Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de premies die onder uw bevoegdheid of toezicht vallen - jaar 2020

Indiener(s)
Emin Özkara
aan
Sven Gatz, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar ambt, de Promotie van meertaligheid en van het imago van Brussel (Vragen nr 276)

 
Datum ontvangst: 27/01/2021 Datum publicatie: 23/03/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 19/03/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
16/02/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Onder bepaalde voorwaarden worden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tal van toelagen en premies aangeboden.

Om mijn informatie te vervolledigen, zou ik voor ELKE premie willen weten welke premies verband houden met uw bevoegdheden of uw toezicht:

VOOR 2020,
1. Wat is de naam van de premie?
2. Voor wie is de premie bestemd?
3. Wat is het bedrag van de premie?
4. Kan de premie worden gecombineerd met (een) andere premie(s)? Zo ja, welke?
5. Welke instantie is verantwoordelijk voor de opvolging en de uitbetaling van de premie?
6. Wat zijn de betalingsmodaliteiten van de premie?
7. Wat is de jaarlijkse vrijgemaakte begroting voor de premie? Is de jaarlijkse begroting voor deze premie sinds 2019 gestegen of gedaald? Zo ja, met hoeveel?
8. Hoeveel begunstigden van de premie zijn er geweest en voor welk bedrag?
 
 
Antwoord    Antwoord Brussel Fiscaliteit

1. Hoe heet de premie?

Premie BE HOME

De premie BE HOME heeft als doel de verhoging van de onroerende voorheffing ten gevolge van de in vorige legislatuur doorgevoerde hervorming te compenseren voor Brusselse huiseigenaars.


2. Wie heeft recht op deze premie?

Om van de premie BE HOME te genieten, moet aan vol-gende voorwaarden worden voldaan op 1 januari van het jaar waarvoor de premie wordt toegekend:

 houder zijn van een zakelijk recht op een onroe-rend goed gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en er ook gedomicilieerd zijn;

 de bestemmeling zijn van het aanslagbiljet van de onroerende voorheffing voor het betrokken goed.



Houders van een zakelijk recht zijn de volle eigenaar, be-zitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een onroerend goed.

De premie wordt éénmaal toegekend per jaar en per huishouden. Een alleenstaande wordt beschouwd als een huishouden.

3. Hoeveel bedraagt deze premie?

De premie bedraagt 131 EUR (geïndexeerd bedrag in 2020).


4. Is de premie cumuleerbaar met (een) andere pre-mie(s) ? Indien ja, dewelke ?

De premie is cumuleerbaar met andere vrijstellingen / (persoonsgebonden) verminderingen in de onroerende voorheffing.

5. Welke instelling staat in voor het beheer en de uitbeta-ling van de premie ?

Brussel Fiscaliteit

6. Wat zijn de betalingsvoorwaarden van de premie?

De premie BE HOME wordt automatisch afgetrokken van het bedrag van de onroerende voorheffing.

Zo niet geldt een manuele aanvraagprocedure.


7. Hoeveel bedraagt het jaarlijkse budget van de premie?
8. Hoeveel premiebegunstigden en voor welk financieel bedrag?
Met betrekking tot aanslagjaar 2019 hebben 184.346 begunstigden de premie ontvangen, ten belope van 23.964.980 EUR.

Voor aanslagjaar 2020 zijn tot op heden (dd. 2 maart 2021) 185.488 premies toegekend, voor een totaalbe-drag van 24.298.928 EUR.

Antwoord DHR
De personeelsleden van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel krijgen verschillende premies en toelagen. De toekenningsvoorwaarden en -modaliteiten ervan zijn beschreven in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelij-ke Regering van 21 maart 2018 houdende het admini-stratief statuut en de bezoldigingsregeling van de amb-tenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel.

Boek II heeft betrekking op de bezoldigingsregeling van de personeelsleden. De verschillende toelagen en pre-mies die aan de personeelsleden worden toegekend, worden vermeld in Titel II ("De toelagen" - Art. 356 tot 387). De algemene bepalingen (art. 356 tot 359) be-schrijven de toekenningsvoorwaarden van deze premies en toelagen, in het bijzonder:

Art. 356: Het vervullen van prestaties die niet als nor-maal en eigen aan de functie kunnen worden be-schouwd, kan aanleiding geven tot het toekennen van een toelage.

Art. 357: In het geval van onderbreking van de ambts-uitoefening is de toelage slechts verschuldigd als die onderbreking niet langer duurt dan dertig werkdagen en de ambtenaar het recht op zijn wedde niet verliest.

Art 358: Als de maandelijkse wedde niet volledig ver-schuldigd is, worden de toelagen en de premies bedoeld in artikel 360 betreffende de toelagen verbonden met de loopbaan, in artikelen 371 tot 373 betreffende toelagen toegekend aan boekhouders, in artikelen 374 tot 379 betreffende de tweetaligheidstoelage, in artikel 384 betreffende de ingenieurstoelage, en in artikel 386 be-treffende de toelage die wordt toegekend aan mede-werkers die instaan voor bijzondere opdrachten uitbe-taald volgens de pro rata toegepast op de wedde.

