Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de hervorming van het educatief verlof.

Indiener(s)
Gilles Verstraeten
aan
Bernard Clerfayt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 658)

 
Datum ontvangst: 22/02/2021 Datum publicatie: 29/04/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 27/04/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
21/04/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Werknemers uit de privésector en contractuele personeelsleden van autonome overheidsbedrijven in Brussel hebben recht op educatief verlof. Dat is betaald verlof voor erkende opleidingen die ze in hun vrije tijd of tijdens de werkuren volgen om zich voor te bereiden op examens. De werkgever die dat verlof toestaat, krijgt een forfaitair bedrag uitgekeerd als compensatie. In het kader van levenslang leren en permanente scholing kunnen we een dergelijke ondersteuning alleen maar sterk aanmoedigen. De zesde staatshervorming heeft die bevoegdheid overgedragen van het federale niveau naar de deelstaten. In Brussel (en Wallonië) is het oude federale systeem overgenomen.

Voor het bepalen van het aantal uren betaald educatief verlof komen enkel lesuren waarbij de persoon in kwestie fysiek aanwezig is, in aanmerking. Daar knelt het schoentje, zeker in deze tijden. Sinds het begin van de crisis zijn er heel wat fysieke lessen weggevallen en vandaag blijft afstandsonderwijs in het hoger onderwijs de norm. Maar lessenpakketten worden eigenlijk al langer meer en meer aangeboden in digitale vorm, met veel zelfstudie, zodat cursisten ze vanop afstand en op elk moment van de dag kunnen raadplegen.

Minder fysieke lessen betekent voor de werkstudenten dus minder educatief verlof dan vroeger om te studeren. De werkstudenten in Brussel wensen dat het aantal uren educatief verlof kan worden berekend op basis van het aantal opgenomen studiepunten, zoals dat ook in Vlaanderen kan sinds 1 september 2019. De berekeningswijze met studiepunten is flexibeler dan een berekening op basis van de effectieve aanwezigheid tijdens de lesuren. Studiepunten zijn de facto bedoeld als meetinstrument van de studiedruk van de opleiding. Dat leidt tot meer flexibiliteit voor de cursisten en een lagere werkdruk voor de docenten. Docenten kunnen op die manier meer studenten bereiken, ook werkstudenten. Die aanpassing in de regelgeving kwam in Vlaanderen tot stand in overleg met de sociale partners en is dus breed gedragen door het werkveld.

Bij het begin van de legislatuur, op 16 oktober 2019, zei u over dit thema in commissie dat “het nog te vroeg was om uw plannen uit te doeken te doen”, maar dat u wil dat “het educatief verlof een instrument voor permanente opleiding wordt om tegemoet te komen aan de noden, de realiteit en de evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt”. Hopelijk kunt u vandaag meer vertellen over de hervorming dat de Brusselse regering betreffende deze kwestie wenst door te voeren.

Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:

- Wat zijn de plannen van de Brusselse regering betreffende het educatief verlof? Komt in die hervorming een berekening van het educatief verlof op basis van het aantal opgenomen studiepunten ter sprake, naar analogie met het systeem dat in Vlaanderen is ingevoerd? Wanneer zal de hervorming een feit zijn?
- Hoeveel werknemers maakten in de academiejaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020 gebruik van de steunmaatregel voor educatief verlof in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
- Welke totaalbedragen werden in die jaren aan de rechthebbende werkgevers uitgekeerd ter compensatie van educatief verlof?
 
 
Antwoord    Gelet op de gezondheidscrisis die we al een jaar doormaken en het feit dat de wetgeving het onmogelijk maakte om afstandsopleidingen te aanvaarden, heeft de regering een besluit genomen waarbij sommige voorwaarden voor de toekenning van educatief verlof tijdelijk versoepeld worden. Hierdoor krijgen de mensen die een opleiding volgen dezelfde rechten tot het einde van het schooljaar 2020-2021. De opleidingsinstellingen moeten zodoende hetzelfde quotum uren betaald educatief verlof toekennen als in normale tijden zodra de lessen behouden blijven.
Wat de hervorming van het betaald educatief verlof betreft, werk ik momenteel samen met Brussel Economie en Werkgelegenheid en Brupartners aan de grondslagen van een modern systeem dat aan de bijzonderheden en behoeften van het hedendaagse onderwijs beantwoordt.
Het spoedeisende karakter van de gezondheidscrisis heeft helaas gezorgd voor een vertraging van de eerste fasen van de hervorming, maar dit wordt een prioritaire doelstelling voor 2021.
Er liggen meerdere verbeteringen op tafel om in te spelen op de steeds grotere flexibiliteit in het onderwijs, met name voor de cursussen van universiteiten en hogescholen.
Deze vragen moeten wel nog worden besproken met de sociale partners.
Ik beschik nog niet over de definitieve cijfers voor het schooljaar 2019-2020, die pas gekend zullen zijn na invoering van alle ontvangen aanvragen voor terugbetaling, over het algemeen is dat in juli.

Het bestuur heeft immers net de ontvangst van de dossiers voor het jaar 2019-2020 afgesloten (die konden uitzonderlijk worden ingediend tot 31 januari 2021, rekening houdend met de situatie).
Na een eerste telling blijkt dat het aantal ingediende dossiers stabiel blijft ten opzichte van de voorgaande jaren.
Voor het schooljaar 2018-2019, dat in 2020 werd behandeld, werden in totaal 10.030 werknemers die betaald educatief verlof genieten geregistreerd.
Dat aantal evolueert constant sinds de afgelopen drie jaar: 9.270 werknemers namen betaald educatief verlof in 2017-2018, tegen 8.684 werknemers in 2016-2017.
Daar moet evenwel aan worden toegevoegd dat het aantal dossiers dat elk jaar wordt ontvangen redelijk stabiel blijft. Die verschillen kunnen voornamelijk worden verklaard door de jaarlijkse schommelingen van het aantal begunstigden bij de grootste ondernemingen die de terugbetaling van het betaald educatief verlof van hun werknemers aanvragen.
Het toegekende budget bedraagt 14.510.020 euro in 2020, voor de terugbetalingen van de opleidingen tijdens het schooljaar 2018-2019.
Voor het schooljaar 2017-2018 bedroeg het totale budget 11.798.114 euro, en voor 2016-2017 was dat 11.044.240 euro.