Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het alternerend leren.

Indiener(s)
Kalvin Soiresse Njall
aan
Bernard Clerfayt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 210)

 
Datum ontvangst: 20/02/2020 Datum publicatie: 17/04/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 17/04/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
13/03/2020 Ontvankelijk Uitgebreid Bureau van het Parlement
 
Vraag    Binnen de door de Brusselse regering opgestarte Strategie 2020, die erop gericht is om inzake tewerkstelling en opleiding een radicaal transversaal beleid te voeren, bezet het alternerend leren een vooraanstaande plaats. Het alternerend leren beantwoordt aan een reële nood. Het is van groot belang dat dit soort opleidingen kwalitatief hoogstaand zijn en slim geconcipieerd als ze willen tegemoetkomen aan de wensen van de Brusselaars die op zoek zijn naar een stralende professionele toekomst.

Daarom deze vragen:

1. De Brusselse regering heeft de ambitie om aan maximale kruisbestuiving te doen tussen werk en opleiding. In welke maten bundelen het Brusselse en het Waalse gewest hierover nu al hun krachten?

2. De regering van de Federatie Wallonië-Brussel is van plan om, in uitvoering van de beleidsverklaring van de Gemeenschap, een staten-generaal bijeen te roepen over het alternerend leren. Onlangs heeft de Franse Gemeenschapsminister Caroline Désir in commissie aangekondigd dat ze de organisatie van die staten-generaal aan de Office Francophone de la Formation en Alternance (OFFA) toe te vertrouwen. Wat is het precieze streven van de Brusselse regering op dit vlak? Wat zal de rol zijn van het Brussels Gewest bij die staten-generaal?

3. Tussen het Gewest en de Gemeenschapscommissies bestaan samenwerkingsakkoorden over de koppeling tussen werk en opleiding, zoals die wordt verwoord in de gewestelijke beleidsverklaring. Daarmee wil men de toegankelijkheid en de efficiëntie van de beroepsopleiding verbeteren. Hoe ver staat men ondertussen met het in de praktijk brengen van die akkoorden?
 
 
Antwoord    Wat ons gekruist beleid tewerkstelling-opleiding betreft, hebben we regelmatig positieve contacten met het Waalse Gewest, en in het bijzonder met mevrouw Morreale, de minister van Werk en Beroepsopleiding. We werken in overleg aan de gedeelde uitdagingen in verschillende dossiers.

Wat het alternerend onderwijs betreft, hebben we de gezamenlijke wil om deze sector te hervormen en om het onderwijs en de beroepsopleiding beter op mekaar af te stemmen.

Op 7 november 2019 heb ik overigens aan mijn collega laten weten dat ik graag betrokken zou worden bij de staten-generaal om samen en in overleg te kunnen werken rond de kwestie van de afbakening en de synergieën.

Heden zijn het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie uitgesloten van deelname aan het denkproces over de hervorming van het alternerend onderwijs.

De Franse Gemeenschapscommissie heeft het Kaderakkoord tot samenwerking betreffende de alternerende opleiding van 24 oktober 2008 echter ondertekend, waarmee het Office Francophone de l’Alternance, het sturend orgaan van de hervorming, werd opgericht. Als stakeholder van het OFFA, lijkt het ons duidelijk dat de hervorming door alle ondertekenende regeringen moet worden uitgevoerd.

Op 9 maart 2020 heb ik mijn verzoek herhaald aan de minister-president van het Waalse Gewest, de heer Di Rupo, en aan de Regering van de Federatie Wallonië-Brussel, de heer Jeholet.

Daarin herinner ik aan onze volledige medewerking en onze wil om te proberen gezamenlijk een samenhangende en constructieve hervorming van het alternerend onderwijs door te voeren, waarvan de inzet ruimschoots de gewestelijke en gemeenschapsgrenzen overstijgt.

Na deze uitwisseling werd ik gecontacteerd door de heer Jeholet, die een ministeriële ontmoeting met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wil organiseren. Het spreekt voor zich dat ik positief gereageerd heb op dit initiatief. Ik zal u zeker op de hoogte houden over het vervolg van deze samenwerking en over de plaats die het Gewest in deze hervorming zal innemen.

De kwestie van de samenwerkingsakkoorden met het Vlaamse Gewest wordt momenteel afgerond en zou binnenkort in eerste lezing moeten worden goedgekeurd.

Momenteel wordt ook gewerkt aan het akkoord met de FGC. Het is mijn bedoeling om beide akkoorden te laten goedkeuren, zodat ze in september 2020 door het Parlement kunnen worden behandeld.