Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de groeiende kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Indiener(s)
Dominiek Lootens-Stael
aan
Bernard Clerfayt, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering, Plaatselijke Besturen en Dierenwelzijn (Vragen nr 780)

 
Datum ontvangst: 14/07/2021 Datum publicatie: 10/09/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 10/09/2021
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
10/08/2021 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag   

De zeer recente federale cijfers die door Statbel gepubliceerd werden over het aantal inactieven is bijzonder zorgwekkend. Niet enkel het aantal IAB-werklozen (alle personen die geen werk hebben, maar wel actief op zoek zijn naar werk en beschikbaar zijn om binnen de twee weken te beginnen werken) stijgt sinds de maand april 2021 terug licht, het aantal inactieven dat beschikbaar is maar niet actief naar werk zoekt explodeert. In mei 2020 waren dit 95.000 inactieven, in maart 2021 reeds 120.000 en in mei 2021 gaat het reeds om 176.000 mensen die geen werk zoeken, maar beschikbaar zouden moeten zijn.

Nochtans is een van de elementen die een vereiste zijn om een werkloosheidsuitkering te krijgen precies actief naar werk zoeken en beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Die groep van 176.000 is dus een contradictie met de huidige regelgeving. In bepaalde sectoren smeekt men intussen om werknemers, ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Vooral in de Horeca is er volgens de beroepsfederaties een grote nood aan arbeidskrachten om de heropstart vlot te laten verlopen.

Door de zesde staatshervorming kregen de gewesten de voornaamste hefbomen voor het arbeidsmarktbeleid in handen.

Mijn vragen zijn de volgende:

  1. Wat zijn de Brusselse cijfers voor hoger vermelde categorieën?

  2. Op welke basis wordt het aantal “inactieven dat beschikbaar is maar niet actief naar werk” bepaald?

  3. Hoe verklaart u de grote discrepantie tussen het grote aantal werklozen en het feit dat een stijgend aantal vacatures niet ingevuld geraakt?

  4. Welke acties en nieuwe initiatieven zal u ondernemen wat betreft het activeren van werklozen en het stijgend aantal niet ingevulde vacatures?

 

 
 
Antwoord    Hieronder vindt u de maandelijkse en driemaandelijkse statistische gegevens over de evolutie van het aantal inactieven dat beschikbaar is, maar niet actief op zoek is naar werk volgens de EAK. Er moet aan worden herinnerd dat, vanwege de grillen van de peilingen en de seizoensgebonden component van de statistieken, de interpretatie van de evolutie van de EAK-cijfers met de nodige voorzichtigheid moet gebeuren. Kwartaalcijfers kunnen al sterk variëren en daarom is het verstandig om de voorkeur te geven aan geaggregeerde jaarcijfers die voor analytische doeleinden meer stabiliteit hebben.

Volgens dezelfde logica laten de maandstatistieken over de arbeidsmarkt nog grotere variaties zien. Ze worden door STATBEL gekwalificeerd als experimenteel en worden geproduceerd met het specifieke doel om de situatie tijdens de coronacrisis op te volgen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat dit altijd voorlopige cijfers zijn, geproduceerd op een eerste versie van de data en waarbij de snelheid voorrang heeft op de volledigheid en kwaliteit van de ontvangen gegevens. De maandcijfers blijven vooralsnog voorlopig tot de definitieve publicatie van de officiële kwartaalresultaten. De maandelijkse cijfers moeten dan ook met grote voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Bovendien meldt STATBEL dat vanwege de zeer kleine aantallen indicatoren over inactieven, deze cijfers niet beschikbaar zijn op regionaal niveau. Maandcijfers over de arbeidsmarkt kan u vinden via het DATALAB van STATBEL (
https://statbel.fgov.be/nl/themas/datalab).

Tabel 1: Evolutie van het aantal inactieven dat beschikbaar is maar niet actief op zoek is naar werk volgens EAK (15 jaar en ouder - België) - maandelijkse cijfers

 

2019

2020

2021

januari

83.518

101.790

123.415

februari

120.061

100.133

176.868

maart

111.155

119.619

175.440

april

82.342

165.906

111.601

mei

94.748

172.793

99.648

juni-

143.370

147.249

 

juli-

144.476

132.281

 

augustus

99.473

160.553

 

september

110.130

130.292

 

oktober

99.055

92.056

 

november

95.002

152.654

 

december

90.708

103.516

 

Bron: EAK via STATBEL, berekeningen: view.brussels

Hieronder vindt u deze gegevens voor het Brussels Gewest op jaarbasis en vervolgens op kwartaalbasis (ter herinnering, deze gegevens zijn niet beschikbaar per Gewest op maandbasis).

