wetenschappelijke samenwerking verbeteren en de overdracht en de benutting van de voortgebrachte kennis vlotter laten verlopen.

Deze beleidswerf is erop gericht de resultaten van onderzoek, ontwikkeling en innovatie concreet te benutten en tegelijk de samenwerking tussen de sectoren te versterken. Innoviris blijft de stakeholders ertoe aanzetten om samen te werken. Naar aanleiding van de speciale covid-oproep, die tot doel heeft om de ontwikkeling van vaccins en andere beschermingsmiddelen tegen Covid-19 vlotter te doen verlopen, kregen de samenwerkende organisaties een top-up financiering. De projectoproep
Joint R&D over “de industrie van morgen: groen, menselijker en slim” verplicht de onderzoekscentra en de start-ups of bedrijven om met elkaar samen te werken en een team samen te stellen om te kunnen kandideren.

De nieuwe projectoproep
Prospective Research tot slot roept onderzoekers op om na te gaan welke scenario’s denkbaar zijn bij een systeemcrisis (gezondheids-, milieu, financiële of geopolitieke crisis) en mogelijke manieren uit te tekenen om daarop te reageren en de gewenste uitkomst te bereiken. Het resultaat van dat prospectief onderzoek zal in het Brussels Parlement ter informatie en als leidraad voor het beleid worden voorgesteld.


Doelstelling 1.4: De economie ondersteunen in de sectoren die kwaliteitsvolle banen kunnen opleveren voor de Brusselaars
Initiatiefnemende Minister:
· Minister-President

Beleidswerf 1.4.1 Digitale economie zie doelstelling 1.8

Beleidswerf 1.4.2 Creatieve en culturele industrie (met inbegrip van de audiovisuele media)

De regering heeft beslist om screen.brussels fund naast de drie jaarlijkse financiële participaties in audiovisuele producties een bijkomende dotatie van 1 miljoen euro toe te kennen. Dat bedrag moet dienen om de extra kosten die bij producties in Brussel gemaakt moeten worden om te voldoen aan de door protocollen opgelegde gezondheids- en veiligheidsmaatregelen, op te vangen en om het verlies aan financiering uit de tax shelter te compenseren.

Beleidswerf 1.4.3 Toerisme, cultuur, evenementen en erfgoedberoepen

De toeristische sector, die goed is voor ongeveer 10% van de inkomsten van het Brussels Gewest en waarin meer dan 50.000 mensen aan het werk zijn, is een van de sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de coronacrisis. Het toerisme in Brussel had zich hersteld van de gevolgen van de aanslagen van 2016 en bleef jaar na jaar verder groeien. In 2020 werd zelfs de kaap van tien miljoen overnachtingen gerond, dat is dubbel zoveel als in 2010, maar aan dat momentum kwam abrupt een einde door het uitbreken van de wereldwijde gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus.

Net zoals alle andere grote steden en metropolen in de wereld, heeft Brussel meer dan het platteland en de kust te lijden onder de crisis en het zal – daarvan moeten we ons terdege bewust zijn – nog een tijd duren voordat het aantal bezoekers van vóór de crisis opnieuw bereikt wordt. Bovendien heeft ons Gewest omwille van zijn statuut van Europese hoofdstad en hoofdzetel van tal van internationale instellingen en organisaties, meer nog dan andere steden te lijden onder het stilvallen van het zakentoerisme, dat de helft van de Brusselse toeristische sector uitmaakt.

Visit.brussels heeft het project Bright 2020 nog kunnen uitvoeren, maar de rest van de geplande activiteiten ondervond de gevolgen van de gezondheidscrisis die in maart 2020 is losgebarsten. Daarom heeft de regering visit.brussels een uitzonderlijk budget van tien miljoen euro toegekend om een hulpplan voor de toeristische sector uit te voeren. Naast een marketingcampagne om Brussel opnieuw als bestemming aan te prijzen en de invoering van een hygiëne- en veiligheidslabel, werden vijf fondsen in het leven geroepen om de spelers van de toeristische sector onder meer te helpen een elektronisch betaal- en ticketsysteem aan te schaffen, sanitair beschermingsmateriaal te kopen, een deel van de kosten voor het organiseren van B2B-evenementen te dragen en zichzelf te moderniseren met digitale technologische uitrustingen, ...

Beleidswerf 1.4.5 Welzijn en gezondheid
Zie doelstelling 1.10 - Beleidswerf “De e-gezondheidssector stimuleren”
Zie doelstelling 1.3 - Beleidswerf “De Brusselse RDI-ecosystemen versterken”.
Zie doelstelling 2.3 – Beleidswerf “Sectorale kaderakkoorden en oprichting van opleidings- en tewerkstellingspolen” (non-profitsector)
Zie doelstelling 2.7 - Sociale ongelijkheid aanpakken en de toegang tot de gezondheidszorg waarborgen

Beleidswerf 1.4.7 Transport & Logistiek
Zie doelstelling 2.3 - Beleidswerf “Sectorale kaderakkoorden en oprichting van opleidings- en tewerkstellingspolen”.
Zie doelstelling 1.9 – Beleidswerf “Good Service – de mobiliteitsdiensten”.
Zie doelstelling 1.8 - Beleidswerf “De digitale transitie versnellen ter ondersteuning van de economische transitie”

Beleidswerf 1.4.8 Voedingsberoepen (horeca en voedingsindustrie)
Zie doelstelling 2.3 - Beleidswerf “Sectorale kaderakkoorden en oprichting van opleidings- en tewerkstellingspolen”.
Zie doelstelling 1.1 – Beleidswerf “De economische transitie naar een koolstofvrije en circulaire economie programmeren en ten uitvoer brengen”

Beleidswerf 1.4.9 Bouw
Zie doelstelling 2.3 - Beleidswerf “Sectorale kaderakkoorden en oprichting van opleidings- en tewerkstellingspolen”.
Zie doelstelling 1.1 – Beleidswerf “Van start gaan met de Alliantie Werkgelegenheid – Leefmilieu - Financiën”.
Doelstelling 1.5: De export bevorderen en buitenlandse investeringen aantrekken naar het Brussels Gewest
Initiatiefnemende Minister:
· De staatssecretaris die bevoegd is voor Europese en internationale betrekkingen en buitenlandse handel

In het kader van doelstelling 1.5 “De export bevorderen en buitenlandse investeringen aantrekken naar het Brussels Gewest” werden acties gepland in de volgende beleidswerven:

1.5.2: internationale commerciële acties gericht op de Brusselse kernsectoren en op veelbelovende geografische markten;
1.5.3: een sterker gepersonaliseerde begeleiding bij de uitvoer;
1.5.4: een betere integratie van de sociale en milieuaspecten bij internationale handelsacties;
1.5.5: investeerders en ondernemers van velerlei aard aantrekken in sectoren met job- en innovatiepotentieel in functie van de prioritaire geografische zones van het Brussels Gewest.