Art 359: Onverminderd de regels betreffende de admi-nistratieve controle en de begrotingscontrole worden de toelagen door de Regering vastgesteld.

Behoudens uitzonderingen zijn de verschillende pre-mies/toelagen cumuleerbaar. Begrotingsgewijs worden ze aangerekend op basisallocatie 04.002.07.01.1112 (Be-zoldiging van het personeel van de GOB – Overige bezol-digingselementen – sociale abonnementen, allerhande vergoedingen en premies, ...).

De nadere regels inzake deze premies en toelagen wor-den in onderstaande tabel toegelicht:

Naam toelage/premie

Artikelen van het statuut

Toekenningsmodaliteiten

bestemmelingen

bedrag van de toelage/premie

cumulatievoorwaarden

Totaalbedrag (2019)

Toelage hoger ambt

Art. 360

Deze toelage wordt retroactief toegekend tot de eerste dag waarop de ambtenaar de hogere functie effectief uitoefende. Zolang hij voormelde functie bekleedt, heeft de ambtenaar recht op tussentijdse verhogingen volgens de bij artikel 343 vastgestelde regels. De toelage wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01.

ambtenaar die een hoger ambt onafgebroken waarneemt gedurende een periode van ten minste negentig dagen

een toelage die gelijk is aan het verschil tussen de bezoldiging die de ambtenaar zou genieten in de graad van het hoger ambt en de bezoldiging die hij geniet in zijn effectieve graad

geen

2019 : 78.015 €

2020 :

86.622 €

 

Verschil :

8.607 €

 

Toelage overuren en nachtwerk, prestaties op zaterdag en zondag

Art. 361 tot 369

De minister of zijn gemachtigde beslist, op advies van de Inspecteur van Financiën, of het opportuun is dat er bezoldigde overuren worden gepresteerd.

Overuren: prestaties verstrekt door een voltijds werkend personeelslid en die uitzonderlijk worden opgelegd op werkdagen tussen 18.00 uur en 07.30 uur en op zaterdag, zondag of feestdag. Nacht-, zaterdag- of zondagswerk: prestaties die tussen 22.00 uur en 07.30 uur worden verricht; prestaties die op een zaterdag worden verricht tussen 00.00 uur en 24.00 uur; prestaties die op een zondag of op een wettelijke of erkende feestdag tussen 00.00 uur en 24.00 uur worden verricht

Deze prestaties worden bij voorrang gecompenseerd met compensatieverlof. Als het compensatieverlof niet toegekend kon worden binnen vier maanden, wordt een toelage toegekend (van respectievelijk 1,25/1850ste, 1,5/1850ste of 2/1850ste van de jaarlijkse globale bezoldiging voor de overuren en 25%, 50% of 100% van het bedrag per gepresteerd uur nacht-, zaterdag- of zondagwerk).

De toelage voor nachtprestaties verricht op zaterdagen, zondagen en wettelijke of erkende feestdagen mag gecumuleerd worden met de toelagen voor zaterdag- en zondagprestaties. De toelagen voor nacht- en zondagwerk mogen daarentegen niet gecumuleerd worden met de toelagen voor het presteren van overuren. Het betrokken personeelslid geniet het meest gunstige stelsel.

2019 : 49.240 €

2020 :

74534 €

 

Verschil:

25.294 €

Ongezonde werken

Art. 370

De minister stelt na advies van de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het werk en met de instemming van de minister van Begroting de lijst met werken vast die recht geven op de toelage.

personeelsleden die belast zijn met ongezonde, hinderlijke of lastige werken of werken die een gevoel van onveiligheid, vrees en onzekerheid oproepen bij de personeelsleden die ermee belast zijn

vaste uurtoelage van 2,50 euro, gebonden aan de schommelingen van de spilindex 138,01.

geen

2019 :

409.758 €

2020 :

366.668 €

 

Verschil :

-43.090 €

 

Toelagen aan de rekenplichtigen

Art. 371 tot 373

De toelagen bedoeld in artikelen 371 en 372 worden samen met de wedde uitbetaald. Het bedrag ervan wordt gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138,01. Ze zijn niet verschuldigd in geval van schorsing van de begunstigde, voor de gehele duur van de schorsing. Als de toekenningsvoorwaarden van een verantwoordelijkheidstoelage of van een toelage bij het beheren van meerdere rekeningen slechts voor een deel van het jaar vervuld worden, wordt het bedrag berekend in verhouding tot dit deel van het jaar.

verantwoordelijkheidstoelage toegekend aan de personeelsleden aangesteld door de minister van Financiën als centraliserende rekenplichtige van de uitgaven, centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten, rekenplichtige van de geschillen en rekenplichtige van de liggende gelden; de rekenplichtigen van de ontvangsten, rekenplichtigen voor rekening van derden en beheerders van de voorschotten en hun plaatsvervangers; toelage bij het beheren van meerdere rekeningen toegekend aan 1° de titelvoerende centraliserende rekenplichtige van de uitgaven die minstens vijfentwintig rekeningen beheert; 2° de andere titelvoerende rekenplichtigen die minstens vijf rekeningen beheren.

jaarlijkse forfaitaire verantwoordelijkheidstoelage: tussen 350 en 3.570 euro; toelagen bij het beheren van meerdere rekeningen: 900 euro

geen

2019 :

62.718 €

2020 :

65.451 €

 

Verschil :

2.733 €

 

Tweetaligheidstoelage

Art. 374 tot 379

De tweetaligheidspremies worden maandelijks en
samen met de wedde vereffend. Zij zijn gebonden aan de schommelingen van de spilindex 138,01.

