Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende declaratieve inschrijving bij Actiris

Indiener(s)
Véronique Lefrancq
aan
Bernard Clerfayt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 150)

Rubriek(en):
 
Datum ontvangst: 28/02/2020 Datum publicatie: 19/05/2020
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 19/20 Datum antwoord: 14/05/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
06/03/2020 Ontvankelijk p.m.
14/05/2020 Bijlage aan het antwoord p.m. Bijlage
 
Vraag    De ervaring leert dat de declaratieve inschrijving - die door Actiris wordt gebruikt om werkzoekenden te registreren - haar beperkingen heeft. Dit wordt in elk geval door verschillende sectoren van economische activiteit in het Brussels Gewest gemeld.

Voor de bouwsector bijvoorbeeld zorgt de declaratieve inschrijving er niet voor dat de profielen in de databank beantwoorden aan de vraag van de bouwbedrijven. Volgens deze sector zijn er niet minder dan 6.000 werkzoekenden in de Actiris-databank opgenomen die geschoold zijn voor de bouw en er klaar voor zijn om daarin te werken. Voor een sector met een tekort aan arbeidskrachten zouden 6.000 werkzoekenden een echte zegen zijn. In werkelijkheid, en helaas, is er een kloof tussen het aantal mensen dat zegt competent te zijn op een bepaald gebied en degenen die de echte competenties hebben.

Ik heb dan ook volgende vragen:

- Graag een precieze uitsplitsing van deze Actiris-databank, per vakgebied, per sector, per competentie en per beroep?

- Wat zijn de exacte cijfers van de werkzoekenden in de bouwsector volgens de declaratieve inschrijving?

- Wat zijn de exitpercentages per activiteitensector uit de database?

- Wordt de declaratieve inschrijving bij Actiris toegepast voor elk werkgebied?

- Bestaan er momenteel andere mechanismen om werkzoekenden te registreren op basis van hun competenties?

- Zijn er tests of controles voor bepaalde competenties om de werkelijke capaciteiten van de werkzoekenden aan te tonen? Zo ja, welke en in welke gevallen?

- Sinds wanneer wordt deze declaratieve methode gebruikt?

- Is daar een beoordeling van gemaakt? Wat zijn de resultaten?

- Worden er corrigerende maatregelen overwogen om eventuele tekortkomingen van deze methode in de toekomst te verhelpen?
 
 
Antwoord    Als bijlage vindt u alle cijfergegevens waar u om vraagt.

Alle werkzoekenden worden sinds mensenheugenis via de declaratieve methode ingeschreven, en dat onafhankelijk van het activiteitendomein.

Niettemin worden tijdens het onderhoud voor het opmaken van de professionele balans door de tewerkstellingsconsulenten in het kader van de begeleiding en de opstelling van een “individueel actieplan”, de professionele doelstellingen van de werkzoekende geëvalueerd en vergeleken met de arbeidsmarkt en de eisen van de werkgevers.

Als de werkzoekende niet gestudeerd heeft en niet over de nodige ervaring en competenties beschikt, zal de consulent de werkzoekende met deze feiten confronteren om zich ervan te vergewissen dat zijn zoektocht naar een bepaald beroep realistisch is.

De methodologische afspraken zijn duidelijk: het door de werkzoekende gezochte beroep moet een beroep zijn dat hij kan en wil uitvoeren. Als niet voldaan is aan deze twee voorwaarden, zal de consulent oplossingen met hem/haar zoeken, zoals bijvoorbeeld een professionele heroriëntering of een verbetering van de competenties via beroepsopleidingen.

Om de competenties te testen of te controleren, bestaan er bij Actiris momenteel twee voorzieningen.

Wat de taalcompetenties betreft, stelt Actiris alles in het werk om, hoewel de dienst zich baseert op het verklaarde van de werkzoekende tijdens de samenstelling van zijn/haar dossier, de werkzoekenden de taaltesten te laten afleggen om de resultaten in hun dossier te kunnen opnemen en zich aldus niet alleen te moeten baseren op het verklaarde. Op die manier werd in 2019 het dossier van 13.320 geteste werkzoekenden aangevuld.

Ook is er de voorziening “Erkenning van competenties” die gebruikt wordt als een van de aan de werkzoekenden voorgestelde oplossingen. Deze maatregel dient om de competenties van de werkzoekende te valoriseren en hem/haar een certificaat te overhandigen om te gebruiken tijdens zijn/haar zoektocht naar werk tegenover de werkgevers.

Reeds vele jaren is de wil er om te werken met gecertificeerde competenties. Hoewel de wil er is, zijn er talrijke moeilijkheden geweest om van het verklaarde door de werkzoekende over te gaan naar gecertificeerde competenties, en daarvoor zijn aanzienlijke IT-ontwikkelingen nodig.

Actiris blijft er echter aan werken: werkzaamheden met Bruxelles Formation en het “Consortium de Validation des Compétences” (Consortium voor de erkenning van competenties) om een uitwisseling (via flux) en een automatische integratie van de ervaringsbewijzen en het CECAF (certificat de compétences acquis en formation) in MyActiris te hebben, op basis van een gezamenlijk referentiesysteem van de competenties (Competent).

Het is wel degelijk de bedoeling om deze resultaten te gebruiken in het profiel van de werkzoekende (om over erkende competenties te beschikken) en om deze gecertificeerde gegevens in de Matching te gebruiken.