Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende het scheppen van banen in de verenigingssector.

Indiener(s)
Dominique Dufourny
aan
Bernard Clerfayt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 540)

 
Datum ontvangst: 03/12/2020 Datum publicatie: 18/02/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 28/01/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
05/01/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    In mei jongstleden maakten de dagbladen L'Écho en Le Soir de resultaten bekend van een studie die gezamenlijk door de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Bank van België is uitgevoerd over het economisch gewicht van de verenigingssector in ons land. Volgens deze studie is de toegevoegde waarde van de verenigingssector gelijk aan 21,6 miljard euro, of 4,9% van het bruto binnenlands product (BBP) van België. De instellingen zonder winstoogmerk (izw's) hebben ongeveer 497.000 werknemers.

In de periode 2009-2017 is de werkgelegenheid in deze sectoren met gemiddeld 2,3% gestegen, terwijl andere sectoren van de economie hun aantal werknemers met slechts 0,5% per jaar zagen toenemen.

Deze izw's, die actief zijn op zeer uiteenlopende gebieden zoals ziekenhuizen, rusthuizen, maatwerkbedrijven, culturele centra, beroepsverenigingen, vakbonden, partijen, sportverenigingen of organisaties die de meest kansarmen helpen, hebben in de betrokken periode niet minder dan 81.700 netto banen gecreëerd, een stijging met 19%. Dit komt neer op 10.200 nieuwe banen per jaar, en een aandeel in de totale werkgelegenheid in loondienst dat stijgt van 11,1 procent tot 12,6 procent.

Volgens de studie nemen twee sectoren het leeuwendeel voor hun rekening, namelijk de menselijke gezondheidszorg en het medisch-sociaal werk, grotendeels vertegenwoordigd door ziekenhuizen en rusthuizen, waarvan de eerste 157.000 banen en de laatste 194.000 werknemers tellen. Daarna komt de dienstensector met 62.700 banen.

Graag een antwoord op volgende vragen ter zake:

1. Hebt u kennis genomen van deze studie?

2. Wat zijn de gegevens voor het Brussels Gewest?

3. Volgen de Brusselse cijfers hetzelfde patroon als de nationale cijfers die in deze studie naar voren worden geschoven?

4. Bovengenoemde gegevens bestrijken de periode 2009 tot en met 2017. Heeft deze trend zich sinds 2018 doorgezet?

5. Wat is het aandeel van de door de overheid gesubsidieerde banen?

6. Wat zijn, gelet op de gezondheidscrisis die de sectoren menselijke gezondheidszorg en medisch-sociaal werk treft, de vooruitzichten voor de komende maanden met betrekking tot de werkgelegenheid in de izw's?
 
 
Antwoord    Ik kreeg de kans om kennis te maken met de studie van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Bank van België.

Deze studie wordt uitgevoerd met behulp van de ‘satellietrekening' van de instellingen zonder winstoogmerk in het systeem van nationale rekeningen beheerd door de Nationale Bank van België. Dit is de vierde editie die de Koning Boudewijnstichting publiceert in samenwerking met de Dienst Statistiek van de Nationale Bank van België over het economisch gewicht van de izw’s in België; de eerste editie dateert uit 2011.
De statistische gegevens zijn beschikbaar in open source op de website van de NBB
1 (inclusief de gewestelijke dimensie van de IZW-rekening, specifiek voor het aandeel van het werk in loondienst per bedrijfstak, maar alleen beschikbaar voor 2015 tot 2017).

Aangezien view.brussels geen toegang heeft tot deze databank, is het dus niet mogelijk om er relevante informatie over het gebruik van de studie uit te halen.


Wat betreft de cijfers voor het Brussels Gewest, is het belangrijk om te benadrukken dat de sectorale verdeling van de izw’s in Brussel verschilt van die van de andere twee gewesten.

Hoewel gezondheidszorg en maatschappelijke diensteverlening de twee bedrijfstakken zijn die het meest gebruik maken van bezoldigde tewerkstelling, is hun aandeel aanzienlijk lager in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Deze twee sectoren vertegenwoordigen namelijk minder dan de helft van de bezoldigde tewerkstelling in Brusselse izw’s; in Vlaanderen is dat echter meer dan 3/4
de en in Wallonië is dat iets minder.

Bovendien is het relatieve aandeel van gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening in Brussel tussen 2010 en 2017 gedaald (van 51% naar 48,9%)
2. Dit is het gevolg van de forse groei van de overige dienstverlenende activiteiten, waarvan het aandeel is gestegen van 20% in 2010 naar meer dan 25% in 20173.


Gegevens over de bezoldigde tewerkstelling van izw’s zijn voor 2018 nog niet beschikbaar.


Als we de drie belangrijkste sectoren van de izw's in het Brussels Gewest nemen, is de arbeid in loondienst daar op basis van de meest recente administratieve gegevens met 2,3% gestegen, tegen slechts 0,8% voor alle sectoren.

Deze stijging is groter dan die van de voorgaande 7 jaar (+ 0,7% voor de 3 belangrijkste izw-sectoren). Het is ook hoger in Brussel dan in Vlaanderen of Wallonië (+ 1,7% tussen 2017-2018, identiek voor de twee gewesten).

Ten slotte laten de recente analyses uitgevoerd door view.brussels uitschijnen dat de huidige crisis (COVID-19) minder ongunstig zou zijn voor de drie belangrijkste sectoren die de izw’s vormen dan voor de andere. Deze sectoren behoren niet tot de meest getroffen door de crisis.


Ik beschik niet over de nodige gegevens om uw vraag te beantwoorden over het aandeel van de door de overheid gesubsidieerde banen in izw's. Ik beschik ook niet over informatie om de werkgelegenheid binnen deze instellingen de komende maanden te kunnen voorspellen.


1 http://stat.nbb.be/Index.aspx?lang=nl&SubSessionId=8b3e4f95-8264-458c-84c7-4a105d76af03&themetreeid=2
2 Zie nog de editie van 2013.
3 Dit aandeel komt overeen met 18.000 loontrekkenden in 2017, hetgeen het grootste aantal loontrekkenden vertegenwoordigt uitgezonderd de sector van de gezondheidszorg en het maatschappelijk welzijn en dit in om het even welk gewest. Zie http://stat.nbb.be/Index.aspx?DataSetCode=SATELLITE&lang=nl