 

personeelsleden die het bewijs hebben geleverd dat zij een schriftelijke en/of mondelinge kennis hebben van de tweede taal,

Het jaarlijkse bedrag van de toelage verschilt naargelang het aan het personeelslid uitgereikte certificaat van taalkennis.

De verschillende toelagen kunnen niet gecumuleerd worden.

2019 : 2.644.719 €

2020 :

2.805.166 €

 

Verschil :

160.447 €

Toelage vierdagenweek

Art. 380 tot 382

een tijdens hun verlof toegekende toelage waarvan
het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de betalingsinstelling vastgesteld zijn door het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de
beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, evenals door elke bepaling die het zou wijzigen of vervangen

personeelsleden in loopbaanonderbreking in toepassing van
artikel 167

een tijdens hun verlof toegekende toelage waarvan het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de betalingsinstelling vastgesteld zijn door het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de
beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, evenals door elke bepaling die het zou wijzigen of vervangen

geen

2019 : 79.871 €

2020 :

68.454 €

 

Verschil :

-11.417 €

 

Toelage opleider

Art. 383

De modaliteiten van de organisatie van de vorming (nl. de doelstellingen, de inhoud, het documentatiemateriaal, de voorbereidingsfase, de doelgroep, de data en de duur) worden in overleg geregeld door de opleider en het HRM in de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. Zij zijn onderworpen aan de goedkeuring van de secretaris-generaal van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. De vorming wordt geëvalueerd zowel door het HRM als door de personeelsleden die de vorming genieten en door de opleider zelf.

elk personeelslid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel dat aanvaardt een opleiding te geven aan de personeelsleden van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel

een forfaitaire vergoeding van 30 euro per halve dag van ten minste drie uren voorbereiding en een forfaitaire vergoeding van 30 euro per halve dag van ten minste drie uur vormingswerk. Het maximumbedrag van de vergoeding toegekend per personeelslid bedraagt
1.200 euro per jaar. De bedragen bedoeld in deze paragraaf zijn gekoppeld aan de spilindex
138,01.

geen

2019 : 25.791 €

2020 :

17.667 €

 

Verschil :

-8.124 €

Ingenieurstoelage

Art. 384

De ingenieurstoelage wordt maandelijks en op dezelfde voorwaarden als de wedde uitbetaald. Ze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

titularissen van de graad van
ingenieur, eerste ingenieur of ingenieur-directeur

jaarlijks forfaitair bedrag vastgesteld op
3.500 euro

kan niet worden gecumuleerd met het bij overgangsmaatregel toegekende geldelijk voordeel voorzien bij het koninklijk besluit van 14 januari 1969 betreffende de productiviteitspremie ten gunste van de burgerlijk ingenieurs bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel van Openbare Werken

2019 : 309.505 €

2020 :

311.197 €

 

Verschil :

1.692 €

Projectpremie

Art. 385

maandelijks betaalde premie
De premie is slechts verschuldigd wanneer er geen onderbreking van de uitoefening
 van de functie plaatsvindt gedurende 30 opeenvolgende werkdagen,
met uitzondering van de jaarlijkse vakantie en het verlof toegekend in het kader van de zwangerschapsbescherming. De premie is gekoppeld aan de spilindex 138,01. Ingeval het project voortijdig beëindigd wordt, is de toelage in evenredigheid met de gepresteerde tijd verschuldigd.

toegekend aan personeelsleden belast met de realisatie van tijdelijke projecten die een
strategische of transversale aard hebben en die het delen beogen van diensten of de ontwikkeling van gemeenschappelijke of uitzonderlijke projecten.

Het jaarlijkse bedrag van de projectpremie is vastgesteld op:
- 5.500 euro voor de projectleider;
- 2.500 euro voor de projectassistent.

geen

2019 : 571.734 €

2020 :

531.284 €

 

Verschil :

-40.450 €

Toelage voor bijzondere opdrachten – beheer van de schuld

Art. 386 en 387

De toelage wordt maandelijks uitgekeerd en dit tegelijkertijd met de wedde. De toelage is onderhevig aan schommelingen van de spilindex 138.01.

personeelsleden die bevoegd zijn voor het beheren van de directe en de gewaarborgde schuld van het Gewest en/of voor de centralisatie van de pararegionale thesaurieën en/of voor de verschijning in persoon in naam van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van betwistingen met betrekking tot de toepassing van een fiscale wet

jaarlijks bedrag vastgesteld op 5.000 euro

geen

2019 : 137.748 €

2020 :

151.189 €

 

Verschil :

13.441 €