Logo Parlement Buxellois

Schriftelijke vraag betreffende de waardering van de goede burgerpraktijken in de strijd tegen racisme en discriminatie.

Indiener(s)
Kalvin Soiresse Njall
aan
Nawal Ben Hamou, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor Huisvesting en Gelijke kansen (Vragen nr 367)

 
Datum ontvangst: 12/10/2020 Datum publicatie: 07/01/2021
Zittingsperiode: 19/24 Zitting: 20/21 Datum antwoord: 25/11/2020
 
Datum behandeling van het stuk Indiener(s) Referentie Blz.
22/10/2020 Ontvankelijk p.m.
 
Vraag    Veel slachtoffers van de verschillende vormen van racisme, antisemitisme, islamofobie, negrofobie of Roma-haat durven geen klacht in te dienen. Hoe meer slachtoffers een klacht durven in te dienen, hoe beter de omvang van het fenomeen in kaart kan worden gebracht en hoe beter de middelen kunnen worden ingezet. Het laatste rapport van UNIA maakt gewag van een vrij aanzienlijke toename van racistische en discriminerende handelingen. Tegelijk stelt men ook vast dat burgers die geen slachtoffer, maar wel getuige van die daden zijn, ze steeds vaker aan de kaak durven te stellen. Die moedige mensen zijn bondgenoten van de slachtoffers. Hun acties moedigen de slachtoffers ertoe aan hun angst wegens de vaak traumatische ervaring die ze hebben ondergaan, te overwinnen, zodat ze zich enerzijds kunnen uitdrukken en anderzijds een klacht kunnen indienen.

Helaas worden de burgers die een racistische handeling aan de kaak stellen naar mijn mening niet voldoende gewaardeerd. In een samenleving in crisis, waarin het individualisme hand over hand toeneemt, krijgen deze burgers soms zelfs afkeurende blikken en ontmoedigende opmerkingen, terwijl men hen zou moeten feliciteren. Er moeten dus maatregelen worden getroffen om die moedige handelingen te waarderen, zodat ze stevig in het geweten van de burgers worden verankerd en in alle kringen als goede praktijken worden beschouwd.

In dat verband wens ik u de volgende vragen te stellen:

1. Welke maatregelen worden getroffen om die goede praktijken te waarderen? Houdt het aangekondigde gewestelijk plan ter bestrijding van racisme daar op een transversale manier rekening mee?

2. Zullen bij de campagnes tegen racisme dergelijke goede praktijken systematisch worden gewaardeerd?
 
 
Antwoord    Uw vraag biedt de gelegenheid nogmaals te benadrukken hoe belangrijk het is om in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een gecoördineerd racismebestrijdingsbeleid te voeren. Dat is ook een van de ambities in deze legislatuur. Racistische en discriminerende handelingen komen wel degelijk voor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en burgers zijn er dagelijks het slachtoffer van, zoals ruimschoots blijkt uit de rapporten waarnaar u verwijst, maar ook uit de feedback van mijn ontmoetingen met de verenigingssector aan het begin van de legislatuur.

Racisme kan meerdere gezichten aannemen en het is onze taak om racisme in al z’n vormen te bestrijden, of het nu gaat om islamofobie, antisemitisme, negrofobie, racisme tegen Roma, racisme tegen mensen van Aziatische origine, enzovoort. Haatmisdrijven en discriminatie kunnen ook meerdere vormen aannemen of intersectioneel zijn.

Er werden verschillende maatregelen genomen in de strijd tegen deze pest en om goede praktijken te promoten inzake de strijd tegen racisme en discriminatie.

Een actieplan tegen racisme vormt vandaag een onontbeerlijk instrument. Ik kan u dan ook bevestigen dat we zijn begonnen met het opstellen van het nieuwe gewestelijke actieplan tegen racisme. Daarbij overleggen we met de institutionele, politieke en administratieve partners en met de partners uit het middenveld om ervoor te zorgen dat de maatregelen in het plan rekening houden met de dringende behoeften op het terrein en met de realiteit in Brussel. Dit omstandig plan zal zich in het bijzonder baseren op de evaluatie van het gewestelijke actieplan tegen racisme 2019-2020, die net is afgerond. Het zal de periode van 2021 tot 2024 bestrijken, zodat we acties op middellange termijn kunnen voeren en er de impact van kunnen meten.

Ik ga ervan uit dat elke gewestelijke bevoegdheid te maken krijgt met discriminatievormen die verband houden met zogenaamde raciale criteria. Het zal dus een transversaal actieplan worden, met een waaier van acties die verband houden met alle gewestelijke bevoegdheden, waardoor het fenomeen op structurele wijze kan worden aangepakt.

