Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de openstelling van openbare slachthuizen voor Eid-el-Kebir.

Indiener(s)
Youssef Handichi
aan
Bernard Clerfayt, Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 500)

 
Datum ontvangst: 10/11/2020 Datum publicatie: 14/01/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 20/11/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
16/11/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    De laatste jaren hebben we wegens de privatisering een steeds grotere chaos vastgesteld bij de organisatie van Eid-el-Kebir, een belangrijk feest voor de Brusselse moslims. Dit jaar zal een groot deel van de Brusselse bevolking niet naar het buitenland kunnen vertrekken. Als er niets wordt gedaan, zal het nog moeilijker zijn om Eid-el-Kebir op een waardige manier te vieren wegens het totale gebrek aan adequate openbare infrastructuren. In een multiculturele samenleving valt het te betreuren dat de overheden geen maatregelen treffen. We zijn van mening dat iedereen zijn plaats moet hebben in de samenleving en pleiten voor een echt beleid inzake actieve en egalitaire interculturaliteit. Ervoor zorgen dat het feest in de best mogelijke omstandigheden kan worden gevierd is ook een middel om verdeeldheid onder de bevolking tegen te gaan.

- Hoe staat het met de geplande slachtinrichtingen? Hoeveel zijn er, welke capaciteit hebben ze, hoeveel dieren zullen naar verwachting geofferd worden?

- Wat heeft het Gewest gedaan om ervoor te zorgen dat er voldoende tijdelijke slachtinrichtingen zijn en het feest in de beste omstandigheden kan worden gevierd?
 
 
Antwoord    In 2016 heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering beslist om de organisatie van het Offerfeest niet meer rechtstreeks op zich te nemen, maar om beschikbaar te blijven teneinde logistieke steun te verlenen voor private initiatieven die haar zouden worden voorgesteld, op voorwaarde dat deze initiatieven het van toepassing zijnde wettelijke kader volledig naleven. Noch mijn kabinet, noch dat van de minister-president werden gecontacteerd voor eventuele gewestelijke ondersteuning ter zake.

In een officiële mededeling aan haar leden heeft de Moslimexecutieve van België eraan herinnerd “
dat het mogelijk is om te offeren zonder verdoving. Privépersonen moeten daarvoor contact opnemen met vakmensen (slagers) die de enigen zijn die gebruik kunnen maken van de diensten van het slachthuis in Anderlecht ”.

De Europese regelgeving preciseert immers dat het onverdoofd slachten slechts mag worden uitgevoerd in een erkend slachthuis. In dit geval is het FAVV belast met deze erkenning en enkel het slachthuis van Anderlecht beschikt heden over zo’n erkenning.

Uit deze regelgeving en de rechtspraak van de Raad van State vloeit voort dat geen enkele tijdelijke slachtvloer rechtsgeldig kan worden erkend. In ieder geval is het derhalve niet mogelijk om dit soort infrastructuur op het Belgische grondgebied te installeren.

Leefmilieu Brussel heeft een brief naar de gemeenten en de politiezones gestuurd om te herinneren aan met name de geldende wetgeving en de maatregelen die genomen kunnen worden genomen in geval een overtreding wordt vastgesteld.

Hoewel “clandestiene” slachtingen onaanvaardbaar zijn en bestraft moeten worden, heb ik evenwel geen controlebevoegdheid wat de acties van de gemeenten ter zake betreft. De veeartsen-inspecteurs van Leefmilieu Brussel houden zich steeds ter beschikking van de politie en de gemeenten om efficiënte controles mogelijk te maken en de geschikte maatregelen te treffen.

Het Departement Dierenwelzijn heeft me gemeld dat de politiediensten van de zones Zuid en Elsene processen-verbaal hebben opgesteld voor inbreuken inzake transport, maar ook voor het illegaal slachten, wat geleid heeft tot de overdracht van 4 schapen en de inbeslagname van 3 schapen, waarvan één kadaver.