Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de maatregelen om onaangepast gedrag op straat aan te klagen en in kaart te brengen.

Indiener(s)
Nadia El Yousfi
aan
Nawal Ben Hamou, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting en Gelijke kansen (Vragen nr 348)

 
Datum ontvangst: 28/09/2020 Datum publicatie: 04/01/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 16/11/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
12/10/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Volgens het besluit van een in 2019 uitgevoerde studie door het Plan International België werden 91% van de Belgische meisjes en 28% jongens het slachtoffer van seksuele intimidatie in de openbare ruimten. Dit zijn opmerkelijke doch gelijkaardige resultaten aan die van een studie van de vereniging ‘Vie Féminine’, die in 2018 aantoonde dat 98% van de ondervraagde vrouwen, minstens een maal in hun leven geconfronteerd werden met een “seksistische” situatie in de openbare ruimte (opdringerige commentaren, seksuele uitlatingen, beledigingen, nafluiten, aanrandingen, verkrachtingen, enz.).

Teneinde dergelijke gedragingen te bestrijden lanceerde het Plan International België in 2019 een digitaal platform “Safer cities”. Dit instrument is nu des te zinvoller aangezien volgens de vereniging “het aantal getuigenissen van seksuele intimidatie een hoogtepunt bereikte tijdens de lockdown”.

De vereniging nodigt de slachtoffers uit hun getuigenis te delen op “Safer Cities” en openbare plaatsen aan te duiden in Brussel, Antwerpen en Charleroi waar ze zich onveilig voelden of waar ze zich net veilig voelden. Sinds de lancering werden reeds meer dan 1.500 plaatsen aangegeven in een van de drie voornoemde steden.

Dit heeft tot doel bewust te maken voor de kwestie, de verschillende vormen te documenteren die de seksuele intimidatie aanneemt en de verschillende oplossingen te bundelen. Met dit initiatief kan men ook de plaats toegekend aan de vrouwen in de maar al te vaak door en voor de mannen ontworpen openbare ruimte in vraag stellen (1).

In theorie hebben vrouwen en mannen immers het recht op een gelijkwaardige manier te genieten van de openbare ruimte, zich te verplaatsen in het straatbeeld, in het openbaar vervoer, enz. Nochtans worden de meisjes van kleins af aan verplicht zich terug te trekken en de plaats aan de jongens te laten. In de studie “Loisirs dans l’espace public : quelle mixité des enfants ? (Vrijetijd in de openbare ruimte: welke gemengdheid van de kinderen?” gepubliceerd in 2019 stelde de ‘Ligue des familles’ het volgende vast: “Hoe meer meisjes en jongens opgroeien, des te minder spelen ze samen, zeker indien de voorgestelde activiteiten gezien worden als gendergerelateerd. Erger nog, de meisjes verlaten bij de pubertijd de openbare ruimte”.

Opgroeiend moeten de vrouwen in de openbare ruimte “vermijdingsstrategieën” ontwikkelen om te vermijden in een onveilige situatie terecht te komen, zoals de vereniging ‘Femmes Prévoyantes Socialistes’ het opmerkt: aanpassing van hun route (nemen van druk bezochte en goed verlichte plaatsen), van hun kledingkeuze, enz.

Uit deze vaststellingen blijkt dat de openbare ruimte door en voor de mannen ontworpen wordt.

Dit veroorzaakt dit eeuwig gevoel van onzekerheid van de vrouwen in de openbare ruimte en dit is ook de reden waarom ze de openbare ruimte niet op dezelfde manier als de mannen gebruiken.

Het is van belang erop toe te zien dat de straten goed verlicht zijn en dat aangenamere ruimten voor allen ontworpen worden. Onze Brusselse regering heeft onder toezicht van mevrouw de Staatssecretaris een plan ter bestrijding van het geweld tegen vrouwen voor de periode 2020-2024 aangenomen. Het plan voorziet in verschillende maatregelen die beogen de stedenbouw te ontwerpen volgens het genderprisma.

Er zal rekening gehouden worden met het genderaspect op het moment van de toekenning van de vergunning en er zal voorzien worden in impactanalyses voor elk nieuw project van openbare uitrusting. De namen van bepaalde straten zullen ook vervrouwelijkt worden.

Eerst en vooral wenste ik u te feliciteren voor dit zo belangrijk plan voor ons Gewest dat tal van maatregelen omvat die nodig zijn voor de bestrijding van alle vormen van geweld tegen vrouwen.