Door de Covid-19-crisis konen slechts een deel van de acties plaatsvinden. Die acties maken deel uit van het relance- en herontwikkelingsplan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Beleidswerf 1.5.2 Internationale commerciële acties gericht op de Brusselse kernsectoren en op veelbelovende geografische markten

In het kader van de Covid-19-crisis heeft hub.brussels personeel van de bestaande onderzoekscel ingezet voor internationale zaken, maar daarvoor was geen extra budget nodig. Anderzijds voorziet het relance- en herontwikkelingsplan in de analyse en de toepassing van een "nieuwe exportstrategie door middel van de prospectie van internationale markten", die tot doel heeft nieuwe internationale nichemarkten te vinden na de geleidelijke opheffing van de inperkingsmaatregelen.

Beleidswerf 1.5.3 Een sterker gepersonaliseerde begeleiding bij de uitvoer
hub.brussels heeft een reeks specifieke hulpmiddelen ontwikkeld om exporteurs te helpen. Die hulpmiddelen werden ook in het kader van Covid-19 aangepast om ze specifiek te ondersteunen:

· er werden een tiental informatieve webinars georganiseerd met betrekking tot de weerbaarheid van de buitenlandse handel in tijden van pandemie;
· er werden ook instrumenten ontwikkeld die rechtstreeks door nieuwe exporteurs kunnen worden gebruikt (standaardcontracten, gidsen, clausules, advies, enz.);
· ook de communicatie over deze nieuwe ondersteunende dienst werd ontwikkeld.

Prospectiemissies in het buitenland en stands op internationale beurzen werden vanwege de lockdown en andere beperkende maatregelen geannuleerd.

In het kader van het relance- en herontwikkelingsplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd besloten om deze specifieke steun voor nieuwe exporteurs verder te versterken, gezien de noodzaak om de potentieel verloren afzetmogelijkheden snel terug te winnen in het licht van de verstoringen op de interne markt en in de wereldhandel. Zo werd 75.000 euro gereserveerd voor de ontwikkeling van zelfdiagnose-instrumenten om te beoordelen of bedrijven klaar zijn voor buitenlandse handel en worden er individuele ondersteuningsprogramma's ontwikkeld.

Beleidswerf 1.5.4 Een betere integratie van de sociale en milieuaspecten bij internationale handelsacties

De geplande acties (seminars en promotie- en uitwisselingsacties voor vrouwelijke ondernemers die exporteren en een campagne om de zichtbaarheid van voorbeeldige bedrijven op sociaal en milieugebied te vergroten) zijn helaas geannuleerd als gevolg van de lockdown en de maatregelen inzake social distancing. Die ondersteuningsevenementen zijn namelijk vooral gebaseerd op netwerken, wat nuttig is om nieuwe vrouwelijke ondernemers en bedrijven aan te moedigen om internationaal actief te worden of om meer aandacht te besteden aan de sociale en milieuaspecten van hun activiteiten. Die activiteiten zijn daarom uitgesteld tot 2021.

Beleidswerf 1.5.5 Investeerders en ondernemers van velerlei aard aantrekken in sectoren met job- en innovatiepotentieel in functie van de prioritaire geografische zones van het Brussels Gewest

Het was de bedoeling acties te organiseren om extra investeerders aan te trekken in doelsectoren.


In het kader van het relance- en herontwikkelingsplan van het Brussels Gewest zet hub.brussels een marketingcampagne op om Brussel bij buitenlandse investeerders in bepaalde sectoren te promoten. In deze onzekere tijden zullen investeerders ook meer diepgaande en gepersonaliseerde ondersteuning nodig hebben alvorens hun investeringen te doen. Daarom is het ook de bedoeling om een one-stop-shop te ontwikkelen voor de ondersteuning van buitenlandse investeerders. Deze twee maatregelen vertegenwoordigen een budget van 260.000 euro in 2020.

Doelstelling 1.6: Ontwikkeling van de strategische gebieden ter ondersteuning van het economisch beleid van de Brusselse regering
Initiatiefnemende Minister:
· De Minister-president, die bevoegd is voor territoriale ontwikkeling en stadsvernieuwing

In het kader van doelstelling 1.6. van de Strategie GO4 Brussels 2030 over “de ontwikkeling van de strategische gebieden ter ondersteuning van het economisch beleid van de Brusselse regering” wordt een bijhorend budget van 100.000 euro bestemd voor territoriale marketing. Dat budget is tot op heden door perspective.brussels nog niet vereffend. Voor het overige zijn de meeste budgetten die voor de ontwikkeling van die gebieden moeten dienen, sectorale budgetten van het gewest die niet opgenomen zijn in dit plan, maar die deel uitmaken van de budgetten van de verschillende bevoegde besturen en instellingen.

Zoals duidelijk blijkt uit de titel van de doelstelling, is het de bedoeling om een lijst op te maken van alle strategische gebieden van het Brussels Gewest, die van ondersteunend belang kunnen zijn voor het economisch beleid van de Brusselse regering. Iedereen weet inmiddels welke de strategische gebieden zijn, want de meeste daarvan zijn al opgenomen in het GPDO: de vroegere kazernes in Elsene, het Zuidstation, de Deltasite, Schaarbeek-Vorming, het braakliggend terrein Josaphat, het Weststation, de site van de slachthuizen, de Heizelvlakte, de Reyerssite (met het project Mediapark), de Kanaalzone (met het museum Kanal), enz.

Iedere strategische site heeft zijn eigen specifieke kenmerken en ook de mate waarin elk ervan gevorderd is, verschilt sterk: voor sommige is een ontwerp-RPA uitgewerkt, terwijl andere zich al bevinden in de operationele ontwikkelingsfase; van sommige gronden is het Gewest al eigenaar en voor andere voert het onderhandelingen om het te worden, …

Ik kan hier natuurlijk moeilijk voor elke beoogde site een nauwkeurige staat van vordering geven. Daarvoor verwijs ik u naar mijn antwoorden op de interpellaties, de mondelinge en schriftelijke vragen en de vragen om uitleg die mij over dit onderwerp in de commissie Territoriale Ontwikkeling al zijn gesteld.

Bij wijze van voorbeeld wil ik echter wel verwijzen naar de site van de vroegere kazernes, waar de MSI een overgangsproject heeft ontwikkeld, beter bekend onder de naam “See U”. Dit tijdelijke gebruiksproject is een heus succes. Zo berichtte het mediakanaal Bruzz onlangs nog dat in de maand augustus meer dan 15.000 mensen de site hadden bezocht. De winnaar van de internationale wedstrijd die de MSI (in mei 2019) had uitgeschreven om de projectontwerper voor de herinrichting van de openbare ruimte op de site aan te wijzen, was op 24 december 2019 bekend. Verder keurde de Brusselse regering op 9 juli 2020 na een tweede lezing het ontwerp-RPA voor de vroegere kazerne van Elsene goed. Het RPA zal een van de komende weken definitief worden goedgekeurd. Recenter tot slot heeft het Brussels Gewest de stedenbouwkundige vergunningen uitgereikt voor de eerste renovatie- en herbestemmingswerken aan de emblematische gebouwen op de site. Zo kreeg de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (sau-msi.brussels) een vergunning om de vroegere manege te renoveren en om te vormen tot een duurzame voedingshal. Daarnaast kregen ook de universiteiten ULB en VUB een vergunning om de gebouwen aan de Generaal Jacqueslaan te renoveren en te herbestemmen tot universitaire voorzieningen en woningen voor onderzoekers.

