Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de bijenpopulatie in Brussel en de gevolgen voor bijenpopulatie.

Indiener(s)
Bianca Debaets
aan
Alain Maron, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve democratie (Vragen nr 51)

Rubriek(en):
 
Datum ontvangst: 12/11/2019 Datum publicatie:
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 09/12/2019
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
13/11/2019 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Veel stadsbesturen wereldwijd investeren in het opstellen van bijeenkorven in parken, e.a. In een Franse wetenschappelijke studie uit het wetenschappelijke tijdschrift Plos One blijkt echter dat bijenpopulaties minder positief zijn voor bio-diversiteit dan initieel gedacht. De wilde bijen (en andere insecten zoals vlinders en kevers) daalden enorm in de gebieden waar de honingbij werd
geïntroduceerd, zo blijkt uit het onderzoek. De reden is dat er te weinig “eten” (nectar) overbleef na de komst van de nieuwe bijen.
De conclusie van de onderzoekers zijn dat er minder korven moeten zijn per vierkante kilometer en er meer groen (bloemen) moet komen in de stad.
In België is het minder duidelijk hoe groot het probleem zou zijn tussen de concurrentie van honingbijen en wilde bijen.
 
Daarover heb ik de volgende vragen:
 
· Hoeveel bijenkorven heeft het Gewest/Leefmilieu Brussel geplaatst over het grondgebied in het kader van biodiversiteit? Weet u hoeveel bijeenkorven in Brussel er in totaal zijn? Wat is de groei van de bijenkorven sedert vorig jaar? Is er beslist hoeveel bijenkorven volgend jaar worden geplaatst? werd de privé-sector ook aangemoedigd om bijenkorven te plaatsen op hun dak etc.? Welk budget wordt er vrijgemaakt voor de aanleg en het onderhoud van deze korven?
· Kunt u een overzicht geven waar deze korven zijn geplaatst? Op basis van welke criteria: werd er bijvoorbeeld gewaakt dat het voldoende verspreid was ? Hoe waakt Leefmilieu Brussel dat de honingbijen goed verzorgd worden? Zijn er bijvoorbeeld imkers aanwezig in de administratie om de bijenkorven te verzorgen?
· Heeft deze regering beslist dat bijen(korven) een instrument zijn om de bio-diversiteit in Brussel te verhogen?
· Zal de minister op basis van deze studie erop toezien dat er voldoende flankerende maatregelen worden genomen om de populatie van wilde bijen op peil te houden? Zal er bijvoorbeeld meer groen/bloemen worden aangeplant op de plaatsen waar de (gewestelijke) bijenkorven zijn geplaatst?
 
 
Antwoord    1.Hoeveel bijenkorven heeft het Gewest/Leefmilieu Brussel geplaatst over het grondgebied in het kader van biodiversiteit?

In het verleden heeft Leefmilieu Brussel een twintigtal sites ter beschikking gesteld van imkers in groene ruimten en groentetuinen, in een tijd waarin er geen enkel ecologisch probleem werd vermoed. Het is nu bekend dat bijenkorven een ecologisch risico vormen voor wilde bijenpopulaties van meer dan 600 m en tot ongeveer 1200 m van een bijenstal, zoals blijkt uit verschillende recente studies en uit gegevens die door de Université Libre de Bruxelles op het regionale grondgebied zijn verzameld.

Daarom wordt in het voorjaar van 2020 een nieuw standpunt ingevoerd:

- De bijenstallen zullen uit de Natura 2000-gebieden worden verwijderd, overeenkomstig de verzoeken van de Brusselse Hogere Raad voor Natuurbehoud van april 2017 - de bijenstallen in de natuurreservaten werden al verwijderd;
- De bijenstallen in bepaalde groentetuinen van bepaalde gezinsgroentetuinen zullen behouden blijven, door hun educatieve rol over de relatie tussen bijen en voedselproductie te versterken, door de zachte bijenteelt te bevorderen en door de naleving van de federale wetgeving (in het bijzonder de verklaring aan het FAVV) te garanderen.


2.Weet u hoeveel bijeenkorven in Brussel er in totaal zijn? Wat is de groei van de bijenkorven sedert vorig jaar?

We hebben niet de exacte cijfers. Het zal de uitdaging zijn om de komende jaren een bijenkadaster op te zetten op basis van verplichte jaarlijkse declaraties.

In 2015 werden in een niet-uitputtende participatieve inventarisatie 323 bijenkasten in 118 bijenstallen gemeld. Sommige belanghebbenden uit de sector waren van mening dat het werkelijke cijfer gemakkelijk moet worden verdubbeld of zelfs verdrievoudigd. Het belang van deze oefening was om te worden verruimd.

Sinds 2016 past de Koninklijke Maatschappij voor bijenteelt in en rond Brussel (SRABE) op het Brusselse Gewest de methodologie toe die het Waalse Gewest gebruikt voor de jaarlijkse telling (om de cijfers aan de Europese Unie mee te delen om steun aan de sector te ontvangen); zij schatten de Brusselse veestapel op 844 bijenkolonies in 2016, 701 in 2017 en 456 in 2018, wat een daling van het aantal bijenkasten weerspiegelt. Naast de wintersterfte en de weersomstandigheden van de laatste jaren, stellen sommige belanghebbenden dat dit reeds een bewijs zou zijn van over-dichtheid van de bijenkorf op basis van de beschikbare voedselbronnen.

