Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de beschikbare en voorbehouden parkeerplaatsen voor de automobilisten met een kaart voor persoon met een handicap

Indiener(s)
Emin Özkara
aan
Elke Van den Brandt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare werken en Verkeersveiligheid (Vragen nr 804)

 
Datum ontvangst: 24/02/2021 Datum publicatie: 29/04/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 20/04/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
09/03/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Ons mooi en gevarieerd stadsgewest Brussel-Hoofdstad heeft steeds minder parkeerplaatsen. Deze vermindering van het aantal parkeerplaatsen begint problematisch te worden, met name voor de personen met een handicap en met beperkte mobiliteit die in dichtbevolkte wijken wonen waar de beschikbare parkeerplaatsen op straat niet altijd overeenstemmen met de demografische realiteit van de wijk. Voertuigen die personen met een handicap en/of met beperkte mobiliteit vervoeren kunnen dus niet op de weg parkeren om de personen in of uit te doen stappen. Om het in- en uitstappen van personen met een handicap en met beperkte mobiliteit te vergemakkelijken, kunnen de buurtbewoners die in het bezit zijn van een kaart voor de persoon met een handicap (afgeleverd door de FOD Sociale Zekerheid) een aanvraag indienen voor een PBM-parkeerplaats. Dit verzoek leidt niet altijd tot de toekenning van een PBM-parkeerplaats, en de redenen die voor de weigering worden gegeven, kunnen door de burger soms als willekeurig of ongegrond worden ervaren gelet op het feit dat bepaalde aanvragen toch wel legitiem, goed onderbouwd en correct gemotiveerd zijn.
Op 24 februari 2021, zou ik u de volgende vragen willen stellen:
Wat de gewestwegen betreft, en voor elk van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
1. Hoeveel aanvragen voor PBM-parkeerplaatsen werden er in 2019 en 2020 ingediend, per jaar? Hoeveel verzoeken werden geweigerd en wat waren de belangrijkste redenen voor die weigering? Hoeveel verzoeken hebben geleid tot het beschikbaar stellen van een PBM-parkeerplaats op de weg? Wie beoordeelt de legitimiteit en de geldigheid van een verzoek om een PBM-parkeerplaats en wie verleent de goedkeuring (de politie, anderen...)?
2. Zijn er criteria waaraan moet worden voldaan wanneer men beslist om een PBM-parkeerplaats te weigeren? Zo ja, wat zijn ze precies?
3. Geeft een kaart voor de persoon met een handicap de houder recht op een PBM-parkeerplaats vóór de woning?
4. Wat is de gemiddelde tijd die nodig is voor de inrichting van een PBM-parkeerplaats (met inbegrip van de afbakening van de plaats en de installatie van een signalisatiebord)?
 
 
Antwoord    1. Brussel Mobiliteit beschikt niet over een volledige inventaris van het aantal aanvragen voor een voorbehouden parkeerplaats in de buurt van de woon- of werkplaats, omdat de gemeenten hiervoor bevoegd zijn op hun eigen wegennet.
Voor de gewestwegen heeft Brussel Mobiliteit 25 aanvragen voor het inrichten van een voorbehouden parkeerplaats ontvangen in 2019 en 35 in 2020. Geen enkele aanvraag werd geweigerd; alle voorbehouden parkeerplaatsen werden ingericht.
Hierna volgt de algemene procedure voor de behandeling van een aanvraag. De gemeentelijke mobiliteitsadviseur ontvangt de aanvraag en behandelt ze. Als de aanvraag betrekking heeft op een gewestweg, stuurt hij ze door naar het Gewest. Als ze betrekking heeft op een gemeenteweg en de mobiliteitsadviseur van mening is dat de aanvraag ontvankelijk is (op basis van de criteria opgesomd in punt 2 hieronder), laat hij het aanvullende reglement goedkeuren door de gemeenteraad of het college. Nadat de adviescommissie een advies uitgebracht heeft, wordt het reglement vervolgens ter goedkeuring doorgestuurd naar de voogdijminister (in dit geval de minister bevoegd voor Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid). Als de minister zich er niet over uitspreekt binnen 45 dagen na ontvangst van het reglement, mag de signalisatie geplaatst worden.
Voor gewestwegen is de procedure vergelijkbaar: na het dossier bestudeerd te hebben en het advies van de adviescommissie te hebben ingewonnen, legt Brussel Mobiliteit het aanvullende reglement voor aan de minister.
In de loop van de procedure kan de wegbeheerder evenwel advies vragen aan de politie en het terreinonderzoek aan haar overlaten.

2. In het kader van het wijzigingsontwerp van de Code van de wegbeheerder zijn de gemeenten en het Gewest onderstaande criteria overeengekomen. Momenteel zijn deze criteria aanbevelingen. Na de goedkeuring van de nieuwe Code van de wegbeheerder zullen ze verplicht worden.
Dit zijn de ontvankelijkheidsvoorwaarden waaraan aanvragen voor een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap in de buurt van de woon- of werkplaats moeten voldoen: 
· De aanvrager moet houder zijn van de speciale parkeerkaart voor personen met een handicap;
· Het attest van de FOD Sociale Zekerheid moet een vermindering van de autonomie met minstens 12 punten vermelden, waarvan minstens 2 punten voor het criterium " zich verplaatsen";
· De woon- of werkplaats van de aanvrager beschikt niet over een garage of een makkelijk bereikbare private staanplaats;
· De aanvrager bezit een auto of wordt vervoerd door een persoon met wie hij samenwoont;
· De voorbehouden parkeerplaats moet minder dan 50 meter van de ingang van de woning of de werkplek verwijderd zijn.

3. Het bezit van een parkeerkaart voor personen met een handicap is verplicht, maar is niet het enige criterium waarmee rekening gehouden wordt (zie het antwoord op vraag 2 hierboven).

4. Het is niet gemakkelijk te bepalen hoe lang het gemiddeld duurt om een voorbehouden parkeerplaats in te richten omdat de procedure uit verschillende fasen bestaat en in elk van deze fasen vertraging mogelijk is (zie hoger).
Daarnaast moet niet alleen rekening gehouden worden met de termijnen die inherent zijn aan de procedure, maar ook met de weersomstandigheden waardoor het aanbrengen van de signalisatie soms vertraging kan oplopen. Zo kunnen grondmarkeringen enkel worden aangebracht als de omgevingstemperatuur hoger dan 6° C is.