Voor Reyers, Josaphat, het Weststation, het Zuidstation en Herrmann-Debroux (Deltasite) wordt gewerkt of de laatste hand gelegd aan een ontwerp-RPA. Zij bevinden zich elk in een verschillend stadium van vordering.

In verband met het Weststation kan ik u nog meedelen dat wij er akte van nemen dat de NMBS de grond niet meer wenst over te dragen aan het Gewest, maar zij bevestigt wel dat zij als partner bij de ontwikkeling van de site betrokken wil blijven worden.

Verder lopen er nog altijd gesprekken over de aankoop van de strategische site Wiels en over die van het terrein Schaarbeek-Vorming.

Doelstelling 1.7: De fiscale hervorming verder uitdiepen
Initiatiefnemende minister(s):
· De Minister die bevoegd is voor financiën
· De Minister die bevoegd is voor de plaatselijke besturen

De coronacrisis heeft de planning dooreengeschud en het beheer van deze crisis verdient alle prioriteit, ook op het vlak van de beschikbare beleidsmiddelen. Wat de timing betreft: in beginsel zal er werk van worden gemaakt tijdens deze legislatuur, eens de crisis onder controle is. Zoals recent nog aangetoond is, evolueert die echter snel, wat ook nieuwe budgettaire maatregelen met zich meebrengt.

Doelstelling 1.8: De digitale transitie van de Brusselse economie waarmaken
Initiatiefnemende minister(s):
· De Minister die bevoegd is voor werk en beroepsopleiding, digitalisering en administratieve vereenvoudiging
· De Staatssecretaris die bevoegd is voor economische transitie en wetenschappelijk onderzoek

Beleidswerf 1.8.1 De digitale transitie versnellen ter ondersteuning van de economische transitie

Begin 2020 hebben de initiatiefnemende kabinetten gesprekken opgestart om het platform bedigital.brussels te evalueren. Het NextTech-plan werd in juni 2020 geëvalueerd. Daarbij werden in samenhang met doelstelling 1.4 onder meer beheersproblemen vastgesteld. In februari 2020 werd het sectorale kaderakkoord met de ICT-sector gesloten.

Beleidswerf 1.8.2 De e-gezondheidssector stimuleren. Er is met de organisatoren van de govtech summit “Public” gepraat over het opzetten van projecten rond govtech, meer bepaald op het vlak van e-health.

Beleidswerf 1.8.3 Een ambitieus gewestelijk beleid inzake open-datamanagement voeren


· Strategische regeringsnota over het Brusselse databeheer (te voltooien vóór eind 2020).
· Regeringsnota waarin de basisbeginselen in verband met het databeheer voor het gegevensuitwisselingsplatform worden uiteengezet.
· Lancering van de open-datawebsite van het gewest “datastore.brussels”.

Beleidswerf 1.8.4 De betrekkingen tussen besturen en ondernemingen verbeteren via de digitale transitie

Opmaak van “Easy Way”, het plan voor administratieve vereenvoudiging 2020-2025, met bijzondere aandacht voor de administratieve vereenvoudiging voor bedrijven.


Goedkeuring van de ordonnantie Once Only.

Verspreiding van een omzendbrief over het gebruik van elektronische facturering bij overheidsopdrachten en organisatie van workshops (voor besturen en bedrijven).

Uitvoering van een studie met de medewerking van Deloitte met een top 30 van de lastigste formulieren voor burgers en bedrijven en uitvoering van een begeleidingsplan door easy.brussels.

Verspreiding van een praktische gids over de elektronische handtekening voor besturen en bedrijven (vóór eind 2020).

Beleidswerf 1.8.5 Alle burgers begeleiden bij de digitale transitie om tegemoet te komen aan de verwachtingen van de arbeidsmarkt

Opmaak en uitvoering van een plan 2020-2025 om te leren omgaan met de digitale technieken.

Opzetten van een (niet-digitale) communicatie-en bewustmakingscampagne voor het grote publiek gericht tot de doelgroepen die het verst van de digitale technieken af staan, onder wie de werkzoekenden.

Steun voor CABAN en voor de erkende OCR’s in het gewest om het netwerk van OCR’s te coördineren.

Opstart van een partnerschap met de privésector en deelname aan de taskforce digitale insluiting in België van BNP.


Projectoproep met de Koning Boudewijnstichting om de digitale basisvaardigheden van de Brusselaars te verbeteren.

Doelstelling 1.9: Een efficiënte mobiliteit met respect voor de gezondheid en de levenskwaliteit
Initiatiefnemende Minister:
· de Minister die bevoegd is voor mobiliteit, openbare werken en verkeersveiligheid

Het opstellen van de nieuwe bedrijfsvervoersplannen wordt met één jaar uitgesteld omwille van:
· de impact van het veralgemeend telewerken op het aantal bedrijven dat onder de BVP-verplichting valt;
· de beperkte representativiteit van de mobiliteitsgegevens door de gevolgen van de covid-19-crisis;
· de harmonisatie met de federale diagnostiek en de vraag voor uitstel met één jaar geuit door de bedrijfsfederaties.

BruPartners gaf een gunstig advies op 9 juni 2020.

In het kader van het relanceplan werd een taskforce telewerk voorgesteld in samenwerking met o.a. BruPartners.

In het kader van het relanceplan werd een opstart van de bedrijfsleveringsplannen voorgesteld.

Doelstelling 2.1: De jongerengarantie verder uitvoeren
Initiatiefnemende Minister(s):
· De Minister-President
· De Minister die bevoegd is voor werk

