Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het aantal begunstigden van het abattement op de registratierechten die niet hebben voldaan aan de verplichting om hun hoofdverblijfplaats gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te behouden in het aangekocht onroerend goed

Indiener(s)
Joëlle Maison
aan
Sven Gatz, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar ambt, de Promotie van meertaligheid en van het imago van Brussel (Vragen nr 10)

 
Datum ontvangst: 14/10/2019 Datum publicatie: 15/11/2019
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 12/11/2019
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
18/10/2019 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Tijdens de vorige zittingsperiode heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een ambitieuze fiscale hervorming doorgevoerd om de verwerving van een eigen woning door de gezinnen te bevorderen. In het kader van die hervorming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden, werd het van de federale regering overgeërfde systeem van de "woonbonus" (een regeling waarbij de interesten op hypothecaire leningen aftrekbaar zijn) afgeschaft in ons Gewest In ruil daarvoor hebben de gewestelijke overheden beslist om het abattement op de registratierechten bij de aankoop van de enige gezinswoning te verhogen tot 175.000 euro (tegenover 60.000 euro voorheen). Met andere woorden, wanneer een gezin een onroerend goed koopt dat bestemd is om de enige gezinswoning te zijn, hoeft het geen registratierechten meer te betalen op de eerste schijf van 175.000 euro van de verkoopprijs, wat neerkomt op een belastingbesparing van 21.875 euro. Het abattement kan enkel worden toegekend als de verkoopprijs van het onroerend goed niet meer dan 500.000 euro bedraagt. Volgens de laatste statistieken van voormalig minister van Financiën en Begroting Guy Vanhengel konden in 2017 en 2018 meer dan 15.000 gezinnen dat belastingvoordeel genieten.

Het is belangrijk te verduidelijken dat, om in aanmerking te komen voor het abattement op de registratierechten, de koper aan een reeks cumulatieve voorwaarden moet voldoen. Hij moet zich er onder meer toe verbinden zijn hoofdverblijfplaats in het aangekocht onroerend goed te vestigen binnen de twee jaar die volgen op de datum van registratie van de aankoop of uiterlijk binnen de twee jaar die volgen op de uiterste datum voor de regelmatige aanbieding ter registratie. Bovendien moet de koper gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats in het verworven goed behouden, waarbij die periode ingaat op de datum waarop de hoofdverblijfplaats gevestigd wordt in het onroerend goed in kwestie. Voldoet de koper niet aan die voorwaarden, dan moet hij het belastingvoordeel betalen, namelijk een bedrag dat kan oplopen tot 21.875 euro.

In dat verband had ik u graag de volgende vragen gesteld:

Hoeveel kopers die hebben geprofiteerd van het abattement op de registratierechten op de eerste 175.000 euro van de verkoopprijs, hebben volgens de statistieken waarover de administratie beschikt, niet voldaan aan de verplichting om hun hoofdverblijfplaats gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar in het verworven onroerend goed te behouden? Werden al die kopers ertoe verplicht de registratierechten te betalen die ze hadden moeten betalen als ze geen gebruik hadden gemaakt van het abattement? Indien de verplichting om de hoofdverblijfplaats gedurende vijf jaar te behouden niet wordt nagekomen, eist de belastingadministratie dan stelselmatig de betaling van de registratierechten die zonder het abattement hadden moeten worden betaald, of onderzoekt ze de dossiers geval per geval en gaat ze er desgevallend mee akkoord dat de belastingplichtige wordt vrijgesteld van de betaling van die registratierechten, wanneer hij erin slaagt aan te tonen dat hij zijn hoofdverblijfplaats in een andere woning heeft moeten vestigen om geldige en legitieme redenen (scheiding, verandering van beroepsactiviteit, enz.)?
 
 
Antwoord    De controle op de naleving van de verplichting tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed wordt door de FOD Financiën opgevolgd via een extractie van dossiers die dienen nagekeken te worden op de verplichtingen om van het voordelige tarief te kunnen genieten.

Deze vraag betreft meer in het bijzonder de akten van de referentiejaren 2017 en 2018. Deze referentiejaren zullen in principe opgenomen zijn in een legger van de rechten en opbrengsten van 2025 en 2026 gezien voor de akten van 2017 (deels) en 2018 de tweejarige periode van de vestiging van de hoofdverblijfplaats nog niet verstreken is en de vijfjarige periode in voorkomend geval nog moet aanvatten.

Achterliggend gebeurt er een geautomatiseerde controle waarbij nagekeken wordt of er al dan niet voldaan wordt aan de verplichtingen om van het voordelige tarief te kunnen genieten.

De dossiers waar men geautomatiseerd heeft vastgesteld dat de belastingplichtigen voldaan hebben aan de verplichtingen worden niet opgenomen in voormelde extractie.

De dossiers waarbij men niet automatisch heeft vastgesteld dat de belastingplichtigen voldaan hebben aan de verplichtingen worden wel opgenomen in de extractie, ingelezen in de toepassing ad hoc en onderzocht door de bevoegde kantoren Rechtszekerheid. Een betalingsbericht wordt dan uitgestuurd naar de belastingplichtigen met de vraag de verschuldigde sommen te voldoen tenzij deze met een omstandig verslag kunnen aantonen dat het niet voldoen van de verplichtingen een gevolg is van overmacht. De dossiers waarbij de belastingplichtigen menen zich te kunnen beroepen op overmacht worden geval per geval verder onderzocht.