Het is ook een declaratieve methode, geëxtrapoleerd naar 25% van de leden van de federatie; daarom is er geen informatie beschikbaar over niet-leden. De methode garandeert de anonimiteit van de bijenhouders, omdat zij vrezen dat zij door de (gezondheids- of economische) autoriteiten aan controles zullen worden onderworpen.


3.Kunt u een overzicht geven waar deze korven zijn geplaatst? Op basis van welke criteria: werd er bijvoorbeeld gewaakt dat het voldoende verspreid was ?

Het is nu al moeilijk om een schatting te maken van het aantal bijenkasten in onze regio door het ontbreken van een verplichte en gestandaardiseerde rapportering, maar de rapportering van hun locatie is nog gecompliceerder door de wens van de bijenhouders om anoniem te blijven, zoals hierboven vermeld.

De laatste jaren is het aantal bijenkasten in het dichtbevolkte stedelijke hypercentrum toegenomen, voornamelijk als gevolg van een fenomeen van "sponsoring", waarbij toonaangevende bedrijven en openbare instellingen samenwerken met imkers om bijenkasten op hun land, daken, enz. te plaatsen. De installatie van deze bijenstallen is onderworpen aan de regels inzake de afstand tot de woningen of de openbare weg op de site van Leefmilieu Brussel.

De andere bijenstallen bevinden zich voornamelijk aan de rand van groene ruimten, reservaten en Natura 2000-gebieden, wat vragen oproept over de druk die wordt uitgeoefend op de biodiversiteit van deze te beschermen gebieden.


4.Is er beslist hoeveel bijenkorven volgend jaar worden geplaatst? Werd de privé-sector ook aangemoedigd om bijenkorven te plaatsen op hun dak etc.? Welk budget wordt er vrijgemaakt voor de aanleg en het onderhoud van deze korven?

Leefmilieu Brussel onderzoekt de beste methode om het aantal gewenste bijenkasten in het gewest te ramen. Mijn administratie raadt ondertussen af om nieuwe bijenkasten te plaatsen, vooral bij zakelijke projecten, en a fortiori in het centrum en de binnenstad. Wanneer de Natuurfacilitator hierover wordt ondervraagd, verwijst hij systematisch naar alternatieve ontwikkelingen ten behoeve van de biodiversiteit (installatie van vogelboxen, vergroening, etc.).
Ook de installatie van bijenkorven wordt niet langer ondersteund in de oproepen tot het indienen van projecten, wederom ten behoeve van natuurvriendelijke ontwikkelingen.

5.Hoe waakt Leefmilieu Brussel dat de honingbijen goed verzorgd worden? Zijn er bijvoorbeeld imkers aanwezig in de administratie om de bijenkorven te verzorgen?

De gezondheid van de bijenpopulatie is een federale verantwoordelijkheid, onder toezicht van het FAVV.
Wat meer bepaald de praktijken en de gezondheidstoestand van de bijenkasten in de gewestelijke gebieden betreft, zal Leefmilieu Brussel, als gevolg van veranderingen in haar teams, nieuwe imkers moeten opleiden om ervoor te zorgen dat de praktijken in de praktijk ook daadwerkelijk respectvol zijn voor bijen.

6.Heeft deze regering beslist dat bijen(korven) een instrument zijn om de bio-diversiteit in Brussel te verhogen?

Bestuivers als geheel worden als essentieel beschouwd voor het evenwicht van ons ecosysteem en het behoud van de biodiversiteit.

Het doel is dus om een integrale aanpak te hanteren, rekening houdend met de diversiteit van alle bestuivers, en niet alleen met de bijenproductie of de toestand van de honingbijenpopulaties.


7.Zal de minister op basis van deze studie erop toezien dat er voldoende flankerende maatregelen worden genomen om de populatie van wilde bijen op peil te houden? Zal er bijvoorbeeld meer groen/bloemen worden aangeplant op de plaatsen waar de (gewestelijke) bijenkorven zijn geplaatst?

De regionale strategie die momenteel in Brussel Milieu wordt afgerond, zal, parallel aan de nationale strategie die ook in ontwerp is, specifiek op deze kwesties ingaan. Een belangrijke inventarisatie van wilde bijen is ook aan de gang: www.wildbnb.brussels
Het project zal een rode lijst opstellen van de meest kwetsbare soorten en zal zich richten op de instandhoudingsmaatregelen die moeten worden genomen om deze soorten te beschermen.

De Brusselse strategie zal ook bepaalde richtlijnen specificeren die moeten worden ontwikkeld in het kader van de andere gewestelijke begeleidingsdocumenten, of het nu gaat om het Natuurplan, het Programma ter vermindering van pesticiden of het toekomstige agro-ecologische programma. Er zal dus een reeks maatregelen worden genomen om de stedelijke vergroening te optimaliseren, zodat het belang van de stad voor de bestuivers gewaarborgd is, en niet alleen om de stad te "vergroenen" zonder bij te dragen aan de toename van de middelen.

img2