De jongerengarantie bestaat sinds januari 2014 en vormt een van de belangrijke onderdelen van de Strategie 2030. Het gaat ook om een prioriteit die via Brupartners gedeeld wordt met de sociale gesprekspartners. Dit initiatief is algemeen bedoeld om de werkloosheid en de ondertewerkstelling van jongeren tussen 15 en 25 jaar te helpen bestrijden. Daarnaast is het erop gericht de vaardigheden van de jongeren te verbeteren, zodat zij (terug) hun plaats kunnen innemen op de arbeidsmarkt. Het wordt gecoördineerd door de minister-president, in nauwe samenwerking met de minister van werk. Er zijn specifieke en operationele doelstellingen voor bepaald, die via een dertigtal maatregelen ten uitvoer worden gebracht. Het BISA en view.brussels hebben als taak om de indicatoren aan de hand waarvan we de evolutie van de jongerengarantie kunnen opvolgen, te omschrijven en te verzamelen. De doelstellingen zullen in 2021 naar aanleiding van de bijwerking van de Europese aanbeveling uit 2013, de nieuwe programmeringsperiode van de Europese structuurfondsen, maar ook en vooral om een antwoord te bieden op de gevolgen van de coronacrisis, worden geüpdatet. In dat verband is het essentieel om (opnieuw) naar de jongeren toe te gaan, en dan op de eerste plaats naar de jongeren die het grootste risico lopen af te haken op school of om op socio-professioneel vlak uit de boot te vallen, door de jongeren (en hun ouders) in te lichten over de maatregelen die via dit beleidsinitiatief al zijn ingevoerd. De jongerengarantie is opgebouwd rond vijf thematische werkpijlers, die gecoördineerd worden door een partner met erkende ervaring, en een transversale pijler die betrekking heeft op de coördinatie, de monitoring en de evaluatie van dit instrument. Al die pijlers werden goedgekeurd op de sociale top van 16 januari jongstleden. Het gaat om:
· een thematische pijler gewijd aan algemene voorlichting en doorverwijzing: de vzw Infor-Jeunes Bruxelles;
· een pijler met betrekking tot sociale insluiting en inschakeling: de dienst Scholen van perspective.brussels;
· een thematische pijler over de beroepsopleiding: Bruxelles Formation;
· een pijler met betrekking tot stages en het opdoen van ervaring in het bedrijfsleven: Bruxelles Formation en Actiris;
· een thematische pijler gericht op de toeleiding naar werk: Actiris en hub.brussels (YET-netwerk);
· een transversale pijler: het kabinet van de minister-president en dat van de minister van werk (met ook de coördinatie van het stuurcomité van de doelstelling).

De thematische en transversale sturing moet het mogelijk maken om op basis van de informatie die afkomstig is van de (bestaande of potentiële) partners, van mensen met ervaring en onrechtstreeks van de jongeren zelf (die in het stuurcomité vertegenwoordigd worden door allerlei jongerenverenigingen) de nodige of wenselijke aanpassingen door te voeren.

De belangrijkste taak bestaat erin de nodige contacten te leggen en de (potentiële) partners met elkaar te laten samenwerken om de synergieën / samenwerking / het doorgeven van informatie / partnerschappen binnen de thematische pijler te bevorderen en een passend netwerk tussen de pijlers uit te bouwen om op die manier de vooropgestelde doelstellingen van het beleidsprogramma te verwezenlijken.

Naar aanleiding van de coronacrisis werden meerdere maatregelen versterkt en/of herontwikkeld:

De thematische sturing werd versterkt door bijkomende middelen toe te kennen (pijlers 1 en 2).

Drie bestaande maatregelen werden versterkt om de verschillende groepen jongeren, en dan op de eerste plaats jongeren van 15 tot 25 jaar die sociaal uitgesloten dreigen te geraken (of dat al zijn), zo snel mogelijk (opnieuw) te laten meedraaien, zodat zij “terug de draad kunnen oppikken” in een traject dat hen de kans biedt om een kwaliteitsvol en zelf gekozen socio-professioneel traject uit te tekenen. Die drie maatregelen behoren tot het eerste deel van het relance- en herontwikkelingsplan. Het gaat om de volgende maatregelen:

1- Het bestaande netwerk van lokale informatie- en begeleidingsplatformen voor jongeren uitbreiden door twee of drie bijkomende platformen in het leven te roepen (het eerste in 2020 en daarna nog twee in 2021) om gemakkelijker in contact te kunnen treden met de jongeren in de minder goed bediende wijken;

2- De initiatieven ter bestrijding van vroegtijdige schooluitval bij jongeren van 15 tot 18 jaar (uitgebreid tot de jongeren onder de 21 in het alternerend onderwijs) versterken met als doel de huidige initiatieven voor jongeren die de school de rug hebben toegekeerd, op te voeren;

3- De initiatieven die erop gericht zijn NEET-jongeren van 18 tot 25 jaar die OCMW-steun krijgen, terug aan het studeren te krijgen of in een opleiding te doen stappen, herontwikkelen door sterker samen te werken met het lokale weefsel dat met die doelgroep werkt en door de opstart van bijkomende individuele pedagogische workshops (IPW) bij de Brusselse OCMW’s te onderzoeken.

Verder is in het eerste luik van het relance- en herontwikkelingsplan bepaald dat het aanbod van beroepsopleidingen, in het bijzonder voor jonge werkzoekenden, versterkt zal worden. Dat zal ook gebeuren met de socio-professionele begeleiding die beheerd wordt door Actiris en haar partners.

Tot slot voorziet het wetgevingsvoorstel om een relancepremie in te voeren voor de aanwerving van een werkzoekende, dat momenteel ter goedkeuring voorligt, in een specifieke premie voor jongeren onder de 30 jaar.

Doelstelling 2.2: Iedereen de toegang tot stabiel en duurzaam werk waarborgen & Doelstelling 2.3: De gekruiste beleidsinitiatieven werk-opleiding versterken
Initiatiefnemende Minister: De Minister die bevoegd is voor werk en beroepsopleiding

Het jaar 2020 werd volledig overschaduwd door de gezondheidscrisis en de gevolgen ervan voor de economie en de tewerkstelling.

Hieronder vindt u een overzicht van de initiatieven die in die bijzondere context ondernomen konden worden voor de beleidswerven 2.2 en 2.3:

Beleidswerf 2.2.1 Het betaald educatief verlof hervormen en de beroepsopleiding versterken om te voldoen aan de behoeften van de arbeidsmarkt: Met Brupartners zijn gesprekken aangevat over de hervorming van het betaald educatief verlof.

Beleidswerf 2.2.2 De integratie van werkzoekenden die ver verwijderd zijn van de arbeidsmarkt, mogelijk maken: Later in deze regeerperiode zullen de verschillende vormen van tewerkstellingssteun grondig worden geëvalueerd om met het nodige overzicht te kunnen oordelen over de benutting ervan, vooral na het verloren jaar 2020.

Beleidswerf 2.2.3 De kwaliteitsvolle tewerkstelling monitoren: De sociaaleconomische monitoring vindt plaats om de twee jaar, de volgende is gepland voor juli 2021.

Beleidswerf 2.2.4 Discriminatie bij aanwerving bestrijden en diversiteit bevorderen: Er werd met UNIA, het IGVM, Actiris en de inspectie vergaderd over het toenemend aantal meldingen, met bijzondere aandacht voor datamining.


Beleidswerf 2.2.5 Sociale dumping bij overheidsopdrachten bestrijden: De sociale partners hebben het vademecum half oktober goedgekeurd. De goedkeuring door de regering zal dus eind dit jaar volgen.

Beleidswerf 2.2.6 De sector van de dienstencheques laten voortbestaan: De hervorming werd in 2020 opgeschort, maar zal eind 2020 / begin 2021 worden hernomen.

Beleidswerf 2.2.7 Het aantal niet-ingevulde jobs terugdringen: In 2021 is een evaluatie van de arbeidsvergunningen gepland.