Mijn vragen zijn de volgende:

- Deelt u deze vaststellingen? Welk samenwerkingsverband hebt u met Plan International België om de straatintimidatie in de straat in kaart te brengen?
- Kunt u ons de maatregelen detailleren die ingevoerd werden via het plan ter bestrijding van het geweld tegen vrouwen voor de periode 2020-2024?
- Welk tijdschema is voorzien?
- Wat is de stand van zaken met betrekking tot de maatregelen voor de vervrouwelijking van de straatnamen en van de openbare ruimten in ons Gewest?
- Welke zijn uw samenwerkingsverbanden met de ministers bevoegd voor stedenbouw, de territoriale ontwikkeling en mobiliteit teneinde concrete maatregelen in te voeren ter bestrijding van dit fenomeen?
- Volgens het onlangs verschenen GREVIO-rapport blijkt dat het geweld tegen vrouwen niet voldoende zichtbaar is en dat we de samenwerking met de verschillende entiteiten van het land zouden moeten verbeteren wetende dat deze bevoegdheden gedeeld worden met de federale overheid. Hebt u kennis genomen van dit rapport en welke acties zijn voorzien om tegemoet te komen aan de tekortkomingen die in het rapport aangewezen worden?

(1) https://www.rtbf.be/info/societe/detail_les-femmes-ne-consomment-pas-l-espace-public-de-la-meme-maniere-que-les-hommes?id=10563458
 
 
Antwoord    Ik moedig het werk van Plan International rond de veiligheid van jonge Brusselaars sterk aan.

Via de subsidies van gelijke kansen werd de organisatie gesubsidieerd in 2019 voor hun project “J 500”: een internationale uitwisseling tussen jongeren over veiligheid in hun stad.

In 2018 werd Plan International ook via de subsidies van equal.brussels gesubsidieerd voor het project “BruxELLES- our safe and smart city”, dat voorafgang aan het Safer Cities-platform.

In het gewestelijk plan tegen geweld op vrouwen kreeg preventie van en strijd tegen straatintimidatie een prominente rol.

Enkele maatregelen uit het plan die hierop inzetten:
-
Actie 6 (Coördinatoren: Brussel Mobiliteit-Brussel Preventie en Veiligheid): Betrouwbare gendergegevens inzamelen:
o door in het sfeerverslag van de bestuurder een criterium op te nemen met betrekking tot seksistische/ seksuele intimidatie of schending van de menselijke integriteit;
o door een beroep te doen op kwantitatief en kwalitatief materiaal, zoals een vragenlijst over detevredenheid van de gebruikers, en dit om het fenomeen van seksuele intimidatie te kunnen kwantificeren en aandacht te vragen voor de belangrijkste feiten waar men in het openbaar vervoer het slachtoffer van is geworden of die men vreest en deze gegevens te publiceren.
-
Actie 11: (Coördinatoren: Brusafe, Brussel Preventie en Veiligheid, equal.brussels): Organisatie van een opleiding «intimidatie op straat» (Brusafe en GSOB) over «seksisme en intimidatie op straat» voor gemeentelijke en Gewestelijke preventie- en veiligheids-ambtenaren die zorgen voor een zichtbare aanwezigheid in de openbare ruimte (politieagenten, gemeenschapswachters, parkwachters, enz.).
-
Actie 17 (Coördinator: MIVB): Opleidingen voor het MIVB-personeel rond seksuele intimidatie in de basisopleiding, met de aanstelling van een vrijwillig personeelslid die ook vertrouwenspersoon is, die de protocollen kent en die ter beschikking staat van andere personeelsleden voor eventueel advies.
-
Actie 20 (Coördinatoren: equal.brussels, visit.brussels, Imago van Brussel): Sensibiliseren tegen seksuele intimdiatie op de Brusselse festivals: Instrumenten ontwikkelen in samenwerking met experts en organisatoren van Brusselse festivals, om ervoor te zorgen dat:
o Er een omgeving wordt gecreëerd waarin het risico op seksuele intimidatie wordt verminderd;
o Slachtoffers informatie krijgen en kunnen rekenen op (fysieke en online) bijstand;
o Getuigen en daders worden gesensibiliseerd.
-
Actie 26: (Coördinatoren: Brussel Preventie en Veiligheid, Werkgroep Security by design): Een gids met goede praktijken opstellen om de objectieve en subjectieve veiligheid van de openbare ruimte voor kwetsbare groepen te verbeteren (verlichting, sociale controle, enz.).

