Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de seksistische online intimidatie.

Indiener(s)
Nicole Nketo Bomele
aan
Nawal Ben Hamou, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting en Gelijke kansen (Vragen nr 375)

 
Datum ontvangst: 15/10/2020 Datum publicatie: 11/01/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 25/11/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
22/10/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Mensen vinden het fijn om hun dagelijks leven te delen op de sociale media, in die mate zelfs dat ze een belangrijke plaats hebben in ons leven. Internet laat ook vrouwen aan het woord maar deze omgeving kan echter gevaarlijk zijn voor de vrouwen.

Het valt te betreuren dat zowel de openbare als de virtuele ruimte geen veilige omgevingen zijn voor het vrouwelijk geslacht. Het is cruciaal dat we er ons bewust van worden dat een van de belangrijke feministische uitdagingen van ons tijdperk bestaat in de bestrijding van de seksistische online geweldplegingen. De vrouwen hebben het recht zich de openbare en de virtuele ruimte eigen te maken net zoals de mannen.

Het is aldus belangrijk de burgers bewust te maken van de ernst van het fenomeen van seksuele online intimidatie en het geweld ten aanzien van vrouwen maar ook slachtoffers en de getuigen te waarschuwen over de houding die aangenomen dient te worden wanneer ze geconfronteerd worden met dergelijke seksistische online gedragingen.

De seksistische online intimidatie heeft dezelfde discriminerende impact als seksistische straatintimidatie, met andere woorden een verminderd gebruik van de openbare ruimte door de vrouwen. Een studie van het Europees instituut voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen benadrukt dat een op vijf vrouwen haar online account zou hebben verwijderd na een seksistische intimidatie op het web te hebben meegemaakt. Deze pesterijen brengen dus een ongelijkheid op het vlak van internettoegang voort door het verlaten van het web en het effect van autocensuur die het bij de vrouwen teweegbrengt.

Door de lockdown ingevolge de pandemiecrisis heeft men meer gevallen van revenge porn opgetekend. Het betreft een zeer ernstige vorm van seksistische online intimidatie waarbij intieme foto’s van de geviseerde vrouwen online worden geplaatst. Deze praktijk kan zware gevolgen hebben zoals depressie of zelfs zelfmoord. U begrijpt dat het uiterst dringend is een actief beleid te voeren ter bestrijding van de seksistische online gedragingen. Deze strijd zou des te doeltreffender zijn via de tenuitvoerlegging van transversale beleidsvormen.

Graag een antwoord op de volgende vragen:

- Welk beleid ter bestrijding van de seksistische online intimidatie hebt u gevoerd in samenwerking met uw collega’s die andere bevoegdheden hebben?

- Hebt u bijvoorbeeld bij uw collega bevoegd voor onderwijs gepleit voor de invoering van een opleidingsmodule of van een specifieke bewustmaking over de seksistische intimidatie op het web in de onderwijsinstellingen? Zo neen, vindt u dat het aangewezen zou zijn dit te doen?
 
 
Antwoord    De steeds toenemende digitalisering van onze sociale contacten zorgt ervoor dat er een toename is van seksistische uitlatingen, seksuele intimidatie of ‘revenge porn’ in de virtuele ruimte.

Uw vraag benadrukt hoe belangrijk het is om dergelijke problemen op een transversale manier aan te pakken.

Die transversaliteit is één van de basisbeginselen van het Brussels plan inzake geweld tegen vrouwen, dat we deze zomer lanceerden. Deze uit zich op verschillende manieren:
1. Op gewestelijk vlak: door de coherentie tussen de verschillende actieplannen rond gelijke kansen (plan tegen racisme, SOGI-plan, plan tegen geweld) en preventie en veiligheid te verzekeren door middel van regelmatig overleg tussen Brussel Preventie en Veiligheid, equal.brussels en de Brusselse adviesraden;
2. Op interfederaal vlak: door de deelname aan het interfederaal overleg in het kader van het Nationaal Actieplan Gendergerelateerd geweld, waardoor de Brusselse actoren ook maatregelen worden voorgesteld die betrekking hebben op de bevoegdheden van de andere gefedereerde of federale entiteiten;
3. Op internationaal vlak: door de oprichting van een werkgroep met Brussels International en Brussel Preventie en Veiligheid om de internationale aspecten van het thema te bespreken en op te volgen, bijvoorbeeld in het kader van het Verdrag van Istanbul.


Wat betreft de concrete maatregelen die genomen zijn in coördinatie met andere gewestelijke bevoegdheden, vernoem ik graag de volgende maatregelen van het Plan:
1. Opleidingen voor actoren op het gebied van preventie en veiligheid met betrekking tot de problemen van cyberseksisme (coördinatoren: Brusafe ,equal.brussels, Brussel Preventie en Veiligheid);
2. Specifieke vormingen van onthaal-medewerkers in de 6 politiezones over hoe om te gaan met klachten over cybercriminaliteit en cyberseksisme in het kader van de uitrol van het project «Cyber help». (coördinatoren: Brusafe, Brussel Preventie en Veiligheid). De 6 politiezones zullen een nieuwe app (Cyber Help) inzetten die door de federale politie werd ontwikkeld om slachtoffers van cybercriminaliteit op de politiecommissariaten beter te kunnen opvangen. Cybercriminaliteit die voortvloeit uit seksistische opmerkingen en seksuele intimidatie via sociale media of het web in het algemeen maakt er deel van uit;
3. In sensibiliseringscampagnes ook deze vorm van seksistisch geweld opnemen, en specifieke hulplijnen meegeven in de communicatie

Bovendien bied ik financiële ondersteuning aan verschillende projecten die aan deze thema's zijn gewijd in het kader van de laatste projectoproep gericht op de bestrijding van geweld tegen vrouwen. Zo kan ik onder meer het bijvoorbeeld aanhalen van workshops bestemd voor vrouwen om bij te leren over cyberveiligheid teneinde hen online te beschermen via de vereniging CHAYM BELGIUM (€14.979). Of een campagneproject omtrent de geldende wetgeving, dat gedragen wordt door
Digital 4 innovation (20.000 euro) en dat specifiek gericht is op de problematiek van "wraakporno".

Tot slot moet u weten dat het probleem cyberpesten het onderwerp ging zijn van een colloquium dat door ons bestuur Brussel Plaatselijke Besturen zou worden georganiseerd. De gastspreker was Aurélie Latourès van het Centre Hubertine Auclert in Parijs en er stond een presentatie over dit thema gepland voor de plaatselijke besturen. Jammer genoeg moest het evenement een eerste keer worden afgelast vanwege de stakingen bij het spoor in Frankrijk, en een tweede keer naar aanleiding van de gezondheidscrisis waarin we ons vandaag bevinden. Het zal in 2021 opnieuw op het programma worden gezet, omdat het duidelijk is dat online geweld onze volledige aandacht moet krijgen.


Wat ten slotte het overleg betreft met de ministers bevoegd voor onderwijs, kan ik u zeggen dat de Franse Gemeenschap zich bewust is van dit probleem en eraan werkt. Bovendien werd dit thema ook in de IMC vrouwenrechten behandeld.