Beleidswerf 2.2.8 Initiatieven die erop gericht zijn het beroeps- en privéleven te verzoenen, ondersteunen: De kabinetten Ben Hamou en Clerfayt hebben de werkgroep “eenoudergezinnen” heropgestart.

Beleidswerf 2.3.1 Sectorale kaderakkoorden en oprichting van opleidings- en tewerkstellingspolen:  De opleidings- en tewerkstellingspolen Logisticity en Digitalcity werden opgericht (maar nog niet officieel geopend).

Beleidswerf 2.3.2 Strategie rond “scholing en werk”: Het Opleidingsplan 2020 werd geëvalueerd en in 2020 zal nog een denkoefening over de strategie rond scholing en werk van start gaan.

Beleidswerf 2.3.3 Het alternerend leren en werken en de beroepsopleiding in de onderneming bevorderen: Er lopen gesprekken met de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest om samen met de actoren uit het Franstalig alternerend onderwijs staten-generaal over het alternerend onderwijs te organiseren.

Beleidswerf 2.3.4 Het aanleren van talen vanuit een streven naar meertaligheid versterken: Het project voor een Talenpunt bevindt zich in de conceptfase.

Beleidswerf 2.3.5 Reconversiecellen voor tewerkstelling-opleiding of een soortgelijke voorziening oprichten voor de outplacement en de omscholing van werknemers: In het kader van het relanceplan dat de regering in juli 2020 heeft goedgekeurd, werd een Rebound Fund in het leven geroepen.

De coronacrisis heeft geleid tot een bijsturing van de prioriteiten van de minister van werk en opleiding, die volledig aansluiten bij de doelstellingen 2.2 en 2.3. Dat gebeurde tevens in samenspraak met de sociale gesprekspartners.

Hieronder vindt u een overzicht van de dringende maatregelen die genomen werden om de tewerkstelling te ondersteunen en de gevolgen van de lockdown te beperken:

· Toekenning van een forfaitaire steun van 4.000 euro aan erkende diensten-chequeondernemingen waarvan de hoofdzetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is gelegen;
· Toekenning van steun aan de werknemers van de erkende diensten-chequeondernemingen ten belope van 2,50 euro bruto per aangegeven uur tijdelijke werkloosheid in de periode van 18 maart 2020 tot 30 juni 2020;
· Verhoging van de gewestelijke tussenkomst met 2 euro per terugbetaalde dienstencheque voor prestaties die werden uitgevoerd in de periode van 18 maart 2020 tot en met 30 juni 2020;
· Opleggen van een verplichte covid-19-opleiding in de vorm van webinars voor de begeleiders van de dienstenchequeondernemingen die Brusselse dienstencheques uitgeven en invoering van facultatieve opleidingen voor huishoudhulpen, bedoeld om de dienstenchequewerknemers en -gebruikers te beschermen tegen de virale besmettingsrisico’s, met een forfaitaire looncompensatie voor de deelnemers;
· Toekenning van een uitzonderlijke premie van 4.000 euro per actieve vestigingseenheid gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor een maximum van vijf vestigingseenheden, bedoeld voor erkende sociale ondernemingen die actief zijn in bepaalde sectoren;
· Toekenning van een compensatiepremie van 2.000 euro ter ondersteuning van erkende sociale ondernemingen die minder werk hebben en die geen gebruik hebben kunnen maken van de steun die de regering reeds had ingevoerd via maatregelen om de gevolgen van de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan;
· Toekenning van een premie van 2.000 euro aan de culturele en creatieve organisaties zonder winstoogmerk die getroffen zijn door de gezondheidscrisis;
· Bijzondere machtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/018 betreffende de diverse bepalingen inzake tewerkstelling en socioprofessionele inschakeling, met inbegrip van de sociale economie;
· Alle van maart tot eind juni 2020 ingerichte online cursussen werden voor het betaald educatief verlof gelijkgesteld met fysieke lessen;
· Digitalisering van de procedure voor de aanvraag van de “enige vergunning”.


Verder hebben we werk gemaakt van de uitwerking, goedkeuring, bespreking en operationele uitvoering van de maatregelen rond werk en opleiding die op 7 juli 2020 in het kader van het relance- en herontwikkelingsplan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de regering zijn goedgekeurd:
· Invoering van de premie Activa-19;
· Versterking van de steun om eigen tewerkstelling te creëren;
· Versterking van de begeleiding van werkzoekenden via Actiris en haar partners;
· Toekenning van 100 nieuwe GECO-betrekkingen ter ondersteuning van de welzijns- en gezondheidssector;
· De beleidsmaatregelen in verband met de in artikel 60, §7 bedoelde inschakelings-betrekkingen een sterke impuls geven, en dan meer bepaald voor Brusselse ondernemers die getroffen zijn door een faillissement;
· Invoering van een gewestelijk fonds voor de begeleiding van werknemers bij een faillissement;
· Versterking van het opleidingsaanbod voor werkzoekenden en werknemers.

Doelstelling 2.4: Het Brussels programma voor onderwijs en kinderopvang verderzetten
Initiatiefnemende Minister(s):
· De Minister-President (die als lid van het college van de COCOF bevoegd is voor het onderwijsbeleid)
· Het lid van het College van de VGC dat bevoegd is voor onderwijs en de bouw van scholen

Het Brussels Gewest is het belangrijkste onderwijscentrum van het land. Het Gewest heeft weliswaar geen specifieke bevoegdheden op het vlak van onderwijs, maar het waarborgen van een kwaliteitsvol en voor iedereen toegankelijk onderwijs is een publieke verantwoordelijkheid van alle beleidsniveaus.

Daarom zet de regering alle gewestelijke instrumenten ter ondersteuning van het onderwijsbeleid van de Gemeenschappen in om kwaliteitsvol en voor alle Brusselaars toegankelijk onderwijs te garanderen, met respect voor de bevoegdheden van alle betrokken partijen.

Het Brusselse programma voor het onderwijs en de kinderopvang, doelstelling 2.4 van de strategie Go4Brussels 2030, die de Brusselse regering en de sociale partners op 16 januari 2020 hebben goedgekeurd, bevestigt de ambitie om in te spelen op de specifieke onderwijsbehoeften in Brussel en bepaalt dat de dienst Scholen van perspective.brussels als verbindende partner een sturende rol moet vervullen voor alle initiatieven die het Gewest ter ondersteuning van het onderwijs ontwikkelt.

Het ”schoolcontract”, een stadsvernieuwingsprogramma waarvoor jaarlijks een budget van vijf miljoen euro wordt uitgetrokken, heeft tot doel om de schoolomgeving te verbeteren en de scholen open te stellen naar de wijk waarin ze gelegen zijn, om ze te verbinden met de stad. Met het oog daarop worden inspanningen gericht op de buurt rond de scholen, de collectieve voorzieningen en de band met de wijk.

