Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de kazernes van de civiele bescherming

Indiener(s)
Pierre Kompany
aan
Rudi Vervoort, minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de Promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang (Vragen nr 500)

 
Datum ontvangst: 01/02/2021 Datum publicatie: 23/03/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 10/03/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
05/02/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Volgens een rapport van LN24 is 2020 een recordjaar geweest voor de Civiele Bescherming.
Sinds enkele maanden vervult de civiele bescherming een sleutelrol in de strijd tegen COVID-19. De federale hulpdienst heeft namelijk nieuwe opdrachten gekregen om het land te helpen de pandemie in te dammen.

Ter herinnering: in 2017 kondigde de toenmalige federale minister van Binnenlandse Zaken de sluiting aan van verschillende kazernes van de Civiele Bescherming tegen het einde van het decennium.

De Brusselse regering had daarop de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, Brandbestrijding en Medische Noodhulp opgedragen de federale regering ervan te overtuigen op deze kwestie terug te komen en zelfs een kazerne in Brussel te vestigen. Tot dusver is dit blijkbaar niet gelukt.

In dit verband zou ik u de volgende vraag willen stellen:

- Is er, gelet op de nieuwe opdrachten van de Civiele Bescherming en het nut ervan in de strijd tegen de COVID, tijdens het overleg tussen de federale en de gefedereerde entiteiten gesproken over het (her)openen van bepaalde kazernes?
- Kunt u ons laten weten of het Gewest blijft pleiten voor de opening van een kazerne in het Gewest?
 
 
Antwoord    In de vorige federale bestuursperiode werd beslist om het aantal eenheden van de civiele bescherming te verminderen. Dat punt was overigens opgenomen in het federale regeerakkoord.

De toenmalige minister van de Veiligheid en Binnenlandse Zaken nam dus de leiding over de hervorming waardoor het aantal eenheden verlaagd werd van zes naar twee. Daarbij werd ook beslist om enkel bestaande eenheden te behouden.

Aldus werd een vergelijkende analyse gemaakt op basis van operationele criteria (verplaatsingstijd, risicoplaatsen, ...), infrastructurele criteria en de financiële impact van eventueel uit te voeren werken.


Op grond van die analyse is er dan uiteindelijk voor gekozen om de eenheid in Brasschaat (provincie Antwerpen) en die in Crisnée (provincie Luik) open te houden.

Vervolgens werd beslist om in eerste instantie de eenheid in Crisnée verantwoordelijk te laten zijn voor het Brussels gewest (dat van daaruit ondanks de grotere afstand sneller te bereiken is).

De civiele bescherming blijft echter een federale dienst en dus mag ook de eenheid van Brasschaat nog altijd uitrukken naar Brussel.

Volgens de hoge ambtenaar heeft de vermindering van het aantal eenheden van de civiele bescherming geen impact gehad op de kwaliteit van hun interventies tijdens de coronaperiode.

Aangezien niets wijst op een operationele tekortkoming, werd niet overwogen of het nodig is het Brussels gewest uit te rusten met een kazerne van de civiele veiligheid om de huidige crisis doeltreffender aan te pakken.

Dat betekent niet dat andere crisissen efficiënter beheerd zouden kunnen worden met een post in Brussel. De maatschappij evolueert en ook de context waarin moet worden opgetreden, evolueert constant. Daarom moeten de verantwoordelijke instanties voortdurend nagaan of het nodig is om de kaart en de organisatie van de civiele veiligheid te hertekenen.