Wat betreft de samenwerking met de ministers bevoegd voor Stedenbouw, Territoriale Ontwikkeling en Mobiliteit, moet u weten dat er in overleg met deze ministers heel wat maatregelen werden genomen:
- Actie 27: De genderproblematiek bestuderen en opnemen in het voorontwerp van het project voorafgaand aan het indienen van een vergunning;
- Actie 28: Ervoor zorgen dat een genderdimensie wordt opgenomen in de analyse en de procedure voor het toekennen van stedenbouwkundige vergunningen;
- Actie 29: aanpak van de aspecten preventie, intimidatie en geweld in de openbare ruimte in de volgende cyclus van pyblik over het thema ‘stad voor iedereen’;
- Actie 30 : de genderkwestie integreren in de instrumenten voor stadsplanning en stedelijke programma’s.

Ook specifiek rond mobiliteit zijn maatregelen opgenomen die (gedeeltelijk) kaderen in de preventie van seksuele intimidatie, namelijk:
-
Actie 39: Fietsverplaatsingen toegankelijker maken voor vrouwen en wegnemen van obstakels die verband houden met het onveiligheidsgevoel op de weg (door Brussel Mobiliteit);
-
Actie 40: een richtplan opstellen voor de daluren, dat rekening houdt met de bekende vaststellingen over het onveiligheidsgevoel en de cijfers van seksistische en seksuele agressie tegen en intimidatie van vrouwen, vooral tijdens de daluren (door Brussel Mobiliteit en de MIVB);

Wat betreft uw vraag over de vervrouwelijking van straatnamen en pleinen, is een samenwerking opgezet die zal gecoördineerd worden door de Commissie voor Gelijke Kansen en Vrouwenrechten van het Brussels Parlement (actie 36): Volgens de besprekingen:
Er zal een participatieve procedure worden opgesteld om de namen van de straten en wegen te kiezen. De verenigingssector zal worden gehoord in de Commissie voor Gelijke Kansen en Vrouwenrechten in het Brussels
Hoofdstedelijk Parlement om een advies uit te
brengen over het thema, naar verwachting tegen september 2021.
Op die manier kan de toekomstige Brusselse
ordonnantie voor de wijziging van straatnamen
steunen op een participatief traject binnen die commissie.

Er vindt momenteel een eerste experiment plaats, op initiatief van de minister van Mobiliteit, Elke Van den Brandt, en ikzelf. Het betreft de Leopold II-tunnel in Brussel, die momenteel gerenoveerd wordt en die bij de heropening in de tweede helft van 2021 hernoemd zal worden naar een vrouw. Deze keuze zal worden gemaakt door middel van een participatief proces waarbij de Brusselaars worden uitgenodigd voorstellen te doen over vrouwennamen en ze ook inspraak hebben over de uiteindelijke beslissing.

De
kalender van het Gewestelijk Plan tegen geweld op vrouwen is wat bemoeilijkt door de COVID19-crisis, maar verschillende maatregelen van het plan zijn desalniettemin al opgestart. Een eerste coördinatie-vergadering over alle maatregelen is voorzien begin 2021, en een tussentijdse evaluatie in 2022. Zo verzeker ik een monitoring van het Plan op transversale manier, met de nodige inzet van budgetten en andere ressources.

Wat betreft het recent gepubliceerde
GREVIO-rapport dat u vermeldt in uw vraag, is in het Brussels plan alvast geen sprake van het ‘onzichtbaar’ maken van de genderdimensie: in dit plan is resoluut gekozen voor een gender-bewuste benadering; in navolging van het Verdrag van Istanbul en de aanbevelingen van experten en verenigingen van het terrein.

Wat betreft een eventuele verbetering van de samenwerking tussen de verschillende entiteiten van ons land , kan ik meegeven dat op interfederaal vlak op deze samenwerking ingezet wordt door de deelname van equal.brussels aan het interfederaal overleg in het kader van het Nationaal Actieplan Gendergerelateerd geweld, waar door de Brusselse actoren ook maatregelen worden voorgesteld die betrekking hebben op de bevoegdheden van de andere gefedereerde of federale entiteiten.

In de andere richting is het Instituut voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen, de instelling die het Nationaal actieplan coördineert, ook geconsulteerd tijdens de uitwerking van het Brussels plan. Het Instituut zal ook tijdens de evaluaties opnieuw betrokken worden om te garanderen dat de vordering worden afgetoetst met het (inter)federale niveau.