In 2020 volgde de dienst Scholen de uitvoering van de drie schoolcontracten (in de proeffase) op. Hij heeft ook de dienstenopdracht voor de uitwerking van de diagnoses en investeringsprogramma’s voor de vier schoolcontracten van de eerste reeks (2020-2024) die door de regering zijn geselecteerd, toegewezen en opgevolgd. Ondanks het feit dat de diagnosefase en het overleg met de inrichtende machten en de lokale spelers door de gezondheidscrisis op een andere manier moesten worden georganiseerd, zijn de programma’s bijna voltooid en zullen zij dit jaar nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de regering. De dienst Scholen heeft eveneens de dienstenopdracht voor de uitwerking van de diagnoses en investeringsprogramma’s voor de tweede reeks schoolcontracten (2021-2025) toegewezen.

Verder is de laatste hand gelegd aan de regelgeving over het “schoolcontract”, waarvoor de regering op 24 september 2020 het uitvoeringsbesluit in eerste lezing heeft goedgekeurd.

De dienst Scholen voert zijn opdracht om steun te verlenen bij het tot stand brengen van extra schoolplaatsen, vooral in gebieden met een grote bevolkingsdruk uit door enerzijds het aanbod van en de vraag naar schoolplaatsen te monitoren en door anderzijds de projectverantwoordelijken te informeren over de bouw en renovatie van scholen en hen individuele ondersteuning te bieden.

De monitoring is enerzijds bedoeld om een gebundeld overzicht te verkrijgen van de projecten die op het grondgebied van het gewest zijn uitgevoerd om extra plaatsen te creëren in het (gewoon en buitengewoon) lager en middelbaar onderwijs en anderzijds om de evolutie van de vraag naar plaatsen op te volgen. Hij vormt een onderdeel van de “Tool Box”, die online toegankelijk is via beschool.brussels.
Daarnaast heeft perspective.brussels ook als taak om de kwaliteit van de schoolinfrastructuur in het Brussels Gewest te helpen verbeteren. De dienst Scholen voert studies uit, publiceert gidsen en brengt de spelers uit de onderwijswereld met elkaar in contact. Alle informatie (geldende regelgevingen, beschikbare financiering, aanbevelingen, …) staat op de website beschool.brussels.


In 2020 werkt de dienst Scholen rond twee actuele thema’s: de inrichting van de speelplaatsen als collectieve voorziening, bron van biodiversiteit en groen in de stad, en de inventarisering van goede praktijken voor verkeersluwe schoolbuurten.

In 2021 zal de dienst Scholen verder informatie verzamelen om de monitoring aan te vullen en zal hij een studie opstarten om na te gaan of het opportuun en haalbaar is om een sociale economienetwerk voor de renovatie en aanpassing van de schoolinfrastructuur uit te bouwen. Daarnaast zal hij de initiatiefnemers van projecten om te zorgen voor extra schoolplaatsen blijven ondersteunen.

Door de gezondheidscrisis en de sluiting van de scholen zijn schoolverzuim en de digitale kloof weer nijpend actueel geworden. De impact liet zich sterk voelen bij de Brusselse kinderen en jongeren en bracht de sociale en schoolongelijkheid scherper tot uiting, waardoor de meest kwetsbaren nog meer aan de zijlijn kwamen te staan.

De dienst Scholen van perspective.brussels beheert de drie gewestelijke beleidsinstrumenten voor de bestrijding van schoolverzuim: het Programma Preventie Schoolverzuim (PSV), het programma voor de ondersteuning van activiteiten die erop gericht zijn kinderen en jongeren te begeleiden bij hun scholing en hen burgerzin bij te brengen (PBSB) en de ondersteuning van lokale acties ter bestrijding van schoolmoeheid (pijler “strijd tegen schooluitval” van de plaatselijke preventie- en buurtplannen, voortaan beheerd door de Dienst Scholen).

De specifieke maatregelen die opgenomen zijn in het op 2 juli goedgekeurde relance- en herontwikkelingsplan, zijn erop gericht de activiteiten voor de bestrijding van schoolverzuim die enerzijds buiten de lesuren op de middelbare scholen worden ingericht door de actoren van het PBSB en die anderzijds uitgaan van de gemeenten, te versterken door per gemeente een bijkomende VTE aan te werven. Met die maatregelen erbij zal het jaarbudget voor de bestrijding van schoolverzuim in 2021 oplopen tot 9.300.000 euro. De dienst Scholen streeft er tevens naar om in 2021 de kennis over dit verschijnsel op het Brusselse grondgebied te vervolmaken en een netwerk van actoren uit te bouwen.

Daarnaast heeft de dienst Scholen de website www.schoolinschakeling.brussels ontwikkeld, met daarop een schat van informatie over schoolverzuim: definities, indicatoren, overzicht van de actoren, een lijst van de door het Gewest ondersteunde projecten, documentatie en pedagogische tools, …

In 2021 zal de dienst Scholen de programma’s voor de bestrijding van het schoolverzuim evalueren en de meerjarige projectoproepen voor het PBSB (2022-2025), het PSV (2021-2024) en de ondersteuning van lokale acties ter bestrijding van schoolmoeheid (2022-2025) uitschrijven.

De gezondheidscrisis heeft ook de gezamenlijke opdracht van de dienst Scholen en het CIBG om samen met de Gemeenschappen het gebruik van ICTO op school te versterken, op scherp gesteld. Er werd met hoogdringendheid een uitzonderlijk budget van 3.267.000 euro vrijgemaakt om leerlingen uit kansarme middens in 2020 en 2021 via hun school geleidelijk aan te helpen uitrusten met digitale apparatuur. Zo kregen 54 Franstalige scholen en 14 Nederlandstalige scholen, die op basis van hun sociaaleconomische index waren geselecteerd, in 2020 een eerste lading Chromebooks toegewezen.

De twee besturen, de dienst Scholen en het CIBG, zetten zich samen in om de gewestelijke strategie voor 2021 uit te werken en uit te voeren op een manier die afgestemd is op de digitale strategieën van de Gemeenschappen.

Dat plan, dat in samenwerking met Bernard Clerfayt, de minister bevoegd voor digitalisering, wordt uitgevoerd, vormt een aanvulling op het initiatief “
fiber to school”, dat tot doel heeft om alle Brusselse scholen aan te sluiten op het Irisnet en op snel internet.

Tot slot is de dienst Scholen in 2020 van start gegaan met een opdracht in verband met kinderopvang. Zo werkte hij een model uit om de behoefte aan kinderopvangplaatsen te monitoren. Die monitoring moet worden aangevuld met de medewerking van de bevoegde entiteiten, via een gewestelijk expertisecomité voor de crèches.
Op aanvraag werd het plaatsgebrek op wijkniveau onderzocht.

De dienst Scholen zal het gewestelijk expertisecomité in 2021 samenroepen en zal in 2021 verder informatie verzamelen om de monitoring aan te vullen. Daarnaast zal hij ook de initiatiefnemers van projecten voor de oprichting van crèches blijven ondersteunen.

