Logo Parlement Buxellois

Het gebouw

Demi-cercle

Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement

Als de bezoeker de lokalen van het Brussels Parlement aan de Lombardstraat binnentreedt, bevindt hij zich in een neoclassicistisch gebouw uit het begin van de 20e eeuw.

De verdiepingen zijn verbouwd tot commissiezalen en op het dak is een halfrond gebouwd.Aan de achterkant bevinden zich nog verschillende vleugels die dateren uit het eind van de 17e eeuw, wat zeldzaam is in Brussel. Tot dan bevond er zich aan de Eikstraat immers een groot herenhuis, dat toebehoorde aan de familie Maes.

 

Het huis van de Limminghe

In 1695 werd het stadscentrum verwoest tijdens de beschietingen door de Franse troepen van Lodewijk XIV. De grond en de ruines van het pand werden gekocht door Charles Vanden Berghe, graaf de Limminghe, die verschillende functies uitoefende in het stadsbestuur en die onder meer tweemaal burgemeester van Brussel was. In 1696 liet hij er een groot, prestigieus pand met twee verdiepingen bouwen achterin een volledig afgesloten binnenplein. Achter het pand lag een grote tuin met een uitgang aan het Sint-Jansplein. Het pand werd nadien verschillende malen verkocht en deed dienst als residentie van de apostolische nuntius en de ambassadeur van Engeland.

 

De zetel van de provinciale instellingen

De Provincie Brabant en de Hollandse Staat verwierven het pand in 1823 en richtten het in als zetel van het provinciebestuur van Brabant en als residentie van de gouverneur. Na de onafhankelijkheid bleef de toestand onveranderd, maar naarmate het provinciebestuur uitbreiding nam, werden de lokalen te klein en raakten ze verouderd. Eind jaren 1860 werden verschillende voorstellen gedaan om hiervoor een oplossing te bieden.

Er werden op bepaalde plaatsen verbouwingen uitgevoerd. Er waren echter grotere werken nodig om de gebouwen aan te passen aan de noden van het provinciebestuur. Hierdoor werd de aanblik van het geheel grondig veranderd.

Uit de verschillende stijlkenmerken van de gebouwen zoals die er thans uitzien valt op te merken dat er in verschillende periodes is gebouwd. Er werd echter steeds gestreefd naar harmonie.

Een gedeelte van de salons van de ambtswoning van de gouverneur werd in 1885 vernieuwd, zoals blijkt uit de dessus-de-porte die versierd zijn met het naamcijfer van Leopold II. In 1907 was het de beurt aan de vleugel met de kantoren. Georges Hano, de architect van het ministerie van Openbare Werken, bouwde op die plaats een hogere vleugel dan de vorige, met een directe toegang tot de Eikstraat voor de bedienden van de administratie. De architect verbond de gebouwen onderling en maakte de gevels aan het binnenplein tot één geheel. Hij bouwde een extra verdieping op de ambtswoning van de Gouverneur, aan de kant van het binnenplein, en verhoogde het gebouw met het door Hansotte herbouwde voorportaal.

In het begin van de eeuw liet de Stad Brussel de Lombardstraat aanleggen, wat ze al in 1840 van plan was. Een deel van de tuin van de ambtswoning van de Gouverneur werd trouwens in het tracé opgenomen. Om de aanwezigheid van het provinciebestuur aan deze brede en drukke straat te benadrukken, ontwierp Georges Hano in 1908 plannen voor een nieuw gebouw aan de Lombardstraat. De werken werden in 1913 aangevat en waren pas volledig voltooid in 1930. Het gebouw heeft een monumentale hoofdingang in neo-Lodewijk-XVIde-stijl aan de Lombardstraat. Vanuit de statige vestibule kan men zich via een dubbele trap naar een statige feestzaal begeven die versierd is met spiegels. Door de ramen heeft men uitzicht op de tuin. De zaal staat in verbinding met de salons van het oude herenhuis. Op de verdiepingen van het gebouw zijn er ruime vergaderzalen en kantoren.

 

De zetel van het Brussels Parlement

Toen de provincie Brabant in januari 1995 gesplitst werd, werd het provinciaal paleis door de federale Staat overgedragen aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat het op zijn beurt afstond aan het Brussels Parlement, dat toen net op zoek was naar een definitieve zetel.

Snel bleek echter dat de gebouwen niet berekend waren op hun nieuwe functie. Daarom heeft het Bureau van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement in 1995, 25 architectenbureaus en 18 bureaus gespecialiseerd in projectbeheer aangeschreven.

Na de selectie eindigden het architectenbureau A2RC en het bureau voor projectbeheer Berenschot-Osborne als eerste in hun respectieve categorie.

Er waren twee grote wijzigingen nodig; namelijk de verbetering van de verbindingen tussen de verschillende ruimten in het paleis en een groter halfrond.

Het architectenbureau A2RC stelde voor om het nieuwe halfrond bovenop de vleugel van het gebouw aan de Lombardstraat te bouwen. Dit voorstel werd uiteindelijk goedgekeurd door het Bureau van het parlement, na het advies van de deskundigen van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen te hebben ingewonnen.