Tabel 2: Evolutie van het aantal inactieven dat beschikbaar is maar niet actief op zoek is naar werk volgens EAK (15 jaar en ouder) - jaarcijfers

 

België

in % van de

actieve bevolking

Brussels Hoofdste-delijk Gewest

in % van de actieve bevolking

2017

105.957

2,1%

21.375

4,1%

2018

113.584

2,3%

19.628

3,7%

2019

105.306

2,1%

23.190

4,4%

2020

131.487

2,6%

29.365

5,5%

Variatie 2019 - 2020 (in %)

24,9%

 

26,6%

 

Bron: EAK via STATBEL, berekeningen: view.brussels

Tabel 3: Evolutie van het aantal inactieven dat beschikbaar is maar niet actief op zoek is naar werk volgens EAK (15 jaar en ouder) - kwartaalcijfers:

 

België

Brussels Hoofdste-delijk Gewest

 

2019

2020

2021

2019

2020

2021

Trim 1

103.227

107.258

155.044

17.512

25.033

37.990

Trim 2

107.110

167.714

 

22.891

34.730

Trim 3

115.389

139.299

 

28.501

27.997

Trim 4

98.922

112.800

 

24.150

29.872

 

Bron: EAK via STATBEL, berekeningen: view.brussels



De evolutie van het aantal
“inactieven beschikbaar maar niet actief op zoek naar werk” volgens de EAK is tussen 2019 en 2020 met 24,9% gestegen voor heel België en met 26,6% voor het Brussels Gewest.

Deze toename van
“inactieven beschikbaar maar niet actief op zoek naar werk” in 2020 wordt grotendeels verklaard door de gevolgen van de gezondheidscrisis op de arbeidsmarkt.

Gezien de vertraging van de economische activiteiten en de sluiting van een deel van economische sectoren (horeca, cultuur, enz.), maar ook beperkte fysieke bereikbaarheid van publieke diensten (Actiris, lokale werkwinkels, OCMW’s, ...) tijdens de verschillende periodes van lockdown hebben veel werkzoekenden hun zoektocht naar werk tijdens de crisis opgeschort in afwachting van een hervatting van de activiteiten.

Op basis van kwartaalgegevens zien we ook bij de categorie inactieven een stijging. De gegevens over de inactieven voor 2021 moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd als gevolg van de methodologische verandering die in 2021 plaatsvond op het niveau van de EAK (opname van tijdelijke werklozen vanaf het eerste kwartaal van 2021 in de inactieve bevolking - zie methodologische toelichting volgende vraag) .

Deze cijfers weerspiegelen dus duidelijk een stijging in deze categorie. Verschillende effecten, enerzijds door de wijziging van de EAK-methodologie (voor 2021), en anderzijds door de specifieke situatie veroorzaakt door de Covid-crisis, kunnen de recente toename van het aantal inactieven in Brussel verklaren.


De schatting van de
“inactieve bevolking beschikbaar maar niet actief op zoek naar werk” wordt bepaald op basis van de Enquête naar de arbeidskrachten (EAK).

EAK is geharmoniseerd op Europees niveau en de definities van werkgelegenheid en werkloosheid komen overeen met die van het International Labour Office (ILO).
Werknemers zijn dus personen die tijdens de referentieperiode betaald werk hebben verricht, ongeacht de duur (ook al was het maar één uur), of die een job hadden maar tijdelijk afwezig waren (inclusief de tijdelijke werklozen).

Werklozen zijn alle mensen die aan de volgende drie voorwaarden voldoen:
- tijdens de referentieweek werkloos waren, dat wil zeggen die niet als werknemer of zelfstandige werkten;
- beschikbaar waren voor werk, dat wil zeggen om binnen twee weken na de referentieweek een activiteit als werknemer of zelfstandige aan te vangen;
- actief op zoek waren naar werk, d.w.z. die gedurende een periode van vier weken eindigend op het einde van de referentieweek specifieke stappen hadden ondernomen om een baan in loondienst of als zelfstandige te vinden, of die een baan hadden gevonden om binnen een maximale termijn van drie maanden.
Het is belangrijk op te merken dat sinds het eerste kwartaal van 2021 een aantal methodologische veranderingen hebben geleid tot enkele variaties in de bepaling van de statussen (werkloos, inactief en actief). Zo worden sinds 2021 personen die tijdelijk werkloos zijn voor een ononderbroken periode van meer dan drie maanden tot de werklozen of inactieven gerekend en niet meer tot de werkenden. Deze verandering heeft geleid tot een toename van het aantal niet-werkende mensen dat wel beschikbaar is maar niet actief op zoek is naar werk.

