Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de veiligheidsmaatregelen en het behoud van historische liften.

Indiener(s)
Carla Dejonghe
aan
Pascal Smet, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor Stedenbouw en Erfgoed, Europese en Internationale Betrekkingen, Buitenlandse Handel en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (Vragen nr 503)

 
Datum ontvangst: 12/07/2021 Datum publicatie: 21/09/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 17/09/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
10/08/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Ons gewest telt vele magnifieke historische liften, die een belangrijk onderdeel uitmaken van het Brusselse erfgoed. Ze hebben een grote architecturale waarde. Toch werden de liften, die voor 1958 werden ingestalleerd, bedreigd met afbraak, aangezien ze niet aan de veiligheidsvoorschriften voldeden die in 2003 werden ingevoerd. Mijn collega’s en ikzelf hebben dit probleem al aangekaart.

Zoals u weet kan het behoud van deze oude liften nochtans, door ze op maat veilig te laten maken. Om te bepalen of een lift moet aangepast worden, kan een risicoanalyse uitgevoerd door een Externe Dienst voor Technische Controle (EDTC). Sinds de wijzigingen van het KB laat de regelgeving ook toe om gebruik te maken van een risicoanalyse op maat: de methode Kinney. Deze brengt de waarschijnlijkheidsfactor, de blootstelling en de ernstgraad in kaart om de nodige verbeteringen uit te voeren. Wel bleken er echter nooit genoeg opgeleide vakmensen hiervoor. Nochtans zou dit een renovatie haalbaar en betaalbaar maken, met behoud van de esthetische waarde.

Mijn collega René Coppens riep in 2003 reeds op om het beroep van lifthersteller aantrekkelijker te maken. U zou, in samenwerking met uw collega, Actiris, Bruxelles Formation en de Nederlandstalige en Franstalige technische scholen, werk maken van een specifieke opleiding. Liftherstellers hebben momenteel immers vaak een zekere leeftijd – zoals ook werd geïllustreerd in de Terzake-uitzending van 18 mei – en het is de hoogste tijd om de fakkel door te kunnen geven aan jongere generaties.

Bijzonder fijn was het om vast te stellen dat u en uw federaal minister Dermagne aankondigden dat er opnieuw uitstel zou komen – tot 2027 – om de oude liften te renoveren. Ook zouden de veiligheidsvoorschriften opnieuw onder de loep worden genomen. We moeten vermijden dat we in 2027 in dezelfde onzekere situatie verzeild geraken als de afgelopen jaren.

Ik zou u in dit kader willen vragen:

  • Welke concrete afspraken werden er gemaakt tussen het Brusselse niveau en het federale niveau omtrent het uitstel van de renovaties tot 2027? Welke veiligheidsmaatregelen voor oude liften zullen worden herbekeken?

  • Hoeveel liften, die voor 1958 werden gebouwd en die nog zouden moeten gerenoveerd worden om te voldoen aan de geldende veiligheidsvoorwaarden, werden binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest reeds geïnventariseerd?

  • Hoe ver staat u met het voorzien van een opleiding voor het renoveren van oude liften? Hoeveel mensen worden hiertoe opgeleid en hoeveel zijn reeds afgestudeerd?

 
 
Antwoord    Sinds begin deze legislatuur heb ik onmiddellijk de bevoegde Federale ministers, eerst Nathalie Muylle en vervolgens Pierre-Yves Dermagne op de hoogte gebracht van de problemen die de modernisering, voorzien in het koninklijk besluit van 9/3/2003, voor het erfgoed stelt. Ik heb onmiddellijk ook de vraag gesteld om samen de nodige oplossingen te ontwikkelen en een wijziging van het KB voor te bereiden.
Parallel heb ik met mijn administratie een samenwerkingsovereenkomst met Homegrade afgesloten om voor Brussel een exhaustieve inventaris van historische liften op te maken en om de uitreiking van attesten te faciliteren. Daarnaast heeft mijn kabinet en mijn administratie ook van begin deze legislatuur een nauw contact opgebouwd met de bevoegde kabinetten en erfgoedadministraties in de twee andere gewesten alsook met de FOD Economie.

Dankzij mijn goede samenwerking met mijn collega Minister Pierre-Yves Dermagne is er snel een goede en brede samenwerking tot stand gekomen.