Twintig jaar na de Wereldconferentie tegen racisme, die plaatsvond in Durban in 2001, staat België voorts overigens ook op het punt een interfederaal actieplan tegen racisme op te stellen en het Gewest neemt momenteel actief deel aan de besprekingen en de werkzaamheden van de Interministeriële conferentie tegen racisme.

De gewestelijke en interfederale plannen mogen niet de enige instrumenten in de strijd tegen racisme zijn, gelet op de huidige omvang van het probleem. Er worden dus ook andere instrumenten ingezet, zoals mijn subsidiebeleid. De thematische projectoproepen gericht op de verenigingssector vormen immers fundamentele instrumenten voor de ondersteuning van door experten gedragen projecten, die beantwoorden aan de behoeften en de realiteit op het terrein.

Eind 2019 werd in het vooruitzicht van de dag tegen racisme op 21 maart 2020 een projectoproep uitgeschreven die specifiek was toegespitst op acties tegen racisme. In het kader daarvan werden 42 projecten ingediend door verenigingen, waarvan er 26 geselecteerd werden. Bovendien werden in het kader van de transversale projectoproep van mei 2020 zes projecten in verband met de strijd tegen racisme ingediend.

Deze projectoproepen zijn mijns inziens ook een fundamentele tool om continu in dialoog te blijven met de verenigingen die tegen racisme strijden en voor gelijke kansen ijveren in het Gewest. De activiteiten van deze verenigingen en de gesubsidieerde projecten dragen veel bij aan de promotie van goede praktijken op het gebied van de strijd tegen racisme en discriminatie.

Naast de projectoproep vormt de wetgeving een onontbeerlijk instrument om in de strijd tegen racisme, en het Gewest praat al jaren over een kaderordonnantie antidiscriminatie die de wetgeving inzake de verschillende gewestelijke materies op elkaar zou afstemmen, en daarom werd er begonnen met een codificering. De regering wil daarmee een coherent en gestructureerd geheel van regels verkrijgen en een harmonisering die de bescherming van de burgers vergroot, ongeacht het gewestelijke bevoegdheidsdomein. Om de kwaliteit van deze codificering te waarborgen, zal er eerst een evaluatiefase aan voorafgaan.

Het is inderdaad de ambitie om verder te gaan dan wetgevend en technisch werk om te komen tot een concreet resultaat dat de burgers beschermt.

De evaluatie en het schrijven van het wetboek zal heel 2021 in beslag nemen. Zo kan equal.brussels alle nodige contacten en adviezen verzamelen binnen de verschillende besturen van het Gewest. Unia en het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen zullen dit proces ook van heel dichtbij opvolgen en ze zullen bovendien hun expertise aandragen. Bovendien zal de brede bevraging van het maatschappelijk middenveld aan het begin van mijn mandaat als basis voor het denkproces worden gebruikt. Voorts zal ook het advies van de Raad voor personen met een handicap en van de Brusselse Raad voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen worden gevraagd.

Aangezien sanctionering moet worden voorafgegaan door preventie en sensibilisering, zal er in 2021 een antiracismecampagne worden gelanceerd. Deze campagne zal Brusselaars informeren, sensibiliseren en oproepen om actief mee te werken aan de bestrijding van alle vormen van racisme, en om de Brusselse etnisch-culturele diversiteit te omarmen en te promoten door hen te vragen stereotypen te helpen doorbreken en zo discriminatie te voorkomen. De doelstellingen van deze campagne zijn de volgende:

1. Hoofddoelstellingen:
1.1. Het doelpubliek aanmoedigen om
de rijkdom van de Brusselse diversiteit te ontdekken met het oog op een open en inclusieve samenleving;
1.2. Een inclusieve samenleving en etnisch-culturele diversiteit bevorderen door:
- de bijdrage en de economische, maatschappelijke en culturele meerwaarde van de Brusselse diversiteit in de kijker te plaatsen;
- de correlatie aan te tonen tussen de etnisch-culturele mix en de sociale samenhang;
- het doelpubliek aan te moedigen om stereotypen en vooroordelen ten aanzien van personen uit diverse etnisch-culturele milieus te helpen te doorbreken om zo discriminatie te voorkomen.
2. Bijkomende doelstelling:
Slachtoffers van discriminatie op basis van zogenaamde raciale criteria herinneren aan hun rechten en hun actiemiddelen om die rechten te doen gelden.

Bovendien zullen in het kader van deze campagne projectoproepen worden uitgeschreven om verenigingen die werkzaam zijn binnen dit domein de kans te geven eraan mee te werken.