Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende recht op kinderbijslag voor de 18-21-jarigen die hun beroepsinschakelingstijd hebben doorlopen.

Indiener(s)
Delphine Chabbert
aan
Sven Gatz en Bernard Clerfayt, leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Gezinsbijslagen, Begroting, Openbaar Ambt en Externe betrekkingen (Vragen nr 28)

 
Datum ontvangst: 12/06/2020 Datum publicatie: 12/08/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 15/09/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
24/06/2020 Ontvankelijk p.m.
15/09/2020 Ingetrokken door zijn auteur. Delphine Chabbert
 
Vraag    Sinds 1 januari 2020 beheert en betaalt het Brussels Gewest de kinderbijslag voor meer dan 310.000 kinderen die op zijn grondgebied wonen. Ons Gewest heeft beslist om na de zesde staatshervorming een hele reeks bepalingen betreffende de kinderbijslag te wijzigen om beter rekening te houden met de realiteit van de Brusselse gezinnen.

Sommige bepalingen werden evenwel niet gewijzigd. Het gaat onder meer om de bepalingen betreffende het recht op kinderbijslag voor kinderen ouder dan 18 jaar. Om na 31 augustus van het jaar waarin het kind 18 jaar wordt en tot de leeftijd van 25 jaar kinderbijslag te krijgen, moet men vandaag kunnen aantonen dat het kind studeert, een opleiding volgt of een beroepsinschakelingstijd doorloopt.

Op 1 september 2015 zijn er nieuwe maatregelen inzake werkloosheid voor jongeren onder de 21 jaar op het moment van de aanvraag van een inschakelingsuitkering van kracht geworden. Aan het einde van de beroepsinschakelingstijd moeten drie voorwaarden vervuld zijn om vóór de leeftijd van 21 jaar een inschakelingsuitkering te krijgen:

- in het bezit zijn van een diploma hoger secundair onderwijs;
- een alternerende opleiding met succes en volledig afgerond hebben;
- een attest van de Gemeenschap indienen dat de gelijkwaardigheid met het diploma secundair onderwijs aantoont.

De beroepsinschakelingstijd eindigt na 310 dagen stage en het krijgen van twee positieve evaluaties.

Indien de voornoemde voorwaarden niet vervuld zijn aan het einde van de beroepsinschakelingstijd, krijgt de jongere de inschakelingsuitkering pas zodra hij de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Voorts verliest hij zijn recht op kinderbijslag, aangezien hij zijn beroepsinschakelingstijd heeft doorlopen. Hij wordt bijgevolg geacht onder de openbare dienst voor arbeidsvoorziening, ACTIRIS, te vallen.

De periode tussen het einde van de beroepsinschakelingstijd en de daadwerkelijke betaling van de inschakelingsuitkering kan min of meer lang zijn en tot twee jaar duren. Twee jaar waarin jongeren die kunnen aantonen dat ze actief op zoek zijn naar werk, geen inschakelingsuitkering noch kinderbijslag krijgen.

Een jongere die tijdens zijn beroepsinschakelingstijd een negatieve evaluatie krijgt, kan kinderbijslag blijven krijgen. Dat is volgens ons niet billijk en onrechtvaardig, aangezien een hele reeks jonge werkzoekenden daardoor benadeeld worden.

Aangezien de kinderbijslag onder meer dient om een brug te slaan tussen de studies en de toekenning van een inschakelingsuitkering voor de jongeren die zich beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt, lijkt deze maatregel ons inadequaat.

In dat verband had ik u graag de volgende vragen gesteld:

- Hoeveel begunstigde kinderen worden in deze context geconfronteerd met de stopzetting van de uitbetaling van hun kinderbijslag?

- Hoeveel zou een maatregel kosten die ervoor zorgt dat ze kinderbijslag kunnen blijven krijgen zolang ze geen inschakelingsuitkering of beroepsinkomsten ontvangen?

- Welke soort samenwerking zou nodig zijn met de diensten van ACTIRIS?