Doelstelling 2.5: Een sterk gewestelijk openbaar ambt: het actieplan “Brusselaars in het openbaar ambt” verder uitdiepen
Initiatiefnemende Minister(s):
· De Minister die bevoegd is voor financiën, begroting, het openbaar ambt, de promotie van meertaligheid en het imago van Brussel
· De Minister die bevoegd is voor werk en beroepsopleiding, digitalisering, plaatselijke besturen en dierenwelzijn

Talent.brussels kreeg van de regering naast zijn oorspronkelijke opdrachten ook de extra taak om de coronacrisis voor het openbaar ambt te coördineren en dat zonder bijkomende versterkingen. Dat heeft onvermijdelijk een weerslag op de timing voor de uitvoering van de opdrachten van deze instelling.

Beleidswerf 2.5.1 Het Brussels openbaar ambt aantrekkelijker maken voor potentiële werknemers
Sinds september 2020 zijn de twee websites waarop de werkaanbiedingen van het gewest bekendgemaakt werden, door talent.brussels samengevoegd. Voortaan zijn alle werkaanbiedingen van het Brussels Gewest, zowel voor contractueel als voor statutair personeel, gecentraliseerd op de website talent.brussels.


Talent.brussels lanceerde in september 2020 ook zijn eerste employer branding film, die de voordelen om te werken voor het Brussels Gewest belicht.


In december 2019 vond een eerste campagne voor een Nederlandstalig publiek plaats om de voordelen van te werken voor Brussel beter bekend te maken. Momenteel loopt een tweede deel van die campagne.

Talent.brussels werkt op dit ogenblik aan een campagne om zelf meer naambekendheid te verwerven bij de Brusselaars. De campagne gaat van start op 2 november 2020 en loopt door tot in 2021.
Talent.brussels stond in 2020 voor het eerst op de jobbeurs Jobfair Brussels. De virtuele stand trok 525 van de 1744 aanwezige bezoekers aan, d.i. meer dan 30% van de bezoekers.

Het communicatieteam had het tijdens de coronacrisis zeer druk om de communicatie met de gewestelijke partners te verzorgen. Daardoor hebben sommige projecten enkele maanden vertraging opgelopen, terwijl enkele andere, aanvankelijk niet geplande projecten dankzij de crisis met succes konden worden afgerond. Zo werd een filmpje gemaakt waarin de digitale procedures worden uitgelegd voor kandidaten die willen solliciteren. Budget geschat op 200.000 euro.

Beleidswerf 2.5.2 De mobiliteit van onze ambtenaren tussen verschillende entiteiten verbeteren
De werkzaamheden om het statuut te wijzigen, gingen in februari 2020 van start en zullen nog tot 2024 duren. Het gedeelte over mobiliteit had in juli 2020 beëindigd moeten zijn. De door de coronacrisis opgelopen vertraging zal eind 2020 / begin 2021 ingehaald zijn. Talent.brussels zal in 2021 werken rond mobiliteit. Er is in geen specifiek budget voor mobiliteit voorzien.

Beleidswerf 2.5.3 De werkomstandigheden van de Brusselse openbare besturen aanpassen aan de evoluerende behoeftes op vlak van openbare dienstverlening (door o.a. Gov Tech)

De uitvoering van deze doelstelling is door de coronacrisis in een stroomversnelling gekomen. Talent.brussels werkt momenteel aan de oprichting van een LCMS-opleidingsplatform, dat in 2021 operationeel zal zijn. Daarnaast werd een werkgroep rond de versoepeling van de maatregelen opgericht, worden opleidingen gegeven over het geven van afstandsopleidingen, het aansturen van teams vanop afstand, ….

Ook het aanwervingsplatform is momenteel in opbouw. Talent.brussels ontwikkelt ook computergestuurde testen op afstand voor bevorderingen. Ook dat project verloopt zoals oorspronkelijk gepland.

Door de coronacrisis denkt het CIBG erover na om het bereik van die platformen uit te breiden naar alle gewestelijke partners.
Voor die platformen wordt een budget van 250.000 euro per jaar uitgetrokken.

Verder is juni 2020 van start gegaan met het NWOW-project om ook na de coronacrisis te blijven inzetten op structureel telewerk. Het actieplan zal tegen december 2020 klaar zijn. Momenteel wordt een benchmark van 22 (openbare en private) organisaties uitgevoerd.
Er is een enquête voor de personeelsleden, HR-directies en managers voorbereid, die in september 2020 zal worden opgestuurd. De budgetten worden momenteel geraamd.

Beleidswerf 2.5.4 De meertalige dienstverlening binnen het kader van de bestuurstaalwetgeving verbeteren

Om meer Nederlandstaligen naar het Brussels openbaar ambt aan te trekken, werd in november 2019 samen met Jobat een eerste campagne opgezet. In oktober 2020 ging een tweede campagne van start. Begin november zal ook een bedrijfsgerichte campagne in de Brusselse media worden gelanceerd. Verder konden de taalopleidingen, na van maart tot juni te zijn opgeschort, in september online hervat worden.


Beleidswerf 2.5.5 Zorgen voor een evenwaardige vertegenwoordiging van man en vrouw binnen het openbaar ambt en discriminatie wegwerken

Met enkele maanden vertraging (als gevolg van de coronacrisis) werd een diversiteitsaudit opgestart. Het eindverslag wordt verwacht tegen juni 2021. De vertraging is te wijten aan het feit dat de termijnen van de overheidsopdrachten ingevolge de coronatoestanden verlengd waren. Voor die audit is voorzien in een budget van 81.887 euro.

Beleidswerf 2.5.6 Een ‘sense of ambassadorship’ uitbouwen bij de werknemers van het Brussels openbaar ambt

Alle beleidswerven rond employer branding, mobiliteit en opleidingen zijn opgestart, maar zij ondervonden allemaal op een of andere manier de impact van de coronacrisis, zoals hierboven uitgelegd.

Doelstelling 2.6: Actief samenwerken met de andere Gewesten en Gemeenschappen
Initiatiefnemende minister: De Minister-President

Beleidswerf 2.6.1 De economische activiteit in het grootstedelijk gebied ondersteunen zie doelstelling 1.2.

Beleidswerf 2.6.2 Werk en opleiding zie doelstelling 2.3.

Beleidswerf 2.6.3 Territoriale ontwikkeling zie doelstelling 1.6.

Beleidswerf 2.6.4 Mobiliteitzie doelstelling 1.9.

Beleidswerf 2.6.5 Onderwijs en kinderopvang zie doelstelling 2.4.

Beleidswerf 2.6.6 Hoofdstedelijke gemeenschap: geen specifieke acties. Zie besprekingen met de Gemeenschappen waarnaar ik hierboven verwezen heb.