De 20e-eeuwse bijdrage tot dit gebouw dat drie eeuwen geschiedenis achter zich heeft, is geslaagd. Het nieuwe halfrond springt enigszins in ten opzichte van de rooilijn waardoor de oude delen zeer duidelijk zichtbaar blijven en de eigentijdse ingreep sterker tot uiting komt.
De zaal voor de plenaire vergadering, waarop een groot zinken dak ligt, springt nog meer in het oog door de grote gebogen muur in hout die er de ruimte van afbakent. Vanuit een mezzanine kunnen de pers, de politieke fracties en het publiek de debatten in optimale omstandigheden volgen.

In diezelfde neoclassicistische vleugel, zijn drie grote en in de aanpalende vleugel twee kleinere commissiezalen ingericht, voorzien van de modernste technische apparatuur. Elke zaal beschikt, naargelang van de behoeften, over een ruimte voor het publiek en de pers.

Heel die nieuwe infrastructuur dient voor de vergaderingen van de Brusselse parlementaire instellingen, met inbegrip van de vergaderingen van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het Parlement van de Franstalige Brusselaars.

Binnen de ruimte van het oude halfrond van de provincie Brabant bevinden zich thans, op twee verdiepingen, de koffiekamer en de leeszaal voor de parlementsleden.

De vier vleugels achteraan behouden hun administratieve functie. Hierin bevinden zich voortaan de kantoren van het voorzitterschap en van het eerste ondervoorzitterschap en van de diensten van het parlement: kantoren en secretariaat van de griffier en de adjunct-griffier, de dienst Secretariaat-generaal, de wetgevende diensten, de algemene diensten en de dienst verslaggeving.
De spiegelzaal, het grote salon, de eetzaal en andere salons, die deel uitmaakten van het voormalige huis de Limminghe uit de 18e eeuw, en in de 19e en 20e eeuw verbouwd werden, zijn opgeknapt of gerestaureerd.

Ten slotte zijn verschillende belangrijke zalen van het gebouw voorzien van hedendaagse kunstwerken. Daartoe is er een commissie voor de aankoop van kunstwerken opgericht. Ze is samengesteld uit de leden van het Bureau van het parlement en uit acht externe waarnemers uit artistieke kringen (grote musea en onderwijsinstellingen).
Eind 1998 hebben elf kunstenaars de opdracht gekregen om een kunstwerk te maken voor een bepaalde ruimte in het parlement: Joseph KOSUTH (een lichtgevende band), Julien WILLEM (een galerij met Brusselse portretten”), Michel MOUFFE (een spel met spiegels en lichtbakken van verschillende kleuren), Paul DAY (haut-reliëfs in terracotta), Guy LECLERCQ (gemaroufleerde doeken), Richard VENLET (de plannen voor de technische voorzieningen), Gilbert FASTENAEKENS (drie foto’s op doek), Yasmina ASSBANE (de muurzakdoeken), Rudi BOGAERTS (de artistieke ruimte ter nagedachtenis van bekende Brusselaars), Wim DELVOYE (“Liefdesbrief van Mohammed aan Caroline”), Patrick Corillon (“de drie verhalen van Oskar Serti”).

Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement werkt voort aan zijn infrastructuur op de site van het voormalige Paleis van de Gouverneur en heeft het architectenbureau Art & Build belast met de heraanleg van het binnenplein dat zich tussen de Eikstraat en de Lombardstraat bevindt.

De architecten hebben voorgesteld om onder een hangende tuin een aantal voorzieningen (polyvalente zaal en bijgebouwen voor de Brusselaars en hun gekozenen) tot stand te brengen. Daarmee brengen ze de noodzakelijke verbinding tussen de verschillende gebouwen van het Parlement tot stand en zorgen ze voor een vlotte verbinding tussen het halfrond, de kantoren van de parlementsleden, de receptiezalen en de administratieve diensten. De ruimten zijn uitgerust met grote glazen daken die voor veel natuurlijke lichtinval zorgen en een ongewoon uitzicht op de hangende tuin bieden.

Die door de architecten ontworpen ‘stadstuin’ is opgebouwd rond het thema “agora”. Een brede houten vloer is als het ware een natuurlijke uitbreiding van de receptiezalen en vormt een ideale ontmoetingsplaats. De grote oppervlakten van de blinde muren zijn bedekt met verschillende planten, die er echte verticale tuinen van maken. Dankzij een opmerkelijke techniek van de heer Patrick Blanc, een Franse tuinarchitect, beschikt het Parlement over meer dan 400 m² aan verticale tuinen die tot 27 m hoog zijn.

Samen met het halfrond draagt het nieuwe geheel bij tot het beeld van een parlement dat geïntegreerd is in het centrum van zijn stad.

Het Parlement francophone bruxellois

Het gebouw gelegen Lombardstraat 77, een kantoorgebouw van 2.200 m²,  huisvest de diensten van het Parlement francophone bruxellois. Dit hedendaags gebouw, een ontwerp van de architect Marcos Alvarez van het bureau Cooparch/Skope, past volledig in de tendens van de duurzame ontwikkeling. Zijn gevel bestaat uit geometrische figuren. Volgens de architect verwijst de vijfhoekige vorm ervan naar de kleine ring van de stad Het gebouw werd op 5 juli 2013 plechtig geopend.

De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie

De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie huist sedert 1 december 2005 aan de Lombardstraat 61-67. Twee unieke historische panden in ‘Beaux Arts’-stijl zijn in hun oude glorie hersteld, met elkaar verbonden en aangevuld met moderne nieuwbouw. Het bureau Stramien tekende voor de bijzondere architectuur.