Concreet heeft de FOD in juni de erfgoeddiensten en de kabinetten van de 3 gewesten een oriënteringsnota bezorgd teneinde het KB van 9/3/2003 tegen eind 2021 te wijzigen. Deze nota werd kort nadien besproken in een vergadering waaraan de 3 gewesten, de kabinetten en de administraties alsook het kabinet van minister Dermagne, de FOD Economie en de FOD Werkgelegenheid hebben deelgenomen. Er werd overeengekomen dat de termijn voor de modernisering van de liften die de gewesten hebben erkend voor hun historische waarde naar eind 2027 wordt verschoven. Voor andere liften, die niet erkend zijn en van vóór 1958 dateren, wordt de termijn verlengd tot eind 2023, zodat de gewesten de tijd krijgen om de nodige certificaten van historische waarde op te stellen.
Wat betreft de eigenlijke vereisten voor de modernisering van historische liften, stelt de FOD met name de volgende algemene maatregelen voor:

- Voor "alternatieve" moderniseringsoplossingen een "afdoende" veiligheidsniveau aanvaarden, in plaats van een veiligheidsniveau gelijkwaardig aan algemene moderniseringsoplossingen op basis van internationale normen;
- Het gebruik van oplossingen van het elektronische type (lichtgordijn), naast de beveiliging van de kooitoegang, aanvaarden;
- Een reeks alternatieve oplossingen bestuderen die erfgoedvriendelijker zijn, met als doel deze te erkennen als "standaardmoderniseringsoplossing", in plaats van geval per geval risicoanalyses en onderzoeken uit te voeren.


Voor de 3e maatregel hebben de gewesten overleg gepleegd en stellen zij een herziening voor van bijlage I van het KB van 9/3/2003 (
"Bij de risicoanalyse in acht te nemen veiligheidsaspecten"), die als basis voor de checklist dient. Vooral de verschillende onderdelen van punt 2° van deze bijlage zouden moeilijk te verenigen kunnen zijn met het principe van het behoud van de erfgoedwaarde, dat door de gewesten als essentieel en prioritair wordt geacht.

De 3 gewesten vragen namelijk dat de liften waarvan de historische waarde werd erkend als dusdanig in het aangepaste KB worden opgenomen, zodat zij een specifiek statuut kunnen genieten. Concreet hebben de aandachtspunten m.b.t. het erfgoed in de checklist van bijlage I van het KB van 9/3/2003 hoofdzakelijk betrekking op elementen waar een potentieel gevaarlijk contact mogelijk is tussen de gebruikers en de beweeglijke delen: geen volle kooideuren, vaak met schuifhek; open liftkoker met onvoldoende hoge en ontoereikend afgesloten wanden; opengewerkte bordesdeuren; openingen in de liftkooi ... Bijlage I van het besluit van 9/3/2003 kan technisch gezien niet al deze punten in detail behandelen. Deze zullen moeten worden opgenomen in de standaardprocedure voor de risicoanalyse die de FOD moet goedkeuren.



Het document dat Urban in maart heeft bezorgd, moet de FOD in staat stellen de problemen die deze procedure voor het erfgoed meebrengt, in te schatten en aan te passen.

Voor de gewestelijke diensten die zich met erfgoed bezighouden zouden nieuwe alternatieve "standaardoplossingen" het in bepaalde, te gecompliceerde gevallen mogelijk moeten maken om de veiligheidseisen te versoepelen door meer op preventie in te zetten. De ontwikkeling door lifttechnici en de goedkeuring door de FOD en de controle-instanties (EDTC) van elektronische beveiligingsoplossingen zouden het eveneens mogelijk moeten maken om de erfgoedeigenschappen te behouden.

-De FOD Werkgelegenheid en de FOD Economie hebben in 2020 navraag gedaan bij de EDTC's, waaruit blijkt dat het Brussels gewest 2309 liften van vóór 1958 telt.
Niet al deze liften hebben erfgoedwaarde en hoeven in de inventaris te worden opgenomen. Zelfs al achten de FOD's dat in heel België slechts een gering percentage van de liften van vóór 1958 een regularisatieattest (volledige modernisering) heeft gekregen, het is mogelijk dat reeds gedeeltelijke moderniseringswerkzaamheden, die nefast zijn voor de erfgoedwaarde van de lift, hebben plaatsgevonden.
Urban beschikt over een databank met een inventaris, waarin 748 liften zijn opgenomen die potentieel historische waarde hebben. Deze cijfers, zijn, zoals die van elke inventaris, aan veranderingen onderhevig. Bepaalde aanvragen moeten nog in detail worden geanalyseerd. Daarnaast ontvangt Homegrade dagelijks nieuwe aanvragen. De aantallen zullen door een nieuwe sensibiliseringscampagne ongetwijfeld verder toenemen. Urban acht het dus zeer waarschijnlijk dat de inventaris zo'n duizend historische liften zal bevatten.

- De eerste contacten met het kabinet van mijn collega Minister Clerfayt zijn reeds gelegd. Na analyse wordt in eerste instantie gedacht aan een opleidingsformule op de werkvloer, de zogenaamde FPIE (Formation Professionnelle Individuelle en Entreprise). Dat wil zeggen dat bestaande liftbedrijven die al ervaring of interesse hebben in deze niche, een specifieke financiële en logistieke ondersteuning zullen kunnen genieten om binnen hun activiteiten opleidingen te voorzien. Nu er zicht is op een extra termijn tot 2027 is het de bedoeling dit in de loop van 2022 te concretiseren. Ook met de verschillende onderwijsverstrekkers zal er worden gepolst hoe er ook op langere termijn eventueel een opleiding of specialisatie m.b.t. de niche van de historische liften zou kunnen ontwikkeld worden.