Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het incident dat het tramverkeer tussen het Noord- en het Zuidstation heeft stilgelegd op de laatste dag van de week van de mobiliteit in Brussel

Indiener(s)
Emin Özkara
aan
Elke Van den Brandt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare werken en Verkeersveiligheid (Vragen nr 24)

Rubriek(en):
 
Datum ontvangst: 30/09/2019 Datum publicatie: 15/11/2019
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 14/11/2019
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
02/10/2019 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Op zondag 22 september 2019, de laatste dag van de week van de mobiliteit, werd het netwerk van de MIVB rond 15.30 - 16.30 uur ernstig verstoord door een zwaar incident. Volgens de informatie waarover wij beschikken, werd door dit incident het tramverkeer tussen het Noord- en het Zuidstation stilgelegd. Passagiers van de MIVB, die meer dan een uur vastzaten in een tram tussen de halte Zuidstation en de halte Lemonnier, klaagden op sociale netwerken dat ze niet uit de tram konden stappen.

Naar aanleiding van dit incident zou ik u de volgende vragen willen stellen:

1. Welke actoren en rollend materieel waren bij dit incident betrokken?
2. Is er een onderzoek of analyse uitgevoerd naar de oorzaak van het incident? Zo ja, wie heeft dat uitgevoerd en wat zijn de resultaten ervan?
3. Wat waren de onmiddellijke gevolgen van dit incident voor de kwaliteit van de dienstverlening van de MIVB? Zijn er klachten geweest tegen de MIVB? Zo ja, hoeveel en om welke redenen?
4. Welke maatregelen heeft de MIVB genomen om de goede voortzetting van de dienstverlening mogelijk te maken? Wie heeft de nodige herstellingen uitgevoerd om de normale toestand te herstellen (de MIVB, externe dienstverleners, ...)?
5. Welke preventieve maatregelen werden genomen om dit soort incidenten te beperken?
6. Wat is de kans dat dit soort incidenten zich voordoet?
7. Tot slot, wat de financiële gevolgen van dit incident betreft, welke bedragen heeft de MIVB vrijgemaakt om de nodige herstellingen uit te voeren en/of de klagers te vergoeden?
 
 
Antwoord    1. Behalve de tram van lijn 82 die onmiddellijk betrokken was bij het incident, was er hinder op de andere tramlijnen die de Noordzuid-as gebruiken. Er werd een omlegging ingesteld voor de lijnen 51 en 82. De trams moesten rechtsomkeer maken aan weerszijden van de onderbreking.
De betrokkenen bij dit incident zijn de DIOV, een directie die zowel van Brussel Mobiliteit als van de MIVB afhangt.
2. Er werd een onderzoek gevoerd door de infrastructuurafdeling van de MIVB om de oorzaak te bepalen.
De analyse toont aan dat werken van de DIOV aan de oorzaak liggen van het incident. Deze werken bestonden uit een proefboring in het beton van de dakplaat, waarvoor een metalen staaf uitstak. De tram die betrokken was bij het incident botste tegen deze staaf, waardoor zijn pantograaf omkeerde. Dat veroorzaakte een onderbreking van het elektriciteitsnet en bracht ook schade teweeg: de tijd die nodig was om de pantograaf van de tram vrij te maken en de schade te herstellen moest de elektriciteit in de zone worden onderbroken. Daardoor kregen de trams in de tunnel geen stroom meer.

In dit soort gevallen worden de trams ofwel naar een tunnel geëvacueerd (bijvoorbeeld gekoppeld aan een vrachtwagen die op sporen en de weg kan rijden), ofwel moeten de reizigers in de tunnel uitstappen. De ontruiming kan niet onmiddellijk gebeuren aangezien de tunnels potentieel gevaarlijke plaatsen zijn, als de reizigers niet correct worden begeleid op hun traject. Dit alles legt uit waarom de reizigers die aan boord van de trams zaten niet onmiddellijk «bevrijd» konden worden. Dat was voor hun eigen veiligheid.

3. Het directe gevolg van dit incident was een onderbreking van de tramlijnen die door het gedeelte «Noord-Zuid»-tunnel moesten. Om de reizigers de mogelijkheid te geven het betrokken gedeelte te overbruggen bood de MIVB volgende oplossingen aan: bus, metro en andere trams van de MIVB bijvoorbeeld.

De klachten betreffen een gebrek aan informatie en het feit dat de reizigers lang moesten wachten in het donker zonder enige informatie. Deze klachten werden gestuurd naar Customer Care.
De MIVB noteerde:
- Via social media: 21 reacties “met negatieve connotatie” die allemaal de gevolgen voor het net betroffen (vertragingen, ontbrekende, onvolledige of laattijdige informatie). Daarnaast waren er ook “neutrale” reacties over het algemeen vragen naar informatie (“Wat gebeurt er??”).
- Via e-mail: 3 klachten.
4. De werken om alles te herstellen werden uitgevoerd door een externe dienstverlener, die over een raamovereenkomst beschikt met BM-DIOV om dit soort werken uit te voeren.
Vervolgens werden verschillende tests uitgevoerd door de MIVB met haar trams om zich ervan te vergewissen dat alles in orde is.
5. De verbetering van de contacten en de communicatie tussen de DIOV en de MIVB zouden moeten toelaten dergelijke incidenten in de toekomst te vermijden.
6. Met een goede communicatie tussen de diensten van de MIVB en van Brussel Mobiliteit moet de waarschijnlijkheid van dit soort incidenten nagenoeg tot nul worden herleid.
7. De kostprijs van de werken is beperkt (2 personen gedurende enkele uren, of enkele honderden euro). De kostprijs van een nieuwe pantograaf bedraagt € 8.000.

Wat de schadevergoeding betreft, heeft de afdeling Claims van de MIVB geen dossier geopend omdat er geen aanvraag tot schadevergoeding werd ingediend.