Zie hier de EAK-definitie van mensen die beschikbaar zijn voor werk maar niet op zoek zijn naar werk: Persoon van 15 jaar of ouder, noch werkend noch werkloos, die wil werken en beschikbaar is voor werk in de komende twee weken, maar die niet op zoek is naar werk.

Opgemerkt moet daarom worden dat deze gegevens zijn vastgesteld op basis van de EAK en niet op basis van administratieve werkloosheidsgegevens. Deze
“inactieven die beschikbaar zijn maar niet actief op zoek zijn naar werk” zijn dus niet noodzakelijkerwijs ingeschreven bij Actiris als werkzoekende en genieten dus niet noodzakelijkerwijs een werkloosheidsuitkering en zijn dus niet altijd verplicht om actief werk te zoeken.


Volgens de EAK bedraagt de Brusselse werkloosheidsgraad 12,4% in 2020 (vergeleken met 3,5% voor het Vlaamse Gewest en 7,4% voor het Waalse Gewest).

De Brusselse werkloosheid zou structureel zijn en is het gevolg van de kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod van arbeid. Slechts 11% van de Brusselse werkgelegenheidspool (d.w.z. 82.805 werknemers van 754.287 in 2020) werd bezet door laaggeschoolde werknemers (mensen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs), terwijl een groot deel van het aantal werkzoekenden in Brussel weinig gekwalificeerd is (60,6% van DEI, of 53.823 mensen). Zowel demografische als economische factoren verklaren deze situatie.

Enerzijds wordt de Brusselse economie gekenmerkt door een sectorale distributie die sterk gericht is op diensten, het resultaat van de de-industrialisering van de stad gedurende de laatste 50 jaar. Deze sectorspecificiteit heeft er in hoge mate toe bijgedragen dat de vraag naar hoogopgeleide werknemers is toegenomen. Het is ook noodzakelijk om de status van hoofdstad van de stad en haar belangrijke internationale dimensie te vermelden. Dit heeft tot gevolg dat de concurrentie om werkgelegenheid tussen Brusselse werknemers, pendelaars maar ook internationale werknemers wordt versterkt.

Anderzijds draagt de demografische dynamiek van Brussel, dat zijn bevolking ziet groeien en verjongen, ook bij tot de versterking van de structurele dimensie van de werkloosheid in Brussel. De grotere aanwezigheid in Brussel van bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond of van mensen met onzekerheid wordt weerspiegeld in de werkloosheidsgraad in Brussel. Een aanzienlijk deel van de werkzoekenden in Brussel is laaggekwalificeerd, heeft taalproblemen en wordt vaker gediscrimineerd op de arbeidsmarkt.

Op basis van deze observaties is het Brusselse werkgelegenheidsbeleid in het bijzonder gericht op het verhogen van de opleidingsgraad van werkzoekenden om te voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt, maar ook de verbetering van hun mobiliteit (met name interregionaal) omdat werkgelegenheidskansen voor relatief minder gekwalificeerde werknemers groter zijn in de andere twee regio's.

Ik nodig u uit om de studies te lezen over “De arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2019” en “De analyse van kritieke functies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2019”, die een analyse is mede op basis van de door Actiris ontvangen vacatures. Deze studies zijn beschikbaar via onze website:
Observatie van de arbeidsmarkt | Actiris



Vier jaar na het succes van de “Jeugdgarantie” en twee jaar na de lancering van de “Oplossingengarantie” voor nieuwe inschrijvers, biedt Actiris nu de “Oplossingengarantie” aan voor alle werkzoekenden.

Het doel is de werkzoekende een oplossing te bieden, uiterlijk binnen 6 maanden voor jongeren, en binnen 12 maanden na inschrijving voor alle anderen.

In het kader van het herstelplan zijn aanvullende middelen toegekend aan Actiris.

Daarnaast zijn twee soorten Actiris-partners "garantiepartners" geworden: les missions locales pour l'emploi/de lokale werkwinkels en de AAZW’s. Deze laatste werden ook versterkt door de Brusselse Regering.

Actiris biedt werkzoekenden meer banen aan die aansluiten bij hun vaardigheden, via onze diensten of via het Europees bestand van werkzoekenden.

Er worden stappen ondernomen bij de sectoren die tijdens de opsluitingen het zwaarst getroffen zijn, om hen de best mogelijke steun te verlenen, rekening houdend met hun specifieke kenmerken.