Doelstelling 2.7: Sociale ongelijkheid aanpakken en de toegang tot de gezondheidszorg waarborgen
Initiatiefnemende Minister(s): De Ministers die bevoegd zijn voor gezondheid en welzijn

Beleidswerf 2.7.1 De omschakeling naar ambulante zorg en het samenbrengen van de ziekenhuizen in een netwerk doen slagen

De ontwerpordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 4 april 2019 betreffende de erkenning, de programmatie en de erkenningsprocedures van de ziekenhuizen, vormen van samenwerkingsverbanden tussen ziekenhuizen of ziekenhuisactiviteiten, om de samenwerking mogelijk te maken tussen ziekenhuizen waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon betrokken is zoals bedoeld in hoofdstuk XIIbis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn werd op 13 juli besproken in de commissie. Het gaat om een belangrijke stap naar het samenbrengen van de ziekenhuizen in een netwerk.

Beleidswerf 2.7.2 De zelfredzaamheidsgarantie implementeren

Met het oog op de implementering van de zelfredzaamheidsgarantie werd het urencontingent voor thuiszorg verder verhoogd. 1% op de initiële begroting 2020, 2% daar bovenop op de aangepaste begroting en 5% in 2021. Zowel in de GGC als in de COCOF. Een verhoging van dat niveau is nooit eerder gezien en is doorgevoerd in overleg met de sector. Zij was gezien de gevolgen van de gezondheidscrisis essentieel, vooral om bejaarden op gepaste wijze te kunnen opvangen buiten de rusthuizen.


Beleidswerf 2.7.3 De niet-gebruikmaking van sociale rechten aanpakken

De strijd tegen het niet-gebruik van rechten moet op vele vlakken worden gevoerd.

Op 4 juni 2020 kende het Verenigd College de 19 Brusselse OCMW’s een uitzonderlijke subsidie van 30 miljoen euro toe. Die subsidie moet de Brusselse OCMW’s in 2020 en 2021 in staat stellen om de verschillende gevolgen van de coronacrisis voor het welzijn en de gezondheid van hun klanten op te vangen. Er werd meer bepaald 4.200.000 euro geïnvesteerd in de aanpak van sociale onderbescherming en de niet-toegang tot rechten. Een grote en belangrijke uitdaging bestaat erin ervoor te zorgen dat alle Brusselaars die door de crisis zijn getroffen, gebruik kunnen maken van hun sociale basisrechten en een beroep doen op de bestaande steun. Het is eerst en vooral de bedoeling om de mensen die zonder het te weten ergens recht op hebben, daarvan bewust te maken en om de (fysieke en virtuele) ervaring van iedereen die aanklopt bij het OCMW of een van de gespecialiseerde diensten, te verbeteren.

Er is gevraagd om gedurende de hele regeerperiode financiële middelen te blijven uittrekken om het systematische niet-gebruik van de verschillende steunmaatregelen en diensten voor de bevolking structureel aan te pakken.

Beleidswerf 2.7.4 Een welzijns- en gezondheidsprogrammering implementeren
De verschillende bestaande plannen (Plan voor (Armoedebestrijding, Plan voor Gezondheids- promotie, Brussels Gezondheidsplan) worden momenteel met elkaar in overeenstemming gebracht in het kader van de werkzaamheden rond het geïntegreerd welzijns- en gezondheidsplan, die bij de start van het nieuwe politieke jaar in de thematische werkgroepen met de sector en de relevante kernspelers zijn opgestart. Het is de bedoeling om het geïntegreerd plan in 2021 klaar te hebben.

Doelstelling 2.8: Bijdragen aan het Europees beleid inzake economie, werk en insluiting
Initiatiefnemende minister(s):
· De Minister-President
· De Minister die bevoegd is voor werk en beroepsopleiding
· De staatssecretaris die bevoegd is voor internationale betrekkingen

De Brusselse bijlage bij het Nationaal Hervormingsprogramma 2020 werd opgemaakt in het daartoe voorziene redactiecomité, maar slechts enkele weken voor de indiening ervan stelde de Europese Commissie een afgeslankt programma voor. Dat programma houdt dus enkel rekening met de eerste maatregelen die in reactie op de coronapandemie en de economische gevolgen ervan werden genomen.

Op basis van de regeringsbeslissing van 2 juli werd een taskforce “financieringsinstrumenten van de EU” in het leven geroepen. De opdracht van die taskforce bestaat erin de verschillende financiële instrumenten die Europa aanbiedt ter ondersteuning van het regionaal beleid, op een proactieve en gecoördineerde manier en in een vroeg stadium te monitoren en te identificeren en de nodige richtlijnen en prioriteiten vast te leggen. Tot slot keurde de regering in mei van dit jaar een nota over de coördinatie en de strategie van het Europese cohesiebeleid op het Brusselse grondgebied met het oog op de toekomstige programmeringen goed.

De crisis brengt grote gevolgen mee voor de Europese beleidsinitiatieven ter ondersteuning van het regionaal beleid. De Europese Raad is het in juli 2020 eens geworden over een nieuw meerjarig financieel kader, maar ook over een Europees herstelplan (Next Generation EU).

De onderhandelingen over de verordeningen die al die instrumenten moeten omkaderen, lopen nog. De uitvoering ervan zal heel wat werk meebrengen voor de regering, meer bepaald voor wat betreft de Recovery & Resilience Facility (RRF), waaraan een nieuwe beleidswerf van de Strategie Go4Brussels zal worden gewijd: de bijdrage aan de opmaak van het nationale herstelplan voor België dat de Europese Commissie tegen 30 april 2021 verwacht. Dat plan zal het Europese Semester en het Nationaal Hervormingsprogramma vervangen.

Om dat werk te ondersteunen en om de uitvoering van de Green Deal en de Digitale Agenda van zo nabij mogelijk op te volgen, besliste de regering in juli om het bevoegde bestuur (Brussels International) en de Permanente Vertegenwoordiging van Brussel bij de EU te versterken.


4- De impact van de coronacrisis op de verschillende doelstellingen en beleidswerven is hierboven uitvoerig omschreven. Zoals ik in het begin van mijn antwoord aangaf, is het niet zozeer zaak om de vertragingen in te halen, dan wel om de Strategie aan te passen aan de nieuwe sociale en economische situatie. De regering is van plan om de Strategie op basis van de herstelbevorderende initiatieven aan te passen. Die wijzigingen zullen dan op een volgende sociale top worden bekrachtigd.

Om de economische gevolgen van de strijd tegen de verspreiding van het virus op te vangen, heeft de regering sinds maart 2020 grote inspanningen geleverd om crisismaatregelen uit te werken en ten uitvoer te brengen. Crisismaatregelen waarmee we ook vandaag nog bezig zijn, zeker nu de inperkingsregels sinds oktober 2020 volop zijn bijgestuurd. Dat alles heeft uiteraard een impact gehad op het vooropgestelde werkprogramma, maar het heeft niet geleid tot de stopzetting van bepaalde dossiers, die ofwel al waren opgestart ofwel van prioritair belang zijn.

Het relance- en herontwikkelingsplan heeft trouwens het raakvlak van enkele dossiers met de relance en herontwikkeling bevestigd, waardoor er nog meer spoed zit achter de uitvoering ervan. Dossiers waarvan de uitvoering in het kader van de Strategie 2030 sowieso al gepland was.